Ik bestuurde echt wel zélf het Witte Huis

Vanaf vandaag liggen de memoires van George W. Bush in de boekhandel.

Wie nog ergens dacht dat Bush een daadkrachtige leider was, weet nu definitief beter.

This photo taken Oct. 28, 2010 and provided by Harpo Productions Inc., shows talk-show host Oprah Winfrey interviewing former President George W. Bush during taping of "The Oprah Winfrey Show" at Harpo Studios in Chicago. The show will air nationally on Tuesday, Nov. 9, 2010. (AP Photo/Harpo Productions Inc., George Burns) **NO SALES** AP

In zijn memoires Decision Points noemt George W. Bush het ‘een mythe’ dat niet hij, maar Dick Cheney ‘in feite het Witte Huis bestierde’ tijdens zijn presidentschap. ‘Iedereen in het gebouw, de vicepresident niet uitgezonderd,’ aldus Bush, ‘wist dat het niet waar was.’

Bush wijdt er helaas verder niet over uit, maar het is duidelijk dat hij de kern van deze mythe (of waarheid) verkeerd heeft begrepen. De vraag was niet of Cheney de beslissingen nam, maar of hij achter de schermen het beleid bepaalde, bijvoorbeeld bij de invasie van Irak. Bush zag zichzelf als ‘de beslisser’, Cheney speelde het spel mee en noemde hem ‘the Man’. Bush geloofde in zijn rol als leider, Cheney genoot van de zijne als souffleur.

Decision Points verandert weinig aan dit beeld. In een veelzeggende passage over Saddam Hussein en de aanloop naar de invasie van Irak bijt Cheney tijdens hun wekelijkse lunch de president toe: ‘Gaat u nou nog wat doen aan die man, of niet?’ Bush constateert droog: ‘Het was zijn manier om te zeggen dat we genoeg tijd hadden besteed aan diplomatiek overleg. Ik waardeerde Dicks ongezouten advies.’ Enkele pagina’s eerder schrijft Bush over de maanden voor de oorlog dat hij zelf meende dat de diplomatie ‘een eeuwigheid leek te duren’. Met andere woorden: Cheney schatte goed in hoe ver hij kon gaan. Bush de zelfverklaarde beslisser had tijdens de lunch alleen nog een laatste zetje nodig.

Het feit dat de president in 2003 overwoog Cheney te vervangen, het belangrijkste nieuwsfeit uit Decision Points dat vorige week al uitlekte, is dan ook nauwelijks serieus te nemen. Aan diens mogelijke opvolger, oud-senaatsleider Bill Frist uit Tennessee, maakt Bush in het boek nog minder woorden vuil dan aan het verhaal dat Cheney aan de touwtjes trok. Bovendien: de vicepresident sneed het onderwerp zelf aan, niet omgekeerd. Na een korte denkpauze kwam Bush tot de conclusie dat hij zijn belangrijkste raadgever niet kon missen. (De enige keer dat Bush het advies van Cheney naast zich neerlegde was bij de afgewezen gratieverlening van Cheney’s stafchef Lewis ‘Scooter’ Libby op het einde van zijn presidentschap.)

Het opvallendste aspect van Decision Points, vertaald als Cruciale beslissingen, is dat Bush er het beeld van de daadkrachtige leider, dat kennelijk in elk geval nog bij hemzelf bestond, hier definitief ontmaskert. Hij toont zich juist soms onthutsend passief in zijn beleid. Zo deed hij twee jaar over het ontslag van minister van defensie Donald Rumsfeld omdat hij niet wist wie hem moest vervangen. De naam van diens opvolger Bob Gates werd uiteindelijk aangedragen door een adviseur en vriend van de middelbare school. De bevordering van campagnestrateeg Karl Rove tot beleidsmedewerker na de verkiezingen van 2004 was het idee van zijn stafchef. De degradatie van de niet functionerende Rove werd twee jaar later uitgevoerd door diens opvolger. Juridisch medewerker Harriet Miers werd als kandidaat voor het hooggerechtshof ontdekt door enkele parlementsleden. Ze was zo ‘verbijsterd’ dat ze het aanbod niet meteen afsloeg, maar kwam enkele weken later zelf tot de conclusie dat ze er niet geschikt voor was. Een medewerker en oude vriend uit Texas maakte Bush in 2006 duidelijk dat de organisatie van het Witte Huis niet deugde. Deze besloot daarop zijn stafchef te vervangen.

