Guttenberg verbindt defensie en economie

Het veiligstellen van handelswegen en energiebronnen „moet zonder twijfel vanuit militair en globaal-strategisch oogpunt worden gezien.” Dat zei gisteren de Duitse minister van Defensie, de christen-democraat Karl-Theodor zu Guttenberg, op een veiligheidsconferentie in Berlijn.

Zijn uitspraak ligt gevoelig in Duitsland. Toen een half jaar geleden president Horst Köhler ongeveer hetzelfde zei, kreeg hij zware kritiek te verduren en trad korte tijd later als staatshoofd af. Zu Guttenberg, die in de Duitse politiek opvalt door uitgesproken opvattingen, vindt dat „open en zonder verkramptheid” gesproken dient te worden over de samenhang van regionale veiligheid en economische belangen. „Ook al gaat dat in sommige kringen door voor stoutmoedig.”

Thomas Oppermann, De sociaal-democraat waarschuwde Zu Guttenberg ervoor dat hij „de defensieve opdracht van het Duitse leger niet herinterpreteert als een offensieve.”

Toen Köhler afgelopen voorjaar zijn gewraakte woorden sprak, reageerde de oppositie met uitlatingen als „we hebben geen torpedobootpolitiek nodig” en „Duitsland wil geen economische oorlogsvoering”. In het parlement werd er aan herinnerd dat bewapende handelspolitiek in strijd is met de Duitse grondwet.

Zu Guttenberg sprak gisteren zijn verbazing erover uit dat de uitlatingen van president Köhler destijds tot dergelijke harde kritiek hadden geleid. Het staatshoofd zei na een bezoek aan de Duitse troepen in Afghanistan: „Een land van onze grootte en met zo’n nadruk op de export moet weten dat in noodgeval militaire inzet nodig is om onze belangen te verdedigen, zoals vrije handelswegen. Om regionale instabiliteit te verhinderen, die zeker op onszelf zou terugslaan, met handel, banen en inkomen.”