'We gaan de toekomst van Feyenoord niet versjacheren'

Dick van Well zag in zijn tijd bij Feyenoord allerlei mogelijke investeerders voorbij komen. Deze keer is het serieus. „De club is gebaat bij rust.”

08-11-2010, Rotterdam. President Commissaris van Feyenoord, Dick van Well. Foto Bas Czerwinski

Het heden en verleden van Feyenoord zijn tastbaar op deze maandagmiddag bij de Kuip. De net achttienjarige spits Luc Castaignos stapt na zijn hersteltraining in een gereedstaande lesauto. Op het dak van het Maasgebouw voor het stadion hangen de rood-witte vlaggen halfstok tot de eerstvolgende competitiewedstrijd. De voetbaltrots van Rotterdam-Zuid rouwt om het overlijden van haar clubicoon, ‘ome’ Fred Blankemeijer (84).

In een van de businessruimtes in de Kuip spreekt president-commissaris Dick van Well over de toekomst van de gevallen topclub, die een stukje zonniger is nadat Rotterdamse ondernemers twee weken geleden 17 miljoen euro investeerden. „We hebben intussen alweer 1,5 miljoen euro meer toegezegd gekregen”, zegt Van Well. „Ik ben tevreden als we binnen een jaar voor 30 miljoen euro aan investeerders hebben.”

De tien vermogende ‘Vrienden van Feyenoord’ onder leiding van ondernemer Pim Blokland brachten de schuld van de club terug naar 26 miljoen euro. Het schema tot de bekendmaking van de financiële injectie stond al twee maanden vast, maar de drukbezochte bijeenkomst in de Fred Blankemeijer Zaal had niet op een treffender moment plaats kunnen vinden. Vier dagen eerder werd de veredelde jeugdploeg van Feyenoord, nu veertiende in de eredivisie, door PSV met 10-0 vernederd. Supporters kwamen in opstand, trainer Mario Been stelde zijn functioneren ter beschikking en een nieuwe bestuurscrisis leek in de maak.

Hoe voelde u zich na de 10-0?

„Toen de score in het begin van de tweede helft snel opliep, was voor mij het boek dicht. Toen wist ik dat we een zware nederlaag zouden lijden. Op hetzelfde moment waren wij bezig de onderhandelingen met de investeerders af te ronden, zodat Feyenoord 17 miljoen euro zou kunnen bijschrijven. Dat was belangrijker dan die 10-0 nederlaag. Mijn emotionele kant komt eerder boven bij succes dan bij tegenslag. De club schiet er ook niks mee op als ik in zak en as zit. De dag erop stond een fles champagne voor mijn deur met de tekst: ‘Dick, we leven met je mee. Het komt goed’. Dat sterkte mij.”

Als bouwondernemer wordt u geroemd om uw inspanningen voor de wederopbouw van het eens zo verloederde Katendrecht in Rotterdam-Zuid. Met twee woorden – ‘Meedoen klootzak!’ – trok u partijen over de streep, zei een bekroonde theatermaker laatst.

Grijnzend: „Ik wil niet pedant zijn, maar zonder mij was het theater daar niet van de grond gekomen. Maar bij Feyenoord staat de komma op een andere plek. In de periode dat we talentpools oprichtten, heb ik ook mijn relaties aangesproken. Later wilden investeerders wel, maar kwam het in de uitwerking neer op schuld A vervangen door schuld B en in ruil moest de club zeggenschap inleveren. Dat was geen oplossing.”

Deze kapitaalinjectie wel?

„Dit is een begin van een oplossing. Hier is goed over nagedacht. Dat begon begin dit jaar tijdens het trainingskamp in Turkije. Mensen gooien geen 17 miljoen in een bodemloze put en ik ga voor dat bedrag de club niet verkopen. Ze participeren in de vorm van aandelen. In ruil daarvoor krijgen ze twee plekken in de raad van commissarissen. De komende tijd bekijken we wie die plekken zullen invullen.”

Hoeveel mislukte pogingen zijn daaraan voorafgegaan?

„Als Feyenoord krijgt wat de club in al die jaren is beloofd, moet Real Madrid gaan oppassen. Zo hebben we hier ooit een Rus gehad, die beweerde namens Gazprom zaken te willen doen. Toen we navraag deden bij het bewuste bedrijf bleek men hem niet te kennen. Later heeft deze meneer AZ gebeld, waarna wij de collega’s in Alkmaar hebben ingelicht.”

Vanwaar de geheimzinnigheid over de identiteit van de investeerders?

