Sloven moet, sloven is goed

Niks drie dagen per week – Elma Drayer vindt dat vrouwen meer moeten werken en niet moeten zeuren.

Maar wat schieten we daar mee op?

Met de regelmaat van de klok verschijnt er een journalistiek boek over het ‘vrouwenvraagstuk’ waarvan de titel schreeuwt om weerwerk – en waarvan de auteur dus van media-aandacht is verzekerd. Zo is daar nu dan Verwende prinsesjes van journaliste Elma Drayer (Vrij Nederland en Trouw). Drayer (1957) verzet zich in haar boek onder meer tegen vrouwen die willen moederen en daarom in deeltijd werken, vrouwen die de combinatie werk en zorg als zwaar ervaren, bijstandsmoeders en feministes die vrouwen superieur achten aan mannen. Drayers verdiensten zijn haar nuchterheid en haar allergieën voor slachtofferschap en zweverigheid, twee zaken die discussies over de vrouwenzaak inderdaad nogal eens vertroebelen. Maar doordat ze andere vrouwen zo verbeten terechtwijst, openbaart zich ook danig de beperking van wat je inmiddels best een genre kunt noemen: het werkende-moeder-pamflet.

Drayer is een zogeheten ‘arbeidsmarktfeministe’. Ze bepleit een plicht tot economische zelfstandigheid en vindt ze dat hoog opgeleide vrouwen die ervoor kiezen thuis te blijven hun studiekosten moeten terugbetalen. Van oudsher is keuzevrijheid is in Nederland het hoogste goed – slechts 30 procent van de vrouwen kiest voor voltijds werken. Voor een feministe van ‘klassieke snit’ als Drayer is het moeilijk te verkroppen dat vrouwen hun moeizaam bevochten rechten niet benutten. ‘Keuzefeministes’ die vrouwen de vrijheid om niet of nauwelijks te werken wél gunnen, bevinden zich volgens Drayer in een ‘unholy alliance’ met orthodox religieuzen, moederdieren en andere engerds die vrouwen uit het openbare leven willen houden: zij houden de machtskloof tussen man en vrouw in stand.

Maar door keuzefeminisme op één lijn te zetten met misogyne seksesegregatie in niet-westerse landen ontketent Drayer alleen een volgende ronde in de vuile oorlog die er in dit type boek wordt gevoerd. Keuzefeministen ontlopen weliswaar steevast de vraag naar macht en invloed, maar arbeidsmarktfeministen miskennen bewust de tegenpartij.

Het is voor Drayer een uitgemaakte zaak dat vrouwen niet willen werken, waardoor ze praktische belemmeringen als de prijs van kinderopvang bagatelliseert en verzuimt de Nederlandse situatie te vergelijken met andere landen. In Zweden werkt bijvoorbeeld 80 procent fulltime. Nederland bezuinigt op kinderopvang zodra veel ouders daar ook gebruik van maken. Liever dan dit soort zaken te noemen, zet Drayer vrouwen weg als lethargische mutsen en laat mannen en overheid met rust. Hoe feministisch kun je zijn?

En zo gaat Drayer aan wel meer zaken voorbij. Het is bijvoorbeeld één ding om pal te staan tegen de hoofddoek en de neiging van sommige moslims hun dochters gescheiden te willen laten zwemmen, of een arts van de eigen sekse te eisen. Natuurlijk, dat komt neer op uitsluiting van vrouwen. Vervang, zo betoogt Drayer, het woord vrouw in al deze voorbeelden door ‘zwarte’ en je ziet hoe het zit. Maar wat vindt Drayer dat we moeten doen als vrouwen worden weggehouden bij de dokter? Hoe om te gaan met de niet zo heldere praktijk? We lezen het nergens.

Interessanter is Drayer als ze ‘het sprookje van Moeder Natuur’ ontrafelt. new-agemotieven, vrouwelijk chauvinisme en het ‘neurocentrisme’, de popularisering van de hersenwetenschap die de mens tot verlengstuk van zijn brein reduceert, geven de verering van het moederschap momenteel een nieuwe impuls. Voor je het weet, waarschuwt ze, maken conservatief-religieuze mannen hiervan gebruik om de vrouw weer achter het aanrecht te duwen.

Van het ‘lyrisch gezever’ van de ‘verschilfeministen’ die ‘vrouwelijke waarden’ als overleg en gelijkwaardigheid impliciet als superieur zien aan mannelijke competitiedrang en strijdbaarheid, moet Drayer niks hebben. Zelfs de onmiskenbare vervrouwelijking van de maatschappij bevalt haar niet, zolang vrouwen ‘in de grotemensenwereld geen rol van belang’ spelen. Alleen de top telt, en vrouwen moeten zich aanpassen aan het mannelijke werkklimaat daar. De vervrouwelijkte maatschappij is kennelijk een kleutercrèche, want alleen de mannelijke werkarena is de ‘grotemensenwereld’. Alleen al linguïstisch gezien is dit niet heel gelukkig.

Als werkende-moeder-pamflet vol felle standpunten, editie 2010, voldoet Verwende prinsesjes prima. Maar kan er nu eens een diepgravender boek komen dat dit debat voorgoed in het enig juiste perspectief zet? Het perspectief van, om er eens een klassieker tegenaan te gooien, Man, Vrouw, Maatschappij? Het draait niet alleen om vrouwen, het draait om twee visies op wat een samenleving is of kan zijn. Moeten vrouwen net als mannen razendsnel fulltime de economische ratrace in, omdat we anders nooit een kans maken tegen China? Of hebben gelukseconomen een punt, en worden man, vrouw, kind én economie beter van een flexibeler, meer op maat gesneden verdeling van arbeid en zorg?

Elma Drayer: Verwende prinsesjes. Portret van de Nederlandse vrouw. Bezige Bij,192 blz. € 19,90