Terugkeer naar de Gouden Standaard is niet wenselijk

Een voorstel van de president van de Wereldbank, Robert Zoellick, om goud te gaan gebruiken als referentiepunt voor valuta’s, kan destabiliserend blijken. Zo’n door overheden vastgesteld systeem van ‘vaste’ wisselkoersen zou bezwijken als de druk te groot wordt. Een betere aanpak zou een aanpassing van de monetaire orde zijn door goud als particulier wereldwijd ruilmiddel in te zetten.

Zoellick oppert goud te gaan gebruiken als „internationaal referentiepunt voor de marktverwachtingen ten aanzien van de inflatie, deflatie en toekomstige valutakoersen.” In zijn zwakste vorm zou dit erop neerkomen dat de goudprijs een indicator wordt van de gezondheid van het mondiale monetaire systeem. In een krachtiger vorm zouden munten aan een ‘vaste’ wisselkoers ten opzichte van goud worden gebonden, net als het systeem van Bretton Woods (1944-1971) dit deed.

Het model werkte alleen zolang de Verenigde Staten de dominante wereldeconomie waren en de buitenlandse valutamarkten beheersten. Toen andere economieën weer opleefden en de mondiale valutamarkten na 1958 werden geliberaliseerd, bleek het systeem niet in staat de toenemende monetaire onevenwichtigheden aan te kunnen. Vandaag de dag is Amerika economisch veel minder dominant, en zijn de valutamarkten veel sterker, zodat de levensverwachting van een door staten beheerd systeem van ‘vaste’ wisselkoersen navenant veel korter is.

Als alternatief antwoord op het wereldwijde wantrouwen in munten zou de particuliere sector goud kunnen gaan inzetten voor gewone transacties. Exporteurs uit Duitsland of China, die de dollar wantrouwen en de euro of de yuan niet willen gebruiken, kunnen hun klanten goud in rekening brengen, als particulier ruilmiddel wordt. Banken die zulke klanten diensten willen aanbieden, kunnen ‘goudrekeningen’ openen en zichzelf indekken op de termijnmarkt of met ‘eigen’ goud.

Hierdoor zou het banksysteem niet ondermijnd hoeven worden. Wel zijn er grotere veranderingen nodig zijn. Als de mondiale monetaire autoriteiten de controle over de uitgifte van hun valuta’s in eigen hand houden, zou de markt voor particuliere goudtransacties bescheiden blijven en alleen maar groeien als de wereldwijde inflatie zou aantrekken. Het zou particulieren niettemin voorzien van een nuttige bescherming tegen een paar van de misplaatste uitspattingen van centrale bankiers.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Grootveld