EU behoedzamer met uitbreiding

De animo voor uitbreiding van de EU is bij veel lidstaten afgenomen. De eisen voor aspirant-leden worden daarom strenger. „Het moet goed zijn. Punt.”

Het was een strenge én een dubbele boodschap waar de Europese Commissie vanmiddag mee kwam, bij de presentatie van de jaarlijkse rapporten over de landen die bij de EU willen gaan horen: die moeten beter hun best doen, vooral in de hervorming van hun rechtspraak en in de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad. Oók Kroatië, waarmee de onderhandelingen over toetreding a bijna klaar zijn.

Dat moest vooral ook in de EU-landen zelf goed begrepen worden: zoals het in 2007 met Roemenië en Bulgarije was gegaan – waar nog lang niet alles was geregeld zoals de EU het wilde hebben – zo gaat het in de toekomst in elk geval niet meer. Er zullen bij Kroatië, als het eenmaal lid is, niet achteraf nog extra controles komen van de Europese Commissie, zoals bij Roemenië en Bulgarije. „Het moet meteen goed zijn”, zei een diplomaat. „Punt.”

In het strategisch document dat bij de rapporten hoort, schrijft de Commissie dat er door het nieuwe verdrag van Lissabon een ‘momentum’ is gekomen voor uitbreiding. Voordat de nieuwe regels er waren, zeiden regeringsleiders dat het met 27 landen al moeilijk genoeg was om de EU bestuurbaar te houden. Als het verdrag er niet kwam, kon er ook geen land meer bij.

Het verdrag is er nu een jaar. Maar hoe zit het met de uitbreiding? Vooral in de landen die al lang bij de EU horen, blijkt uit onderzoek, is daar weinig steun voor. Net als andere jaren spreekt de Commissie politici in de EU daar op aan: ze moeten blijven uitleggen dat uitbreiding voor de EU grote voordelen heeft. De EU wordt er volgens de Commissie veiliger, stabieler en welvarender door.

In Duitsland, dat voor kandidaat-EU-lid Turkije eigenlijk niet meer in gedachten heeft dan een ‘speciaal partnerschap’ met de EU, is de toon over toetreding van Turkije nu wel gematigder dan vorige jaren. Frankrijk, dat zich ook verzet tegen Turks lidmaatschap, blijft in Brussel scherp in de gaten houden dat het woord toetreding in EU-documenten over Turkije zo veel mogelijk wordt vermeden.

Maar veel zorgen hoeven die landen zich nu niet te maken: Turkije komt maar heel langzaam dichter bij de EU. Vooral ook omdat dat land niks doet om de relatie met Cyprus te verbeteren. Het is „urgent”, schrijft de Commissie, dat Turkije de havens en vliegvelden openstelt voor Cyprus, zoals is afgesproken.

De recente ontwikkelingen die de Commissie verder noemt, nu het ‘momentum’ van het nieuwe verdrag er is, hebben met die nieuwe regels zelf weinig te maken – of het moest zijn dat ze zónder het nieuwe verdrag misschien van weinig waarde waren geweest. Kroatië kan bijna toetreden, er kwam een doorbraak in de gesprekken over het grensprobleem van EU-lidstaat Slovenië met Kroatië, de inwoners van Servië, Montenegro en Macedonië hebben geen visum meer nodig voor de EU (voor Albanië en Bosnië is het bijna zo ver), er werden nieuwe zogenoemde ‘hoofdstukken’ geopend in de onderhandelingen met Turkije, IJsland werd officieel kandidaat-lid.

Er was één nieuwe gebeurtenis die volgens de Commissie direct te maken had met het ‘zwaardere gewicht’ dat de EU nu heeft in de wereld, omdat het buitenlands beleid van de EU een ‘buitenlandcoördinator’ kreeg, Catherine Ashton, met meer bevoegdheden: Servië was met succes door de EU onder druk gezet om een verklaring bij de VN-Veiligheidsraad over Kosovo aan te passen en dat zou het begin kunnen zijn van een nieuwe dialoog tussen Servië en Kosovo.

De Commissie legt ook uit dat méér er nu niet in zit. Vooral omdat het niet opschiet met de hervormingen die de EU eist van de aanstaande lidstaten. Kroatië zou volgend jaar kunnen toetreden. Maar de laatste loodjes, zei Eurocommissaris Stefan Füle voor uitbreiding laatst nog, wegen het zwaarst. Als voorbeeld van de nieuwe strengheid: Kroatië heeft nog veel te doen.