Decision Points waaraan Bush met een voormalige tekstschrijver heeft gewerkt vanaf de dag dat hij als ex-president terugkeerde naar Texas, is geen traditionele politieke biografie. Elk hoofdstuk is opgebouwd rond een beslissing: het afzweren van de drank, zijn kandidatuur als gouverneur van Texas, de organisatie van zijn personeel in het Witte Huis, zijn worsteling met stamcelonderzoek, de reactie op de terreuraanslagen van 11 september 2001, de invallen in Afghanistan en Irak, de reddingsoperatie van Wall Street, enz. Opvallend is dat hij zich bij elke beslissing liet leiden door het advies of oordeel van een mentor. Bij het opgeven van de drank: dominee Billy Graham. Bij zijn kandidatuur als gouverneur: Karl Rove. Bij de organisatie van zijn personeel: Dick Cheney. Bij de beslissing over het toestaan en financieren van stamcelonderzoek: medicus en hoogleraar filosofie Leon Kass. Bij de invallen in Afghanistan en Irak: generaal Tommy Franks en souffleur Cheney. Bij de overheidssteun voor Wall Street: oud-bankier Hank Paulson en voorzitter van de centrale bank Ben Bernanke.

Daar is niets op tegen, maar het vult wel zijn zelfverklaarde imago als beslisser aan: Bush leunde zwaar op vaderfiguren om zijn geest rijp te maken. In vrijwel ieder hoofdstuk voert hij bovendien het inspirerende voorbeeld op van zijn echte vader. Een van de verrassingen van het boek is de hechte en warme relatie die hij onderhield met Herbert Walker Bush.

Een enkele keer steekt hij de hand in eigen boezem. Hij had spijt van zijn botte taalgebruik (‘dood of levend’) aan het adres van Osama bin Laden na de terreuraanslagen van 11 september. Zijn optreden op een vliegdekschip (‘Missie Volbracht’) na de val van Saddam Hoessein was een grote fout. Na de verwoesting van New Orleans door tropische storm Katrina wachtte hij te lang met het nemen van actie. Dat Irak niet over massavernietigingswapens bleek te beschikken was een misser.

Vaker is hij koppig. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen lieten elitetroepen volgens hem Osama bin Laden eind 2002 niet ontglippen in de bergen van Tora Bora. Het waterboarden van drie al-Qaeda gevangenen was geen martelen en leverde een schat aan informatie op. Een van de slachtoffers, Abu Zubaydah, zou zelfs zo enthousiast zijn geweest over zijn behandeling dat hij deze voor ‘alle broeders’ voorstelde. De opvang van gevangenen op de basis Guantanamo Bay was humaan. Het favoriete boek dat ze lazen uit de plaatselijke bibliotheek was een Arabische vertaling van Harry Potter. De planning van de naoorlogse periode in Irak was goed voorbereid. Zijn belastingverlaging kwam niet alleen de rijken ten goede en was noodzakelijk voor het scheppen van banen en stimuleren van economische groei. Tegenargumenten behandelt hij niet. Alternatieve visies laat hij onvermeld.

Onbedoeld grappig is zijn afscheidsbezoek aan Afghanistan in december 2008. Na een lofzang op alle vooruitgang die er sinds de inval was bereikt schrijft hij: ‘Bij de nadering van Kabul rook ik een bijtende lucht. Ik besefte dat die van verbrande autobanden kwam – een Afghaanse gewoonte, helaas, om het warm te krijgen. De luchtkwaliteit op de grond was al niet veel beter. Toen ik thuiskwam heb ik nog een week lopen hoesten, een herinnering dat het land nog een lange weg te gaan had.’ Even is het gedaan met het zelfverklaarde ‘West-Texaanse optimisme’ van de beslisser.

George W. Bush: Cruciale beslissingen. Balans, € 22,50. Dit is een vertaling van: Decision Points. Crown, 400 blz. € 33,90