Kunstvondst doet denken aan 'krimi'

Bij opgravingen in Berlijn zijn elf beeldhouwwerken gevonden die vanaf 1937 door de nazi’s als ‘ontaarde kunst’ in beslag zijn genomen. „Een zeer, zeer spectaculaire vondst.”

Raum 3, "Dada-Wand" mit Werken von Müller, Nolde, Pechstein, Schmidt-Rottluff, Kirchner, Grosz, Voll, Schwitters, Haizmann, Klee, Herzog, Kandinsky, Feininger und M.Moll
Aufnahmedatum: 1937
Aufnahmeort: München
Systematik:
Geschichte / Deutschland / 20. Jh. / NS-Zeit / Kulturpolitik / Ausstellungen / "Entartete Kunst" München 1937 / Ausstellungsräume / Erdgeschoß / 2. Raum
bpk / Zentralarchiv, SMB

Stel: je bent archeoloog en graaft naar de resten van een ver verleden, pakweg achthonderd jaar terug. Je vindt geen potscherven uit de Middeleeuwen, maar ontaarde kunst uit de nazitijd. Dat overkwam Matthias Wemhoff, stadsarcheoloog van Berlijn. „Het was als een krimi waarin we figureerden. Het begon in januari van dit jaar en ging door tot twee weken geleden. We vonden steeds meer vermiste kunst uit de Hitlerjaren; unieke werken van kunstenaars van grote naam.”

Duitsland heeft een nieuw hoofdstuk cultuurgeschiedenis geschreven. Bij opgravingen in het centrum van Berlijn zijn elf beeldhouwwerken gevonden die vanaf 1937 door de nazi’s als ‘ontaarde kunst’ in beslag zijn genomen en waarvan werd aangenomen dat ze voorgoed verdwenen of vernietigd waren. Burgemeester Klaus Wowereit van Berlijn, voorzitter Hermann Parzinger van de gezaghebbende stichting Pruisisch cultuurbezit en stadsarcheoloog Matthias Wemhoff kwamen gisteren op een perspresentatie woorden tekort om hun verbazing en vreugde te beschrijven.

Parzinger, zelf archeoloog: „In ons vak komt het altijd anders dan je denkt, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Je graaft naar de dertiende eeuw en je vindt ontaarde kunst. Het is een zeer, zeer spectaculaire vondst.”

De elf sculpturen zijn vlakbij het Berlijnse stadhuis gevonden. Daar wordt binnenkort een nieuwe metrolijn aangelegd, maar voor het zover zou zijn, mochten archeologen even hun gang gaan. Ze gingen begin dit jaar in oorlogspuin graven op een plek waar tot 1944 het huis Königstrasse 50 stond. „Wat als eerste naar boven kwam, was een bronzen beeltenis van de toneelspeelster Anni Mewes, van beeldhouwer Edwin Scharff”, zegt stadsarcheoloog Wemhoff.

Later werden beelden gevonden van Otto Baum, Otto Freundlich, Karl Knappe, Marg Moll, Emy Roeder, Gustav Heinrich Wolff en Naum Slutzky; allen gerenommeerde kunstenaars. Drie sculpturen zijn nog niet geïdentificeerd. De beeldhouwwerken, die zonder uitzondering van keramiek of brons zijn, hebben „brandpatina” zoals Wemhoff het noemt. „Königstrasse 50 is in 1944 afgebrand. De kunstwerken zijn van hogere verdiepingen vermoedelijk naar beneden gevallen toen het pand instortte. Het kan zijn dat er nog ontaard verklaarde schilderijen hingen, maar die zijn dan verbrand.”

De elf sculpturen kwamen uit musea in Berlijn, Hamburg, Stuttgart, Breslau, Karlsruhe en München. Waarom ze verzameld waren in het huis aan de Königstrasse is nog onopgehelderd. Maar er is „een hoogst interessante aanwijzing, die de vondst misschien nog eens extra bijzonder maakt”, zegt Wemhoff. Een van de mensen die kantoor hielden in Königstrasse 50 was de economisch adviseur Erhard Oewerdieck, overleden in 1977. Oewerdieck heeft joden geholpen met hun emigratie naar Amerika. En hij heeft een joodse medewerker bij hem thuis laten onderduiken. Na de oorlog heeft hij hiervoor een Israëlische onderscheiding gekregen.

„We hebben geen bewijzen, maar wel een stelling: Köningstrasse 50 was tot 1942 joods eigendom. Daarna kwam het in handen van de Duitse staat. Er is maar één persoon die een verbinding met de sculpturen kan hebben en dat is Oewerdieck. Van hem staat onomstotelijk vast dat hij z’n kantoor in dit pand had. Oewerdieck kan de ontaarde kunstwerken op de een of andere manier in handen hebben gekregen en ze in zijn kantoor veilig hebben willen stellen”, zegt Wemhoff.

Sommige van de gevonden sculpturen waren in 1937 op een later berucht geworden tentoonstelling over ontaarde kunst in München te zien, zoals Emy Roeders Zwangere en Marg Molls Danseres. De meeste makers van de stukken die nu gevonden zijn, konden na 1945 weer aan de slag. Maar de joodse Otto Freundlich, van wie een terracotta kop uit 1925 is geborgen, overleefde de oorlog niet. Hij werd in 1943 in het concentratiekamp Majdanek door de nazi’s vermoord.

Vanaf vandaag hebben de elf ooit ontaard verklaarde kunstwerken een ereplaats gekregen in het Berlijnse Neues Museum.