Wat als Peking de kraan dichtdraait?

Hoe kwetsbaar is de economie bij een tekort van cruciale grondstoffen? Philips, Corus, DSM en Shell zijn discreet over deze „marktgevoelige informatie”.

In het navigatiemobieltje van TomTom, de spaarlamp van Philips en het staal van Corus zitten cruciale materialen: rare earths (zeldzame aardelementen). Daarvan heeft China ruim 90 procent in handen. Wat als Peking de exportkraan dichtdraait, zoals de afgelopen weken dreigde te gebeuren? Valt dan een deel van de Nederlandse industriële keten stil?

„Cruciale materialen zijn overal in onze economie in gebruik”, stellen onderzoekers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), technologie-instituut TNO en de TU Delft in een zojuist verschenen studie. Voor het eerst brachten zij – in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie – het strategisch belang van 44 grondstoffen in kaart voor de Nederlandse economie. Ze bekeken ook veertien materialen – zoals kobalt, indium, platina en zeldzame aardmaterialen – die volgens de EU „zeer cruciaal” zijn omdat er voor die grondstoffen schaarste dreigt.

De studie die vrijdag op de website van het CBS werd gepubliceerd, lijkt niet alarmerend. „De Nederlandse economie blijkt niet erg afhankelijk van deze materialen”, is de conclusie. We zijn vooral een diensteneconomie, stellen de onderzoekers. Het economische belang van industriële sectoren die niet zonder kobalt, indium of platina kunnen is vrij klein. Dat kan kloppen. Toch zegt het niet alles over de strategische waarde van cruciale grondstoffen.

In elke hybride auto, zoals de Mercedes S 400 of de Toyota Prius, zit ten minste 500 gram van het zeldzame aardmateriaal neodymium voor de magneetwerking van de motor. Eén kilo kost 80 dollar (58 euro). Dat lijkt niet overdreven duur, maar de prijs is sinds begin dit jaar met 250 procent gestegen en China heeft de hemelsblauwe grondstof meer en meer nodig voor de eigen industrie.

Bij acute schaarste kan per hybride auto tot 100 gram van het neodymium vervangen worden door een ander aardmateriaal: dysprosium. Maar voor die grondstof wordt 286 dollar (200 euro) per kilo betaald en bij een verwachte jaarlijkse verkoop van twee miljoen hybride Toyota’s raakt ook die grondstof snel uitgeput.

De mondiale markt voor zeldzame aardmaterialen is klein: ze wordt geschat op circa 8 miljard dollar (5,8 miljoen euro). Dat is wat een supermarktketen als Wal-Mart in één week als omzet boekt. Maar voor Nederlandse bedrijven die actief zijn in de consumentenelektronica of die milieuvriendelijke en militaire applicaties ontwikkelen, zijn die stoffen wel onmisbaar.

Uit openbare stukken blijkt dat Philips stoffen zoals terbium verwerkt bij de productie van spaarlampen. Een kabelproducent als Draka gebruikt aardmaterialen als erbium, ytterbium of neodymium om infrarode lichtsignalen te versterken die via glasvezelkabels worden verstuurd. Corus doet al sinds eind jaren negentig onderzoek naar cerium om stalen wanden van zeeschepen te versterken.

De vraag naar die stoffen „is afhankelijk van toekomstige innovaties en daarom onvoorspelbaar”, meldt het CBS. De vraag naar energie-efficiënte fluorescerende lampen of netwerken voor optische telecommunicatie neemt snel toe. Het belang van aardmaterialen in het bruto binnenlands product is relatief klein, maar de invloed op de productieketen is groot.

Zelfs AkzoNobel speelt mee in de ontwikkeling van optische netwerken. In Arnhem wordt onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van polymeren die de lichtsignalen in glasvezels versterken. De coatingdivisie van het bedrijf benut vervolgens de eigenschappen van zeldzame aardmaterialen om de buitenkant van mobieltjes, plastic flessen of huishoudelijke apparaten krasbestendig te maken. In 1999 diende het bedrijf een patent in voor het verwerken van samarium in verflagen.

„Er wordt geweldig veel geassembleerd in Nederland”, zegt Rob van Beek, die actief is bij FME-CWM, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie. „Nederlandse bedrijven zijn actief in een keten. Ze produceren halffabricaten of krijgen die door anderen toegeleverd.” Als er een acute of structurele schaarste optreedt van grondstoffen, kan dit voor een domino-effect zorgen.

Neem Creusen Motor Technology uit Roermond. Dat assembleert per jaar 40.000 tot 50.000 elektromotoren voor machinebouwers en fabrikanten van elektrische fietsen. Hierin worden permanente magneten verwerkt, die functioneren op basis van neodymium. „We hebben nu al opdrachten lopen voor 25.000 kilo”, zegt Karel van Vugt, commercieel verantwoordelijke bij Creusen. „We proberen ons tegen hoge prijzen en acute schaarste in te dekken door een half jaar van tevoren in te kopen.” Bij een structureel tekort moet Creusen overschakelen op andere, minder efficiënte grondstoffen, wat de slagkracht van het bedrijf kan aantasten.

André Pubanz van Lagerwey, de enige nog resterende Nederlandse producent van grote windturbines, heeft eenzelfde probleem. De windmolens die Lagerwey bouwt, maken gebruik van permanente magneten en hebben een vermogen van 2,5 megawatt. Per megawatt is circa 200 kilogram neodymium nodig. Die magneten worden direct ingekocht bij Chinese leveranciers. „Als dit stopt, zullen we de magneten elders moeten kopen of uitkijken naar alternatieven”, zegt Pubanz. Alternatieven zijn er wel, maar vaak met een hoger gewicht en een lager rendement van de molens.

„Materiaalschaarste drukt ons met de neus op de feiten”, zegt manager Derk Bol van het Materials innovation institute (M2i) in Delft, een onderzoekscentrum dat door overheid en bedrijfsleven wordt gefinancierd en waarin concerns als Philips, ASML, Corus, NXP en Stork deelnemen. Bol: „De bewustwording over dit probleem groeit.”

Het onderzoek van het CBS is een eerste stap, zegt Van Beek. „We zijn in Europa een voorloper met deze studie. Maar verder onderzoek is nodig om de werkelijke effecten van die cruciale grondstoffen in te schatten.”