Wat moet je met een arts die gezellig praat?

Artsen moeten zich meer inleven in de patiënten.

Maar is het makkelijker om een beenmergpunctie bij een kind te doen als je uitgebreid stilstaat bij hoe pijnlijk dat is?

Het heeft me altijd een goed idee geleken om mensen alleen beroepsmatig te laten beslissen over dingen waar ze zelf ook ervaring mee hebben. Niemand gelooft immers een dikke diëtist en bij een verstokte vrijgezel gaat niemand in relatietherapie. Helaas is deze voorwaarde niet in elke beroepsgroep even reëel. Mannelijke gynaecologen vormen direct een probleem en artsen op de kankerafdeling kun je ook moeilijk selecteren op praktijkervaring. Gelukkig wil een Groningse hoogleraar nu selecteren op inlevingsvermogen (nrc.next, 3 november). Maar is het makkelijker om een beenmergpunctie bij een kind te doen als je uitgebreid stilstaat bij hoe pijnlijk dat is? Zouden medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst hun werk beter doen als ze zelf ooit vluchteling waren of zich goed in hen konden inleven? Ik denk het niet. Maar er zijn dus mensen die liever een aardige, inlevende arts hebben dan één die het juiste been amputeert. (Die aardige kan waarschijnlijk wel heel goed sorry zeggen, maar dat moet dan ook wel. Je kunt je afvragen of hij eerst empathisch was of eerst onkundig.)

Voor een beroep waar je pakweg een jaar of tien voor moet studeren en waarin je besluiten neemt over leven of dood, word je straks misschien geselecteerd op de doorleefde frons in je voorhoofd. (‘Mmm-mm. Ik begrijp het. Anale jeuk kan je hele leven beheersen.’) Was dat bovendien niet ooit de taak van de verpleegkundige? Een aai over je bol tijdens het po wisselen, een luisterend oor terwijl het infuus gecontroleerd wordt?

In mijn betoog dat communicatie bijzaak is word ik helaas nogal in de wielen gereden door dat andere artikel in dezelfde krant: door slechte communicatie gaan er in Nederland opvallend veel baby’s dood tijdens hun geboorte. Er stond wel lekker groot in de kop dat dit de schuld van de verloskundigen is, maar uit het artikel bleek dat het gaat om de overdracht tussen verloskundige en gynaecoloog. Misschien is selectie op intermenselijke communicatie bij deze opleidingen toch zo gek niet. Of we schaffen de verloskunde af, zoals sommigen bepleiten, al is dat een wat groteske maatregel. Dat mannen van Mars zijn heeft ook niet tot gevolg dat alle vrouwen van Venus zich in een lesbische relatie storten. We modderen liever voort (‘Je begríjpt me niet!’) en anders proberen we het nog eens met een andere man van Mars. Dus laten we de verloskundige en de gynaecoloog samen naar relatietherapie sturen en niet het kind met het vruchtbadwater weggooien.

Dat ándere onderzoek naar babysterfte, dat ons in 2009 geruststelde over de praktijk van het thuisbevallen, had trouwens precies dezelfde conclusie als dit nieuwe onderzoek: de communicatie moet beter. Het suste de gemoederen met cijfers waaruit blijkt dat thuis bij kaarslicht of in bad baren even veilig is als aan slangetjes en piepende apparaten in het tl-licht van het ziekenhuis, ‘want het hoge sterftecijfer komt door gebrekkige communicatie tussen gynaecoloog en verloskundige’. Het nieuwe onderzoek maakt ongerust met de mededeling dat er bij geplande thuisbevallingen die toch in het ziekenhuis eindigen 2,5 keer zoveel baby’s sterven, ‘want de communicatie tussen verloskundige en gynaecoloog is slecht’. Ze hadden helemaal geen tweede onderzoek hoeven doen, alleen de statistieken anders rangschikken en de conclusie herschrijven.

De boodschap voor zwangeren is onduidelijk. Voorlopig lijkt het uit te draaien op: waar je ook bevalt, blijf waar je bent. Laat je niet overdragen van de ene arts naar de andere, van de verloskundige naar de arts-assistent, gynaecoloog of administratief medewerkster. Van de taxi naar het verlosbed. Laat je gewoon niet overdragen, want daar gaat het mis.

Tot slot nog even terug naar de Groningse hoogleraar en haar roep om empathische artsen. Ik kan het mis hebben, maar is het niet vaak zo dat hoogintelligente mensen sociaal wat onhandiger zijn? En is intelligentie niet één van de belangrijkste eigenschappen om een studie geneeskunde te voltooien en daarna een doortastende arts te worden? Laat de empathische studenten dan maar huisarts worden, en de autisten doorstromen naar de specialisatie neurochirurgie. Ik neem de horkerige uitleg over het verloop van de operatie wel op de koop toe als er daarna niemand sorry hoeft te komen zeggen.

Eveline Vink is freelance journalist. Ze schrijft o.a. voor ‘Ouders van nu’ en leesplein.nl. Ze is 30 jaar en is moeder van twee kinderen.

Meer over het onderzoek naar babysterfte via nrcnext.nl/links