Halsoverkop naar het beloofde land

De hele top van Akzo Nobel was gisteren in China. De Nederlandse verf- en chemieproducent opende een nieuwe productielocatie voor chemicaliën in Ningbo. 275 miljoen euro heeft het bedrijf geïnvesteerd in een complex en dat zal nog meer worden. Nu al is het de grootste investering die Akzo Nobel ooit heeft gedaan, overnames niet meegerekend.

Zeventien fabrieken in China is nog niet genoeg. Akzo Nobel blijft bouwen in China. En doet er niet moeilijk over zijn nieuwste technologieën in zijn Chinese fabrieken te gebruiken. Zoals Nederlandse multinationals daar toch al geen problemen mee hebben.

Met DSM en Philips hoorde Akzo Nobel in september tot het trio bedrijven dat aankondigde fors meer in China te investeren en daar een forse omzetverhoging van te verwachten. Klagen over beperkingen op de Chinese markt hoor je de topmannen van de drie bedrijven niet. Angst voor diefstal van intellectueel eigendom lijkt niet te bestaan met hun uitbreidingen in onderzoek en ontwikkeling in China.

Hoe anders is het met de Duitsers, Amerikanen en Indiërs. In een gesprek met de Chinese premier Wen Jiabao klaagden president-commissaris Jürgen Hambrecht van chemiebedrijf BASF en bestuursvoorzitter Peter Lösscher van elektronicaconcern Siemens in september over „regels die buitenlandse bedrijven dwingt om waardevolle intellectueel eigendom over te dragen in ruil voor toegang tot de markten”. De topman van het Amerikaanse General Electric Jeffrey Immelt zei korte tijd later dat hij zich zorgen maakte over de activiteiten in China. „Ik ben er niet zeker van dat ze ook maar een van ons wil laten winnen, of een van ons succesvol wil laten zijn.” Staaltycoon Laksmi Mittal riep begin oktober 2010 de Chinezen op de beperkingen op buitenlandse investeringen te verminderen. De Indiër die overal ter wereld staalbedrijven heeft opgekocht, krijgt in China nauwelijks voet aan de grond.

Zoals het met de bedrijfstopmannen is, zo is het met de leidende politici. De Duitse bondskanselier Angela Merkel noemt in een interview met de Financial Times vanmorgen oplevend protectionisme haar grootste zorg. En dan heeft ze het niet over de valutaoorlog, maar over echte handelsbarrières. Van de Nederlandse premier Rutte of zijn superminister van Economische Zaken is nog niets vernomen.

Dat is best vreemd. Naast België is Nederland het land dat in onderzoeken het meest kwetsbaar blijkt voor handelsbeperkende maatregelen. Is dit aan de vooravond van een mogelijke handelsoorlog een ‘Gaat u maar rustig slapen’?

Daan van Lent