Dichtbij Van Gaal

De moderne goeroe voor jongeren is geen psychiater, priester of sanyassin, maar een voetbaltrainer: Louis van Gaal. Hij was gistermiddag te gast in de aula van de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar de opnamen plaatsvonden voor het NTR-tv-programma College Tour, dat donderdag zal worden uitgezonden. Duizend studenten waren van heinde en verre gekomen om de zaal tot de nok toe te bevolken. Er hadden wel drieduizend studenten willen komen, zei presentator Twan Huys.

Twee volle uren was Van Gaal aan het woord – daarvan zullen ‘slechts’ vijftig minuten de montagetafel overleven. Daartoe behoren ongetwijfeld zijn uitspraken over Ajax, Bayern München en Cruijff. Met Ajax wil hij nooit meer iets te maken hebben. „Ze hebben mij tot op het bot beledigd’’, zei hij over zijn ontslag – al na acht maanden – als technisch directeur in 2003.

Cruijff had eveneens afgedaan: „Als je door iemand zo lang bent tegengewerkt, dan is er geen plaats meer voor vergeving.’’ De recente kritiek van Cruijff op Ajax maakte geen indruk op hem. „Cruijff heeft zoveel gezegd en hij heeft nog nooit verantwoordelijkheid genomen.’’ Nog nooit? Dat was een zware overdrijving, maar Van Gaals boosheid staat weinig nuances toe.

Bij Bayern München kunnen ze ook de borst natmaken. „Hij raakt mij als mens en trainer’’, zei hij over de kritiek op zijn beleid door president Hoeness. Ook met een cryptische opmerking van Franz Beckenbauer was hij allerminst blij.

Van Gaal gedraagt zich op zo’n bijeenkomst als een soeverein vorst – de meester van een zelf geschapen universum. Zijn woord is wet. Zolang er geen kritiek opklinkt, gaat hij geduldig op elke vraag in. Dan is hij niet te beroerd om een interessant kijkje in zijn voetbalkeuken te gunnen. Ja, hij had met veel spelers een vader-zoon-relatie. Beste voorbeeld? „De Boertjes. Frank en Ronald dachten over veel dingen hetzelfde als ik.’’

Dat lijkt een belangrijke voorwaarde om tot het Van Gaal-universum te worden toegelaten: hetzelfde denken als hij. Daarom kon het ook niet goed gaan met het Nederlands elftal waarvan hij coach was geworden. De Ajacieden die hij had opgeleid, waren andere mensen geworden, „omdat ze in een andere wereld terecht waren gekomen.’’ En meteen liet hij erop volgen: „De spelers denken het dan alleen te kunnen.’’ De gevolgen konden niet uitblijven: „Over het algemeen hebben die spelers het niet waargemaakt.’’

De moraal: wie denkt het zonder Louis van Gaal af te kunnen, wacht een barre voetbaltoekomst.

Er deed zich een hilarisch moment voor toen hem gevraagd werd naar zijn conflicten met de media. Had hij daar nou nooit eens spijt van gehad, wilde een vrouw weten. „Ik zou niet weten waarom’’, zei Van Gaal, „ik word over het algemeen niet onbeschaafd, behalve die keer dat ik een camera in het gezicht van een cameraman duwde.’’ Vrouw: „Daar heeft u spijt van?’’ Van Gaal: „Daar kán ik spijt van hebben.’’

De duizend studenten luisterden twee uur lang geboeid naar hem. Begrijpelijk, want hij is een goede, heldere prater en hij heeft bovendien een onbegrensd soort zelfvertrouwen waar veel mensen naar verlangen. „Blijf dicht bij jezelf’’, raadde hij de studenten steeds aan.

Probeer dat maar eens als je graag dichtbij Louis van Gaal bent.