'Een mooi geschenk voor een volk'

Congo. Een geschiedenis van David van Reybrouck, kreeg de Grote Geschiedenis Prijs, de Jan Gresshoffprijs en nu de AKO-prijs. Op pad met de schrijver in Congo.

„Heeft hij weer een prijs gewonnen? Onze David! Ik ben trots op hem, de man die ons onze trots terug wilde geven.”

Papy Maurice Mbwiti, schrijver in het straatarme, door oorlog verscheurde Congo, is blij. Blij dat David van Reybrouck in het verre Europa gisteren de AKO-prijs won voor een boek dat Congo voor het oog van de wereld een geschiedenis heeft gegeven.

„Zijn werk is humaan,” zegt Mbwiti vanuit de hoofdstad Kinshasa. „Ik heb hem vaak op zijn reizen door Congo begeleid. Hij wilde de zinnen die de mensen uitspraken precies verstaan en optekenen. Hij is analytisch én meelevend. Zo schrijft hij ook. Ik hoop dat zijn werk nu snel in het Frans vertaald wordt zodat wij Congolezen het boek ook kunnen lezen. Opdat onze geschiedenis hier in alle universiteiten en scholen kan worden onderwezen. Daar hebben wij behoefte aan.”

Van Reybrouck reist sinds 2003 regelmatig naar Congo. Het is een emotionele plek voor de schrijver. Zijn inmiddels overleden vader kwam er begin jaren zestig als jonge twintiger aan om zijn vervangende dienstplicht te vervullen. Zijn vader zou er vijf jaar blijven. „Congo is voor mij altijd een deel geweest van Assebroek, het dorp waar ik ben opgegroeid”, aldus Van Reybrouck. De hond daar had zelfs een naam in het Swahili ‘Imbwa’. Het betekent gewoon: hond.

Afgelopen zomer, een paar maanden na het verschijnen van Congo. Een geschiedenis, waaraan hij vier jaar werkte, was de schrijver in Congo. Op een snikhete dag in juli waaide stof op van de onverharde weg waar schrijver Van Reybrouck logeerde. De straat stond vol mensen. De stem van de priester in de kerk aan de overkant maakte ook Van Reybrouck wakker. De nacht voordien had hij met zijn Congolese vrienden nog Primus gedronken, ‘het officiële bier van 50 jaar onafhankelijkheid’. Hij had gedanst in bar Cheetah 2. Hij had aan tafels gezeten waaronder levende geiten lagen te wachten op het moment waarop ze gebraden zouden worden. Kortom, Van Reybrouck zit en leeft graag tussen de mensen van wie hij het verhaal van ‘veerkracht en overleven’ vertelt.

Vijftig jaar na de onafhankelijkheid heeft Congo, de voormalige Belgische kolonie waarvan de geschiedenis tot nog toe ongeschreven was, in David van Reybrouck een man gevonden die de historie van het land wilde neerschrijven. Hij gaf het land niet op, zoals de rest van de wereld. Hij beet er zich in vast.

Van Reybrouck blijft als geschiedschrijver dicht bij de mensen. Die juli-dagen in Congo tekenen zijn manier van werken. Hij rijdt met een motorfiets naar het diepe binnenland. Hij vaart met een prauw stroomafwaarts om het geboortedorp van Lumumba te bezoeken, de vermoorde eerste premier van het land. Hij woont er de feestelijkheden bij naar aanleiding van vijftig jaar onafhankelijkheid. Hij levert kritiek op de aanwezigheid van de huidige Belgische koning Albert II.

Voortdurend ziet hij in de armoedige straten de affiches hangen, de beloftes van de breed lachende president Kabila: „Wij zullen dit land heropbouwen en moderniseren”, geflankeerd door een grote foto van een hoestende, oude vrouw ‘Stop Tuberculose’.

Hij probeert er een vriend te bezoeken in de gevangenis, maar mag niet naar binnen. Hij nodigt diens vrouw en kinderen uit een theatervoorstelling bij te wonen. Hij kan zijn ogen niet geloven als hij bij een bezoek aan de Belgische ambassadeur anno 2010 in Kinshasa ziet dat de man de portretten van Leopold II en Stanley boven zijn bureau heeft hangen. En hen ‘genieën’ noemt.

Ter gelegenheid van het sinds 2005 met Belgische hulp in Kinshasa jaarlijks georganiseerde kunstenfestival, geeft hij jarenlang workshops voor jonge schrijvers. Zes ‘studenten’ en vrienden zitten in een kring op houten banken in een lokaaltje van de Belgische school. „Elk personage heeft zijn stem en taalregister,” zegt Van Reybrouck. „Ontwikkel een verhaal. Het drama zit soms in kleine dingen.” Hij tekent verhaallijnen op een wit blad papier. In cirkels en bogen en lijnen. Van Reybrouck en zijn schrijvers spreken over films van Fassbinder en maken samen een gedicht over het nieuwe Congolese biljet van 500 frank.

„Wat ik van hem leerde was dat ik een planning moest maken. En geen mooie zinnen moest schrijven maar een mooie tekst”, zegt Papy Maurice Mbwiti in juli. Vandaag zegt hij: „David heeft ons een nu eindelijk op papier en in stemmen bewaard verleden gegeven, een verleden met een kloppend hart. Dat is een mooi geschenk voor een volk.”