„Het was een eis van de meesten: als mijn naam één keer in de krant komt, doe ik niet mee. Wij weten wie het zijn en de KNVB kent de samenwerkingswijze van de club met de Vrienden van Feyenoord. Of veiligheid een rol speelt, weet ik niet. Zoals ik ook niet weet of de recente inbraak bij Pim Blokland te maken heeft met zijn rol als financier. Feit is dat voetbal aandacht genereert. Mensen gaan bellen als de uitslag van een wedstrijd hun niet bevalt. De emotionele component is groot. Daarom geef ik zelf ook weinig interviews. Ik help Feyenoord niet door elke week op de voorpagina te staan. Zeker nu is deze club gebaat bij rust. Maar neem van mij aan dat alle investeerders een groot Feyenoord-hart hebben.”

Maar liefde maakt soms blind.

„Ook op dat vlak heeft Feyenoord zijn lessen geleerd. We hebben pijnlijke maatregelen genomen. Onze begroting is met 25 procent teruggebracht. Dat heeft iedereen gevoeld. Kijkend naar het verleden zeg ik: als wij geweten hadden hoe zwaar we moesten afrekenen met de fiscus [een schikking van ruim 7 miljoen euro, inclusief rente] waren destijds op de open dag nooit vier duurbetaalde krachten uit de helikopter gestapt.”

Was dat ook uw inschattingsfout?

„Ik liep toen nog in korte broek en kwam dus net kijken, maar ik was er wel bij, dus ja. Hoe dan ook: de businesscase onder hun komst deugde, maar ging mank doordat we fors moesten aftikken bij de fiscus. Daarnaast hebben we, zoals vrijwel alle clubs, de media-inkomsten te rooskleurig ingeschat. Dat scheelde zo’n 25 procent, terwijl je de lopende contracten dient te respecteren.”

Moet u dit seizoen nog bezuinigen?

„Ja, en daartoe zullen de commerciële afdelingen van het stadion en de club nauwer met elkaar gaan samenwerken. Die synergie moet de kosten verder drukken. Die gesprekken lopen momenteel en blijken vruchtbaar.”

Dat is weleens anders geweest.

„Toen wij als raad van commissarissen net begonnen, hebben we gezamenlijk gegeten met de raad van commissarissen en de directie van het stadion. Ik vroeg: hoe vaak doen jullie dat nou? Twaalf jaar geleden bleek de laatste keer te zijn geweest. Schijnbaar kon dat niet anders. We komen van ver, maar we maken vorderingen. Neem de sfeer; die is aanmerkelijk verbeterd. Toen ik begon, proefde ik angst en wantrouwen.”

Heeft u contact met oud-voorzitter Jorien van den Herik?

„Hij heeft hier in het stadion twee plekken ter beschikking, maar kiest ervoor daar geen gebruik van te maken. Zowel de club als Jorien is beschadigd. Ik betreur dat. Het is geen geheim dat ik met hem gesproken heb over de mogelijkheid toe te treden tot de raad van commissarissen. Dat was een kort gesprek en mijn conclusie was: wij passen niet in één kamer. Ook ik kan heel dominant zijn. De leden moeten onderling wel toegevoegde waarde hebben.”

Wat vond u van de opmerking van Van den Herik dat Feyenoord in de huidige situatie beter failliet kan gaan?

„Onze directeur Eric Gudde heeft dat goed verwoord: niet chic, en dat gaan we niet doen. Dat zou immers betekenen dat we tegen onze geldschieters zouden zeggen: bedankt en de groeten. In het bedrijfsleven is een doorstart niet ongebruikelijk. Maar Feyenoord heeft al zijn schuldeisers betaald. Bovendien, als we daar voor zouden kiezen, lopen alle contractspelers zomaar transfervrij weg. Dan doe je dus aan kapitaalvernietiging.”

En als hier morgen ineens een rijke oliesjeik binnenstapt?

„Dan geef ik hem het nummer van Pim Blokland, zodat hij ook lid van de Vrienden van Feyenoord kan worden. Wij willen baas in eigen huis blijven. Wie zich afhankelijk maakt van één entiteit, moet ook een scenario hebben om te kunnen breken met die ene persoon of dat ene bedrijf. En daar wringt de schoen. We gaan de toekomst van Feyenoord niet versjacheren. Ik ben van nature een optimist, maar mijn optimisme is in dit geval wel gestoeld op realisme. Mijn stelregel is: wie de 80 meter horden loopt, moet de horden achter elkaar opstellen, niet op elkaar stapelen, want dan kom je er nooit overheen.”

    • Michiel Dekker Enmark Hoogstad