Goede doelen

‘Met vriendelijke groet’ van Winston Gerschtanowitz kreeg ik een brief namens de Nationale Postcode Loterij.

Een heuglijk moment.

Zowel mijn naam als die van mijn vrouw stond erboven – met dit verschil dat haar naam op twee plaatsen verkeerd gespeld was. Ik kon niet nalaten deze fouten met enige nadruk over te nemen toen ik haar de brief voorlas – een licht sadistisch trekje, want niemand vindt het leuk als zijn naam verkeerd gespeld wordt, zelfs Winston Gershwinowitsch niet.

„Staat dat er echt?’’ vroeg mijn vrouw. „Nou en of’’, zei ik en ik las enthousiast verder. „U bent geselecteerd’’, schreef Gerschtanowicki, „door de Nationale Postcode Loterij om kans te maken op 1 van de 500 studioplaatsen voor de opnames van de TV show Postcode Loterij Miljoenenjacht in de Endemol studio’s te Amsterdam. Naast een verzorgd dagarrangement met lunchbuffet inbegrepen, maakt u kans deel uit te maken van een exclusief gezelschap van Miljoenenjacht winnaars.’’

Die laatste zin was slecht Nederlands, want ik mocht toch aannemen dat het niet de bedoeling was dat ik sámen met dat verzorgde dagarrangement deel zou uitmaken van dit exclusieve gezelschap. Maar de bedoelingen van Gerstwanowizki leken me goed.

„In de spelshow Miljoenenjacht’’, schreef hij, „kunt u als kanshebber naast Linda de Mol eindigen in de finale. Net als elke finalist maakt u daarmee kans om met maar liefst 5 miljoen euro naar huis te gaan! Vele andere studiokandidaten winnen daarnaast nog kleinere geldbedragen, droomreizen of zelfs auto’s. Wilt u kandidaat zijn, dan hoeft u alleen uw unieke code te activeren op de Speciale Miljoenenjacht studiogasten website (…) Geef op deze website aan of u op 10 december aanwezig kunt zijn bij de opnames. De kans is persoonlijk, zonder enige verplichting!’’

Daaronder volgde een uit elf cijfers bestaande ‘studioplaats kanscode’ („persoonlijk, niet overdraagbaar, wordt éénmalig uitgegeven’’) die je op de website moest activeren. „Bent u één van de gelukkigen, dan bellen we u persoonlijk vóór 1 december. Uw persoonlijke uitrijkaart hebben we vast bijgesloten.’’ Je kon er zó de parkeergarage van de geliefde Endemol studio’s mee binnenrijden. Ook onze namen stonden er weer op, inclusief de heerlijke fouten, die ik net weer wilde voorlezen toen mijn vrouw streng zei: „Gooi die onzin maar meteen weg.’’

„Dat is nou de kift, omdat hij je naam verkeerd spelt’’, zei ik, „maar ik vraag me af waarom wij zulke brieven krijgen. Wat doen wij precies met die Postcode Loterij?’’ „Niet veel bijzonders.’’

Een goede columnist vraagt nu scherp door, besefte ik. „Mag ik even weten hoeveel dat ‘niet veel bijzonders’ ons precies kost?’’

„Paar euro.’’

„Hoeveel euro?’’

„Acht.’’

„Per?’’

„Maand.’’

Ik rekende snel uit dat dit op jaarbasis een bedrag was waar ik twee behoorlijk goede boeken voor kon kopen. „Voor die onzin?’’ vroeg ik retorisch.

„Nou ja, ze doen ook iets met ‘goede doelen’.’’ „En ze betalen er ook Winston Kleptomanowitz van.’’

„Dat moet dan maar.’’ „Dan stel ik voor dat jij je opgeeft voor de Miljoenenjacht. Winnen we die vijf miljoen, dan gaan ze naar de goede doelen.” Je moet soms hard zijn, als columnist, maar ook als echtgenoot.