Houellebecq wil de haat tegen zichzelf cultiveren

Diep gelukkig was Michel Houellebecq naar eigen zeggen gisteren na het winnen van de Prix Goncourt. Die emotie heeft hij zelden toegegeven.

French novelist Michel Houellebecq takes part in the TV broadcast show "Le Grand Journal" on Canal Plus channel in Paris, on november 8, 2010. Houellebecq won today the Goncourt Prize for his best-selling satire "The Map and the Territory". AFP PHOTO / JOEL SAGET AFP

Drie maal greep hij ernaast, Michel Houellebecq, de omstreden schrijver die maandag de Prix Goncourt kreeg voor zijn roman La carte et le territoire. Met zijn tweede roman Elementaire deeltjes uit 1998 zorgde Houellebecq vanwege zijn satirische aanval op het linkse vooruitgangsdenken en de libertijnse uitwassen van de jaren zestig voor een heftige polemiek. Houellebecq werd ervan beschuldigd reactionaire, pseudo-fascistische ideeën te koesteren.

In 2001 veroorzaakte Platform rumoer, niet alleen vanwege het dubieuze gehalte van het sekstoerisme dat onderwerp was van de roman, maar ook omdat de auteur de islam in een interview ‘la religion la plus con’ had genoemd. Weer vielen critici over hem heen, er werd een proces tegen hem aangespannen dat uiteindelijk niet tot een veroordeling leidde. Aan een dergelijk auteur kon de jury, vlak na 9/11, onmogelijk Frankrijks meest prestigieuze prijs geven. In 2005 werd Houellebecq’s roman Mogelijkheid tot een eiland in de laatste ronde nipt verslagen door Trois jours chez ma mère van François Weyergans.

Maar nu heeft hij hem. In zijn bekroonde roman over een beeldend kunstenaar die de schrijver Michel Houellebecq ontmoet, kraakt hij Picasso en Le Corbusier en karikaturiseert hij een aantal min of meer bekende Franse persoonlijkheden. Hij werd ervan beschuldigd Wikipedia te hebben geplagieerd. Maar eigenlijk is het dat wel.

Op de foto’s, genomen in restaurant Drouant, waar traditioneel de Prix Goncourt bekend wordt gemaakt, glimlacht Houellebecq gelukzalig zelfverzekerd in de camera, een glas champagne in de hand. Na de bekendmaking verklaarde de schrijver ‘diep gelukkig’ te zijn. Een opmerking die op zich in zo'n situatie niet zo bijzonder mag lijken, maar dat wel is voor een schrijver die een groot deel van zijn werk heeft gewijd aan het gevoel diep óngelukkig te zijn.

In 1991 verscheen bij uitgeverij La Différence zijn eerste publicatie, Rester vivant (door Martin de Haan vertaald als Leven, lijden, schrijven – methode). Houellebecq legt in deze tekst uit hoe je dichter wordt: ‘Elk lijden is goed; elk lijden is nuttig; elk lijden werpt zijn vruchten af. Tot de bodem van de afgrond van de liefdeloosheid gaan. De haat tegen uzelf cultiveren. Het dichterschap aanleren is het leven afleren’.

Een paar jaar geleden sprak ik hem in Amsterdam, voor een gesprek over zijn ‘beslissende boek’, het boek dat zijn leven veranderde. Een uur te laat en met een verdwaasde blik in zijn ogen stapte Michel Houellebecq tegen negen uur ’s avonds zijn Amsterdamse hotel binnen. Zijn vrouw, zijn uitgever en de leden van Franse rockband waarmee hij toen optrad, stonden op het punt hem in de rosse buurt te gaan zoeken. Zonder nadere verklaring strekte hij zich als een pasja uit op zijn bed en nodigde mij uit op het voeteneind plaats te nemen. Het hele gezelschap schaarde zich ongemakkelijk stommelend in de minuscule hotelkamer, rond het tweepersoonsbed waarin Houellebecq grijnzend van genoegen, van onder zijn donzen dekbed, audiëntie hield. Zijn vrouw trok haar zwarte netkousen recht en maakte een kop sterke, zwarte nescafé voor haar vermoeide echtgenoot. Het boek dat zijn leven veranderde? Dat was natuurlijk een boek van zijn eigen hand, Rester vivant.

    • Margot Dijkgraaf