Deelname aan VN-missies mag niet op de helling

In de buitenlandparagraaf van het regeerakkoord geeft het kabinet-Rutte aan dat ‘Verzoeken om een bijdrage te leveren aan internationale missies van de NAVO en de EU worden (overwogen) in het perspectief van internationale verantwoordelijkheid en nationale belangen’. Het valt op dat in de geciteerde paragraaf over de inzet van Nederlandse militairen met geen woord gerept wordt over deelname aan VN-missies. In beleidstermen lijkt de VN niet langer een hoeksteen van het Nederlandse buitenlands en defensiebeleid te zijn, een breuk met de traditie om de VN als hoeksteen van beide beleidsterreinen te beschouwen. We moeten aannemen dat dat geen slip of the pen is. De VVD kent een lange traditie van een kritische houding tegenover Nederlandse deelname aan missies in VN-verband. In het midden van de jaren negentig verzette toenmalig VVD-fractievoorzitter Bolkestein zich al tegen ‘de disproportionele inzet’ van Nederlandse militairen bij VN-missies. Ook het CDA heeft zich kennelijk neergelegd bij deze ‘uitfasering’ van de VN. De vraag is nu of deelname van ons land aan VN-missies in de komende kabinetsperiode moet worden uitgesloten. Nederland heeft zich de afgelopen jaren geleidelijk teruggetrokken uit VN-vredesoperaties om daarmee ruimte te creëren voor deelname aan operaties in NAVO- en EU-kader. De PvdA moet deelname van ons land aan VN-missies aan de orde te stellen, juist ook in het perspectief van internationale verantwoordelijkheid en nationale belangen.

Dick Leurdijk

Onderzoeker bij Instituut ‘Clingendael’