Een grote eer én een groot offer

Bewoners van Todos Santos in Guatemala brengen met een paardenrace een offer aan de vier geesten van de bergen.

Vrijwel elk jaar overlijdt een van de rijders.

„Haaaaaaiiieeeee.” Een paard galoppeert voorbij, met ogen groot van angst, de vacht nat van het zweet. Het hoge geluid komt van de dronken berijder. Zijn rood-wit gestreepte broek en blauwe jasje met bonte kraag zijn de traditionele kleuren van de Maya-bevolking van Todos Santos Cuchumatán, een dorp in de Westelijke hooglanden van Guatemala. Op zijn lichte hoedje prijken kleurrijke veren. In zijn hand bungelt een nog levende haan. Even verderop hangt een man aan de zijkant van zijn ros. Wanneer hij de strijd met de zwaartekracht verliest en valt, joelt het publiek van Todosanteros, oud-dorpsbewoners en mensen uit de wijde omgeving. Een dode tijdens de jaarlijkse traditionele paardenrace van Todos Santos – ‘Skach Koyl’ in de inheemse taal Mam – brengt het dorp geluk voor het komende jaar. De man schokt wanneer een passerend paard hem trapt.

Deelname aan de paardenrace is een grote eer, de verwondingen die de mannen oplopen na een valpartij dragen daar zelfs aan bij. Vrijwel elk jaar overlijdt een van de rijders. Ondanks het verdriet voor naasten is dit de grootste eer. Volgens het lokale Maya-geloof is het een offer aan de vier geesten van de bergen, die Todos Santos omringen. Een offer dat de gemeenschap een goed jaar zal brengen.

Zodra alle paarden voorbij zijn gesneld, rent een groepje oudere mannen met wandelstokken en fluitjes naar het hompje mens. Het zijn de auxiliares, de voormannen van de dorpskantons. Dit lokale bestuur bewaakt tijdens deze feestdag de orde, de nationale politie houdt haar afstand. Voordat de paarden weer terugrennen over de 200 meter lange baan moet de man aan de kant zijn gesleept. Maar het publiek heeft meer aandacht voor het paard, dat van uitputting op de baan is gaan liggen.

De paardenrace wordt al honderden jaren op de katholieke feestdag Allerheiligen gehouden, toch is de precieze oorsprong van de inheemse traditie onduidelijk. Volgens veel dorpsbewoners is het een imitatie van de Spaanse conquistadores, toen zij in de vijftiende eeuw per paard en in felgekleurde kledij Todos Santos binnenkwamen. Anderen zeggen dat de Spanjaarden de Maya-bevolking verboden op hun paarden te rijden. Een dappere inwoner van Todos Santos stal een paard, reed door het dorp en zo was de traditie geboren. Tot slot gaat het verhaal dat de race stamt uit de tijd voor de komst van de Spanjaarden, toen dertien Todosanteros tientallen kilometers aflegden om op 1 november aan te komen bij de begrafenis van een heilige man uit het gebied.

„De deelnemende mannen laten hun toewijding zien, aan hun geloof, aan hun voorouderen”, vertelt Nora Cano. Ze is coördinator van een school en docente in het dagelijks leven, maar vandaag verkoopt ze met haar kinderen maïssnacks aan het publiek. „Ze doen niet mee omdat ze het leuk vinden, het is geen spel. Daarvoor is het offer te groot. De veertig dagen voor de race hebben de mannen uit eerbied geen seks, het merendeel moet dat jaar ontzettend hard werken om de paardenhuur op te kunnen brengen. En ze weten allemaal dat ze tijdens de race kunnen sterven.” Haar zoon zal nooit aan de paardenren meedoen. „Wij zijn Ladino, de paardenrace is voor de Maya’s.”

De dag voor de race heeft een groep mannen de paarden uit de wijde omgeving gehaald. De rijders huren de paarden van Ladino’s, afstammelingen van de Spanjaarden. Daar leggen ze een flinke som geld voor neer: tot wel 8 duizend Guatemalteekse quetzales (ruim 700 euro) per paard. Met het jaar stijgt de huurprijs, na de race zijn de paarden weinig meer waard.

De avond voor de race organiseren de kapiteins van de drie teams die dit jaar meedoen een feest bij hen thuis. Een lokale sjamaan houdt een ceremonie. De eerste haan wordt geofferd. Het bloed op de aarde brengt het dorp vruchtbaarheid en de mannen de moed en het uithoudingsvermogen om de zeven uur durende race te volbrengen. „De mannen denken aan de race, maar ook aan het leven en meer nog aan de dood”, vertelt Cano. Ze dansen de gehele nacht op de tingelende tonen van de marimba. En ze bezatten zich, zoals de traditie het voorschrijft.

De burgermeester van Todos Santos, Modesto Mendez, verbood in mei 2008 de verkoop van alcohol. „De mannen hier kunnen zich niet beheersen. Alcohol versterkt hun machismo”, zegt Polo Adrian, een leraar op de basisschool en middelbare school, die in de aanloop naar het feest als burgerwacht door de straten liep. De wacht is een overblijfsel uit de tijd van de burgeroorlog in Guatemala. Toen werden de mannen van Todos Santos door de militairen verplicht te patrouilleren tegen de guerrilla. Nu is het een sociale verplichting voor de mannen van het dorp.

Drankgebruik leidde in Todos Santos tot vechtpartijen en geweld in de huizen, vertelt Adrian. Maar een groter probleem waren de jongeren. Ze vormden groepjes in de wijk, hingen op straat en dronken. Geïnspireerd door bendes in de stad, opgejut door jongeren uit het dorp die terugkeerden uit de VS, groeide de rivaliteit en kwamen er vechtpartijen. „Na twee doden vond het inheemse bestuur van het dorp het genoeg en pleitte voor een alcoholverbod. En met succes.” Adrian acht de kans groot dat andere dorpen het voorbeeld van Todos Santos volgen. „Zelfs onze president ziet wat in het verbod.”

Het alcoholverbod kwam er, mede onder druk van de groeiende Evangelische kerk in Todos Santos. Maar tijdens deze dagen lijkt de kerk haar grip zijn kwijtgeraakt. In de dagen rond het feest liggen de ronkende lichamen van laveloze mannen en enkele vrouwen op straat. „Het is de laatste twee jaar erger dan voorheen”, verzucht Cano, „Het lijkt of iedereen deze kans op drinken pakt.”

Vanaf veilige afstand kijken kinderen naar het dozijn mannen in de kleine gevangenis vlak naast het grote plein. Jilo Pablo Jerónimo vult tussen de tralies door de beker koffie van zijn maat bij. Hij leent hem zijn mobieltje, zodat zijn vriend brallend kan uitleggen dat hij niet thuis slaapt vanavond. Jerónimo wijst naar het gezwollen gezicht van de jongen. „Een vechtpartij. Ik denk dat hij een dagje moet zitten.” Jerónimo is speciaal voor het feest teruggekomen uit de VS en laat z’n vriend weten dat hij z’n roes maar moet gaan uitslapen.

De gevallen man is inmiddels weer op het paard gehesen. Er wordt hem een teug bier ingegoten, het paard krijgt een flinke tik op de bil. Met gesloten ogen en het hoofd voorover haalt hij de overkant. Geen doden dit jaar bij de paardenrennen van Todos Santos. Nora Cano slaakt een zucht. „Gelukkig, maar of een ongelukkig jaar voor ons wordt? Het is het geloof van de meerderheid. We gaan het zien.”