De laatste bieten uit de tuin

Daar stond de buurvrouw op de stoep. Heb je belangstelling voor bieten? vroeg ze.

Ik liep even met haar mee. Voor de deur van haar huis stonden drie kisten appelen. Er was een kist met aardappelen en bieten. Binnen zag ik nog van alles opgehoopt liggen.

De buren hebben dit jaar voor het eerst een grote moestuin in bruikleen gehad, bij een boer en en boerin, die oud zijn en er zelf niet meer toe komen. De buren zijn jong en enthousiast, ze gingen in het voorjaar heel hard aan het werk om de hele wat verwilderde tuin om te spitten en onkruidvrij te maken. Maar echt onkruidvrij werd-ie niet – onkruid is ongelooflijk hardnekkig zoals iedereen weet die een tuin heeft. In een siertuin is het nog enigszins een keuze wat je als ‘onkruid’ bestempelt, in een moestuin ligt het minder genuanceerd. Alles wat je niet hebt gezaaid of gepoot maar dat zich toch tussen je bieten, bonen, courgettes of peterselie nestelt is onkruid. En moet gewied.

Wat werkten ze hard, de buren. Hele dagen waren ze in de weer, te meer omdat er eigenlijk geen goede watervoorziening was bij de tuin. Water moest uit de gracht om de boerderij komen. En dus gieter voor gieter worden gehaald en gesproeid. Dat is bij droogte een enorm gedoe, en er was droogte van de zomer – al lijkt dat nu een onwaarschijnlijk verhaal.

Nu breekt eindelijk de rusttijd aan. Die bieten waren de laatste bieten. De appelen zijn de laatste appelen – bij appelen is een van de mooie dingen dat je er zo goed als niets aan hoeft te doen. Fruitbomen zijn lekker rustig. Ze produceren alleen overvloedig. Mijn buren gaan cider maken: eerst de appelen tot sap verwerken met behulp van een grote fruitpers en dan de zaak laten gisten.

Ik keek het met bewondering aan: al dat werk! Een moestuin kan met gemak je dagen vullen. Dat vergeten al die mensen die nu zo dwepen met zelf groenten verbouwen en zelfvoorzienend-zijn wel eens. Het is niet voor niets dat sommige dingen zijn uitbesteed. Hoe lekker groenten vers van het land ook zijn, wie helemaal of zelfs maar grotendeels zelfvoorzienend wil zijn ziet al snel dat er veel (te veel) werk, en geld, nodig is om dat vol te kunnen houden.

Maar goed, een moestuin hebben betekent nog lang niet dat je ook je eigen wol en kaas hoeft te produceren, of dat je energieneutraal moet leven.

Ik was erg blij met de bieten van de buren. Sinds de ongekookte biet weer alom verkrijgbaar is, horen rode bieten tot mijn lievelingsgroenten. Ze zijn op alle mogelijke manieren lekker, rauw geraspt, gekookt, als salade, als puree, gepoft in de oven. En dan heb je ook nog het bietenloof, dat gekookt of in een groentetaart zeer smakelijk is.

Nu maakte ik ze heel eenvoudig à la crème. Eigenlijk is à la crème voor heel veel groenten reuze lekker. Spinazie! Andijvie! Modern vetarm is het niet, maar oef, hoe heerlijk.

Verpak de gewassen maar niet geschilde bietjes in aluminiumfolie en leg ze een uur in de oven op 175 graden.

Laat ze wat afkoelen en wrijf de schillen eraf. Snijd de bieten in plakjes.

Fruit in een koekenpan op niet al te hoog vuur de fijngehakte knoflook. Leg er de plakken biet bij en bestrooi met peper en zout. Giet er de room bij en laat wat inkoken.

Doe er het citroensap bij en schud de pan even om. Bestrooi met fijngehakte peterselie en dien op, bijvoorbeeld bij een gebakken varkenskarbonade.