Hervorming Veiligheidsraad is al jaren een slopend proces

President Obama zegde gisteren steun toe voor een permanente zetel in de Veiligheidsraad voor India. Daartoe is hervorming van de raad nodig, een diplomatiek proces met talloze obstakels.

Al jaren wordt er binnen de Verenigde Naties gesproken over hervorming van de Veiligheidsraad. Behalve India vinden ook Japan, Brazilië, Duitsland, dat ze in aanmerking komen voor een permanente zetel. Waarom heeft het continent Afrika geen permanente zetel, vragen Afrikaanse landen. Waarom is er geen permanente zetel voor een land uit het Midden-Oosten of de islamitische wereld? Zou het ook niet logischer zijn om één Europese zetel te hebben, in plaats van een Franse en een Britse?

Maar hervorming van de raad, het machtigste orgaan van de Verenigde Naties, blijkt een moeizaam proces. Uitzicht op verandering van de huidige situatie is er na 18 jaar van overleg nog altijd niet.

Van de 192 lidstaten van de VN hebben er slechts vijf een permanente zetel in de raad en het daarbij behorende veto waarmee ze elke actie kunnen blokkeren. Deze zogenoemde permanente vijf (P5) zijn de VS, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk.

Binnen de VN bestaat overeenstemming dat deze zetelverdeling te veel een weerspiegeling is van de machtsverhoudingen van na de Tweede Wereldoorlog, toen de volkerenorganisatie werd opgericht. De wereld is sindsdien ingrijpend veranderd. Het is allang niet meer vanzelfsprekend – behalve misschien in Londen en Parijs – dat Groot-Brittannië en Frankrijk bij alle kwesties van oorlog en vrede waarmee de raad zich bezighoudt een sleutelrol spelen in het hart van de internationale diplomatie. Waarom zouden bijvoorbeeld Duitsland en Japan daar inmiddels niet even goed voor in aanmerking komen?

Eén keer is de raad groter gemaakt: in 1965 werd het aantal leden van elf uitgebreid tot vijftien, na instemming van alle permanente leden en tweederde van de leden van de Algemene Vergadering, waarin alle lidstaten zitting hebben.

Een nieuwe uitbreiding moet allerlei obstakels overwinnen. De permanente vijf moeten er mee instemmen – en als bijvoorbeeld China een Indiase zetel ziet als een versterking van de Amerikaanse positie zal Peking niet gauw akkoord gaan.

Verder blijkt er iedere keer grote verdeeldheid te bestaan tussen de landen die op zo’n permanente zetel uit zijn. Toen er een plan was waarin twee permanente zetels bestemd zouden zijn voor Afrikaanse landen, vonden Nigeria, Zuid-Afrika en Egypte alle drie dat zij die moesten bezetten. Toen over een kandidatuur voor Brazilië werd gesproken, stak meteen ook Argentinië zijn vinger op.

Onduidelijk is hoeveel nieuwe permanente (en eventueel ook tijdelijke) zetels er zouden moeten komen, hoe nieuwe permanente leden aangewezen moeten worden, en of ze ook vetorecht krijgen. Een Amerikaanse politicoloog citeert vandaag op zijn blog een oud-president van een groot land, die verzucht: lidmaatschap van de raad is alleen maar nóg een manier om problemen met de VS te krijgen.