Altijd was Davids op zoek naar een vijand die hij kon verslaan

Edgar Davids (37) heeft zijn loopbaan als voetballer moeten beëindigen. Grillig, nukkig, bezeten maar altijd loyaal aan zijn lotgenoten. Strijdend tegen onrecht.

In zijn hart woedt nog altijd een storm. Hij wil zo graag vechten, laten zien wat hij nog allemaal op het voetbalveld kan. De tegenstander overmeesteren en afbluffen met zijn ongekende strijdlust. Maar zijn lichaam wil niet meer. Zijn longen zijn te klein geworden, zijn benen te traag. Edgar Steven Davids heeft moeten inzien dat aan zijn lange, indrukwekkende loopbaan als voetballer eens een einde komt.

In de tweede divisie van het Engelse voetbal, bij Crystal Palace, kwam de kleine 74-voudige international deze week tot het besef dat hij zijn leven anders moet inrichten. Wel de jeugd op straat plezier aan voetbal laten beleven, schaterlachend genieten van hun trucjes en bewegingen, zoals hij die zelf graag uitvoerde. Geen spel is zo uitdagend als voetbal op straat. Zo leerde Davids het zelf als Surinaamse jongen in Amsterdam-Noord, waar hij de armoede en de strijd tegen het onrecht ervoer en er tegen ten strijde trok.

‘Pittbull’ werd hij genoemd, of ‘Piranha’. Op en buiten het voetbalveld altijd op zoek naar een vijand die hij kan verslaan. Van de jeugd van Schellingwoude naar de jeugd van Ajax, van Ajax via AC Milan naar Juventus en via Barcelona naar Internazionale, Tottenham Hotspur, weer Ajax en ten slotte na een pauze van twee jaar naar Crystal Palace in Londen. Grillig, nukkig, snel, explosief, bezeten, misdadig soms, in de contramine, maar sociaal en loyaal aan lotgenoten, zoals jongens met dezelfde achtergrond. De meeste journalisten waren zijn vijanden. Niemand mocht hem echt leren kennen. Interviews gaf hij zelden. Hij liep met zijn gezicht afgewend door, zichzelf verschuilend achter een grote donkere bril.

Hij trok partij voor zijn Surinaamse teamgenoten, met wie hij een in Suriname zogenoemde ‘kabel’ vormde. Tijdens het EK van 1996, die zijns inziens werden benadeeld door bondscoach Guus Hiddink die zijn oren liet hangen naar de ‘blanke’ spelers Frank en Ronald de Boer, en Danny Blind trok hij van leer. Hiddink stuurde de rebel naar huis, nadat Davids tegen een Zwitserse journalist over Hiddink had gezegd: „He should not stick his head in other players ass.” Zijn (blanke) teamgenoot Youri Mulder koos later de zijde van Davids.

Louis van Gaal ontfermde zich over de kleine deugniet, wiens vader nooit thuis was. De Ajax-coach voelde haarfijn aan wat ‘Edje’ bewoog. Hij herkende in hem de strijd tegen het onrecht. Hij probeerde zijn buitensporige overlopende agressie te reguleren door middel van irritatietrainingen, geleid door assistent-trainer Bobby Haarms. Davids werd op de linkervleugel van Ajax de opvolger van de flegmatieke Bryan Roy. Davids bestreek de héle linkerflank. Van Gaal bewierookte Davids, wegens zijn niet aflatende inzet en zijn onblusbare wil om te scoren.

Davids werkte niet alleen voor zichzelf. Hij wilde andere, betere voetballers graag helpen. Van Gaal wenste niet de egoïstische PSV-spits Romario naar Ajax te halen, omdat niemand voor hem zou willen werken. „Alleen hij daar”, riep de coach in het spelershome van Ajax. Hij was die kleine zwarte jongen die over zijn soep gebogen zat. Edgar knikte: „Natuurlijk, altijd.” Hij werd bij Juventus de ‘adjudant’ van Zinedine Zidane, de Franse tovenaar op het voetbalveld. Zidane stuurde het spel, Davids knapte het vuile werk op en schroomde niet de tegenstander van de Fransman met een woedende schop het spelen onmogelijk te maken. Grove overtredingen, rode kaarten, protestacties gingen gepaard met fenomenale acties met de bal. Op het WK van 1998 was hij de uitblinker van het Nederlands elftal, weer onder coach Hiddink. Een drijvende kracht.

Davids kent zichzelf. Hij verdiept zich meer dan de gemiddelde voetballer in het leven dat hem is geschonken. De Bijbel, de Koran, de Bhagavad Gita heeft hij geraadpleegd, geschriften van Confucius, en studies over boeddhisme en taoïsme trokken zijn aandacht. Hij vergeleek zich met een gladiator: „In de arena moet je winnen om te overleven.” Met een samoerai: „Een samoerai is geen hersenloze krijger. Hij is een meester in het zwaardvechten, maar hij is ook onderricht in poëzie, letterkunde en de traditionele ceremonie van theezetten.” En, zei hij „voetbal is natuurlijk geen religie, maar wel een levensfilosofie”.

Davids hoeft niet meer te voetballen in de grote arena’s. Daar is hij als mens te veel voor gegroeid. Hij heeft een Masters Financial Accounting behaald en bezit een kledinglijn met zijn vrouw, met wie dit jaar trouwde. Als kind van Suriname vertoeft hij veel in zijn geboorteland om met kinderen te spelen. Hij kreeg de Kleuren Award voor zijn inzet bij projecten voor kansarme jongeren. Hij wil dat jongens en meisjes meer plezier in hun jeugd hebben dan hij heeft gehad. „Waar de overheid in gebreke blijft, daar ben ik.”

Lastig? Nee, eerder ongrijpbaar. Hij wil respect. Als jeugdige scholier zei hij tegen de juffrouw. „U zegt: kom eens hier. Tegen een hond roep je: hier! Maar ik ben geen hond. Ik ben een mens.”