Voor natuur moet je niet bij de boer zijn

Het regeerakkoord rept er van en ook gisteren werd het tijdens een debat over het natuurbeleid in de Tweede Kamer weer duidelijk: het kabinet wil miljoenen besparen door geen natuur aan te kopen, maar boeren in te schakelen bij de voltooiing van de Ecologische Hoofdstructuur, het grand projet dat na twintig jaar zijn einde begon te naderen. Het motto luidt: boerenland is ook natuur.

„Een ramp”, oordeelt Frank Berendse, hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie aan de Wageningen Universiteit. Hij is niet de enige: ook provincies en oppositie zijn ontstemd. Volgens Berendse is „volledig duidelijk” dat agrarisch natuurbeheer niet helpt om de biodiversiteit te beschermen. Negen jaar geleden kwam hij met onderzoek waaruit bleek dat subsidie aan boeren die natuurvriendelijk werken, niet leidt tot meer weidevogels, en soms zelfs averechts werkt. Voor natuur moet je dus niet bij de boer zijn.

Vorig jaar verschenen onderzoek naar effecten van intensieve landbouw op planten, vogels en kevers bevestigt die conclusie. „Bestrijdingsmiddelen hebben doorslaggevende negatieve effecten”, zegt Berendse. Zijn oplossing: in weidegebieden de waterstand verhogen en minder mest gebruiken, en in akkerbouwgebieden minder spuiten. „En zulke maatregelen zijn niet verenigbaar met het boerenbedrijf .”