Protectionisme is gevaar voor wereldeconomie

Ruim 50 procent van de maatregelen die overheden hebben genomen om de crisis te bestrijden zijn discriminerend voor het buitenland. Vooral de ontwikkelingslanden zijn de dupe.

Om de internationale economische crisis te bestrijden zijn sinds 2008 ruim 140 protectionistische maatregelen genomen die schadelijk zijn voor de positie van ontwikkelingslanden. 70 procent van deze beleidsmaatregelen is genomen door de regeringsleiders van de G20.

Dat blijkt uit een gisteren gepubliceerde studie van zeven economische instituten die als Global Trade Alert (GTA) de opkomst van protectionisme in de gaten houden sinds het uitbreken van de economische crisis in 2008. Sindsdien hebben de G20-landen op hun topontmoetingen in Washington, Londen en Pittsburgh afspraken gemaakt over stimuleringsmaatregelen ter bestrijding van de crisis.

Deze ingrepen van de overheid worden al snel uitgelegd als steun aan de eigen industrie en landbouw, om zo banen te behouden. In juni van dit jaar kwamen de regeringsleiders van de twintig belangrijkste economieën in Toronto bijeen om dit probleem te bespreken. In de slotverklaring werden vele intenties uitgesproken, zoals een verhoging van de kapitaalbuffers voor banken (zonder concrete invoerdatum), de halvering van de overheidstekorten (in 2013) en de afname van de staatsschulden (in 2016).

Bestrijding van protectionisme beperkte zich tot polemiek. Global Trade Alert turfde sinds Toronto ruim honderd maatregelen die de regeringsleiders van de G20 hebben genomen en die een eerlijke concurrentie tussen landen in de weg staan.

Het debat over protectionisme is net zo oud als de geschiedenis van de internationale handel. De klassieke econoom David Ricardo (1772-1823) bewees dat op de lange termijn een vrije handel de grootste bijdrage levert aan de economische groei in de wereld.

In weerwil van de bevindingen van Ricardo nemen overheden twee eeuwen later tal van protectionistische maatregelen om de binnenlandse landbouw en producenten en industrieën te beschermen. Vaak wordt gebruik gemaakt van invoerbeperkende maatregelen, zoals invoerheffingen en invoerquota, of wordt de binnenlandse fabrikant gesteund door subsidies. Op deze manier kunnen landen die problemen hebben met de buitenlandse handel hun eigen producten beschermen tegen goedkopere (en/of betere) producten vanuit het buitenland.

Ook kan er een verbod ingesteld worden op het invoeren van bepaalde goederen. Of er wordt een maximum aantal vastgesteld dat mag worden ingevoerd worden: contingentering. Sinds het uitbreken van de economische crisis heeft de GTA in totaal 1.339 overheidsmaatregelen geteld, waarvan 693 de classificatie ‘rood’ hebben gekregen – dit betekent dat ze discriminerend zijn voor het buitenland.

Pleitbezorgers van protectionisme willen voorkomen dat er werkgelegenheid verloren gaat in een bepaald land of ze proberen te voorkomen dat een bedrijfstak een bepaalde monopoliepositie verliest. Tegenstanders zeggen dat protectionisme kan leiden tot een verbeterde situatie binnen één bedrijfstak, maar dat het land er als geheel op achteruit gaat. Door het relatieve voordeel dat beide landen bij vrijhandel genieten zou protectionisme bestreden moeten worden.

De Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organization, opgericht in 1995) moet de internationale handel bevorderen, handelsconflicten beslechten en handelsbarrières opheffen. De basisfilosofie van de organisatie is dat internationale handel de beste en snelste manier is om de wereld welvarender te maken. Aan de vooravond van de G20-top in Seoul heeft de WTO nog een keer gewezen op de voordelen van vrijhandel.