Het jarenlange wachten op een Doha-akkoord

Volgens de Duitse kanselier Angela Merkel wordt vrije wereldhandel onvoldoende gewaarborgd. In Seoul, waar de G20 samenkomt, hoopt ze op een doorbraak.

Het bestrijden van het opkomend protectionisme. Dat staat nummer één op de agenda waarmee de Duitse bondskanselier Angela Merkel naar Seoul is afgereisd.

Morgen en overmorgen treffen de regeringsleiders van de twintig belangrijkste industrielanden elkaar in de Zuid-Koreaanse hoofdstad. Het grote gevaar is protectionisme, vindt Merkel. Ze signaleert dat de internationale gemeenschap zich te weinig inspant om voldoende vrijhandel te waarborgen. Volgens Merkel is afronding van de vastgelopen Doha-onderhandelingsronde van cruciaal belang voor een duurzaam herstel van de economische crisis.

De Doha-ronde is een onderhandelingsronde tussen verschillende landen georganiseerd door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) met als doel handelsbarrières in de wereld op te heffen en vrije internationale handel mogelijk te maken. „Er is iets wat we kunnen doen, dat niet zo gek veel kost. Dat is een Doha-akkoord”, zei Merkel eerder deze week tegen de Financial Times. „We praten daar al vele jaren over, er is een goede kans het in 2011 af te ronden.”

De WTO, opgericht in 1995, moet de internationale handel bevorderen, handelsconflicten beslechten en handelsbarrières opheffen. Uitgangspunt is het non-discriminatiebeginsel. Dit houdt in dat een land aan alle WTO-lidstaten eenzelfde behandeling moet geven. De onderhandelingen voor verdere internationale handelsliberalisering zitten al jaren vast. De ronde is in 2001 gestart in de hoofdstad van Qatar: Doha. Deadlines voor afronding zijn telkens uitgesteld. De gesprekken spitsen zich toe op het wegnemen van handelsbarrières voor arme landen door afspraken te maken over verlaging van landbouwsubsidies en invoerrechten op industriële producten. De besprekingen zitten vast wegens onenigheid over hoeveel de VS en de EU hun steun aan landbouwsectoren moeten verlagen, en in hoeverre India, China en Zuid-Afrika hun invoerrechten moeten terugdringen.

Ook Karel De Gucht, EU-onderhandelaar voor internationale handel, riep de leden van de G20 gisteren op de Doha-besprekingen vlot te trekken. In het Europees Parlement stelde De Gucht dat met goede wil vóór eind 2011 een akkoord kan worden getekend.

Een akkoord over liberalisering van de wereldhandel zou een fors positief effect hebben op de mondiale economie, blijkt uit onderzoek door economen van het Peterson Institute. Doha zou de wereldhandel een impuls van bijna 300 miljard dollar geven.

„De onderhandelingen moeten worden vlot getrokken om het opkomend protectionisme te keren”, vindt Richard Baldwin, hoogleraar internationale economie aan het Graduate Institute in Genève. Het hedendaagse protectionisme is volgens hem absoluut niet te vergelijking met het protectionisme uit de jaren dertig. Toen stortte de wereldhandel in omdat landen resoluut hun grenzen sloten voor buitenlandse producten. Het gebeurt nu veel subtieler, zegt Baldwin. „De specificaties van een product worden aangepast waardoor concurrenten buiten de deur kunnen worden gehouden.” Dat zijn, zo zegt Baldwin, de laatste tijd vaak eisen op het terrein van milieu en hygiëne. Bepaalde batterijen mogen niet in speelgoed zitten (reden voor de VS speelgoed uit China te weren) óf de verpakking voldoet niet aan de eisen (reden voor China Iers varkensvlees te weren).

Het zijn, volgens Baldwin, met name ontwikkelingslanden die de dupe zijn van dit murky protectionism. Om de internationale economische crisis te bestrijden zijn sinds 2008 ruim 140 protectionistische maatregelen genomen die schadelijk zijn voor de ontwikkelingslanden. 70 procent hiervan is genomen door de regeringsleiders van de G20, zo bleek deze week uit studie van zeven economische instituten die als Global Trade Alert (GTA) de opkomst van protectionisme in de gaten houden sinds het uitbreken van de crisis in 2008. „De GTA-studie bevestigt een trend die al lang sluimerde”, zegt Baldwin. „Ik hoop dat de wereldleiders in Seoul er werk van maken deze trend van toenemend protectionisme te keren.”