'Ik praat met alle kunstenaars voor ik iets koop'

Reyn van der Lugt mocht zijn kunstverzameling vermengen met de collectie in het kasteel waar vroeger verzamelaar Dirk Hannema woonde. „Het is een Gesamtkunstwerk.”

Heino, 04-11-2010. Reyn van der Lugt bij het inrichten van zijn tentoonstelling in kasteel Het Nijenhuis. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Blij als een kind loopt verzamelaar Reyn van der Lugt (1949) door de vertrekken van kasteel Het Nijenhuis in het Overijsselse Heino. In iedere ruimte hangen, tussen de eeuwenoude schilderijen en de antieke meubelstukken, ook steeds hedendaagse foto’s uit zíjn collectie. Idyllische zeventiende-eeuwse vergezichten gaan een dialoog aan met hypermoderne stadsgezichten, barokke heiligen staan oog in oog met twintigste-eeuwse pubers. Ook voor Van der Lugt zelf, die zijn kunstwerken als geen ander kent, levert dat verrassende combinaties op. „Het is een openbaring”, zegt hij. „Zo heb ik mijn eigen collectie nog nooit ervaren.”

Dat Van der Lugt, oud-directeur van het Groninger Museum en voormalig cultureel attaché in New York, ook fanatiek kunstverzamelaar is, was tot nu toe niet erg bekend. Afgezien van een enkele bruikleen is zijn collectie nooit eerder in een museum te zien geweest. Maar toen Museum de Fundatie Van der Lugt dit voorjaar uitnodigde om zijn foto’s te tonen in Het Nijenhuis, het vroegere woonhuis van kunstverzamelaar Dirk Hannema (1895-1984), hoefde hij niet lang na te denken. Te gast in de schatkamer van een collega-verzamelaar. Mooier kon haast niet.

Wat typeert volgens u de collectie van Dirk Hannema?

„Hannema was ook iemand die heel hapsnap verzamelde. Ik ben divers in mijn aankopen, maar hij was daar nog vele malen erger in. Zijn collectie is van alles wat: bustes, klokken, zilver, keramiek, etnografica, schilderijen. Hij kon op één dag zowel een vijftiende-eeuwse miniatuur als een would-be Van Gogh of een schilderij van Paul Citroen kopen. Mijn eigen collectie is ook breed en omvat naast fotokunst ook schilderijen, tekeningen, design, installaties, sculpturen.”

U heeft in Het Nijenhuis uw kunstwerken aan die van Hannema gekoppeld op een manier die de Couplet-tentoonstellingen van Rudi Fuchs in herinnering brengt. Er zijn overeenkomsten in kleur, in thematiek, in formaat. Hoe is de inrichting tot stand gekomen?

„In mijn fotocollectie zijn alle genres vertegenwoordigd: het portret, het landschap, het stilleven, het stadsgezicht, het interieur. De thema’s die kunstenaars kiezen zijn al eeuwenlang hetzelfde, of het nu gaat om schilders, beeldhouwers of fotografen. Die kun je hier mooi bij elkaar brengen. Ter voorbereiding van de tentoonstelling heb ik A-viertjes van mijn foto’s aan de conservatoren van het museum gegeven en ze mijn wensen kenbaar gemaakt. Hebben jullie een Ruysdael die hierbij past, of een Saenredam? Om ruimte te maken heb ik veel stukken uit de vaste collectie moeten weghalen, ook meubels. Het is dus een restyling van het hele museum geworden, een Gesamtkunstwerk van mijn kunst en hun kunst en het kasteelinterieur.”

Waar koopt u uw kunstwerken?

„In galeries in binnen- en buitenland. De laatste jaren koop ik vooral werk van jonge kunstenaars. Ik ga naar de eindexamenexposities van kunstacademies en naar de Open Ateliers van de Rijksakademie. Zo heb ik Edwin Zwakman ontdekt en Marike Schuurman. Ik ben heel vaak de eerste koper. Wel wil ik altijd eerst een gesprek met de kunstenaar hebben over het werk. Als dat goed verloopt, als ze gefundeerde ideeën hebben, dan koop ik het.”

