Waarom proosten we niet met warme dranken?

Tobias Smeets uit Amsterdam vraagt zich af waarom er niet geproost wordt met warme drank.

„Dat is niet helemaal juist, want met Glühwein proost je wel”, zegt Beatrijs Ritsema, auteur van het pas verschenen Het Groot Etiquetteboek. Maar in principe heet Tobias gelijk: proosten doet men meestal met alcoholische drank en die is over het algemeen koud.

Volgens Ritsema is het antwoord op de vraag simpel: warme dranken als koffie en thee drink je nu eenmaal bij bepaalde dagelijkse gelegenheden.’s Ochtends bij het ontbijt. Om 11 uur op het werk. Om 4 uur bij een koekje. „Het proosten is verbonden aan een meer feestelijke situatie. Het drukt verbondenheid uit met degenen die je wil laten delen in de feestvreugde. En op feestjes schenkt men van oudsher vaker alcoholische drank. Zo is de link ontstaan.”

Toch is het volgens Ritsema is niet tegen de etiquette om te proosten met een kopje koffie. „Van mij mag het, ik zeg niet: dat hoort niet. Het idee van proosten is juist dat iedereen meedoet en niemand wordt buitengesloten.”

Ook expert Reinildis van Ditzhuyzen (ze schreef de Ditz-reeks: over de vraag ‘Hoe hoort het eigenlijk?’) vindt dat de etiquetteregels voortdurend aangepast zouden moeten worden. „Met water zou je officieel ook niet mogen proosten”, vertelt ze, „maar dat vind ik idioot. Toen die regel werd bedacht, drónk men eenvoudigweg nog geen water of sap. Bier was toen de drank van het gewone volk. Ik heb zelf lang niet altijd zin in een biertje, dus nu heb bedacht dat het wél kan, proosten met water. En zelfs met koffie, als je dat wilt.”

Het proosten is een traditie die ontstaan is in de middeleeuwen, aan de Europese hoven, zegt Van Ditzhuyzen. „Als lid van de elite was je je leven niet zeker: vergiftiging kwam nogal eens voor. Daarom schonk men voor het drinken wat wijn van het ene glas in het andere. Om het vertrouwen in elkaar te bezegelen, lieten de drinkpartners daarna de glazen tegen elkaar klinken.”

De traditie van het klinken van glazen drong langzaam van de elite door naar het (bier drinkende) gewone volk. Van Ditzhuyzen: „Koffie en thee waren lange tijd ook dranken voor de elite. Ze werden pas laat in de achttiende eeuw populairder, en vanaf het begin af aan vooral geschonken in de middag of ná het diner. Niet op het moment dat je iets te vieren had.”

Desalniettemin ‘mag’ Tobias Smeets van de etiquetteboek-auteurs dus best zijn glas thee heffen, als hij dat graag zou willen. Op je gezondheid.

Janna Laeven