Dus de inhoud moet ook kloppen? Het gaat u niet alleen om het mooie plaatje?

„Ik wil altijd weten waar zo’n kunstwerk vandaan komt. De boodschap, het verhaal van de kunstenaar is voor mij heel belangrijk. Er zijn in mijn collectie maar een vijftal kunstwerken waarvan ik de maker nooit ontmoet heb. Ik probeer altijd op atelierbezoek te gaan, ook als ik het werk op een internationale beurs gekocht heb. Daarna blijf ik zo’n kunstenaar volgen, ik reis ze achterna als ze openingen hebben.”

Er wordt de laatste tijd door de overheid veel gesproken over de rol van het mecenaat. Voelt u zich als verzamelaar ook een mecenas?

„Jazeker, je kunt kunstenaars steunen door hun werk aan te kopen. Maar je kunt ze, als je zoals ik een beperkt budget hebt, ook helpen met je contacten. Toen ik in New York werkte, was ik een soort makelaar die Nederlandse kunstenaars in het Amerikaanse circuit probeerde te brengen. Dat tracht ik nog steeds te doen. Ik praat met kunstenaars over hun ambities, geef ze tips welke galeries ze zouden kunnen benaderen. En als ik denk dat het serieus is, mail ik de galeriehouder: wil je deze kunstenaar ook ontvangen? Zo heb ik al meerdere kunstenaars aan een Nederlandse of internationale galerie kunnen helpen. Dat is een vorm van mecenaat die niets met geld te maken heeft. Ik stel mijn netwerk open voor iedereen die daar profijt van zou kunnen hebben.”

Dus de band tussen verzamelaar en kunstenaar is best hecht?

„Soms ontstaat er zelfs kunst uit die samenwerking. Neem deze foto van Filip Jonker, een kunstenaar die vijf jaar geleden is afgestudeerd aan de AKI in Enschede. Hij is eigenlijk beeldhouwer en was bezig in zijn atelier een installatie te maken van gevonden dinky toys en speelgoedhuisjes. Op zijn laptop liet hij me daar een foto van zien, gemaakt als geheugensteuntje. Toen zei ik: maar dit is als foto ook heel interessant. En vervolgens heeft hij op mijn verzoek afdrukken gemaakt, die ik heb gekocht.”

Dan vertelt hij, met zachte stem, over een van zijn meest dierbare werken, de foto A Balancing Act van Job Koelewijn uit 1998. Daarop is te zien hoe de kunstenaar in het centrum van New York, te midden van de wolkenkrabbers, een toren van dienbladen rechtop tracht te houden.

Van der Lugt: „Ik had net te horen gekregen dat ik kanker had en mogelijk niet lang meer te leven zou hebben. Op de dag dat ik het ziekenhuis in ging, stond deze foto in de Volkskrant. Voor mij symboliseert deze foto alles: mijn verhouding met New York, het wankele evenwicht van mijn gezondheid.

„Toen ik na anderhalf jaar mijn ziekte overwonnen had, heb ik Koelewijns galerie opgebeld en gezegd: ik moet die foto hebben. Er bleken er maar drie van gemaakt te zijn en die waren allemaal verkocht. Van nieuwe afdrukken wilde de kunstenaar niets weten. Uiteindelijk heb ik hem een voorstel gedaan: maak dan een werk in een ander formaat en in een andere techniek, de zeefdruk. Daarmee ging Koelewijn godzijdank akkoord. Ik heb nu nummer 1 in een oplage van 50. En ik heb dus ook nog 49 andere mensen blij gemaakt.”

U bent daarmee ook de mentor die zegt welke richting de kunstenaar met zijn werk op zou kunnen gaan?

Hij lacht. „Het komt inderdaad vrij vaak voor dat ik hen een duwtje geef.”

‘Louvre in Heino’, fotografie uit de collectie van Reyn van der Lugt. T/m 6 febr in Museum de Fundatie, ’t Nijenhuis 10, Heino/Wijhe. Do t/m zo 11-17u. Inl: www.museumdefundatie.nl