De drongo pakt slim eten van stokstaartjes af

Hoe pak je iemands broodje af? Je roept met een paniekstem ‘brand’ en wacht tot-ie het vanzelf laat vallen. Of je doet alsof je hem te lijf gaat. Ook dan zal hij zijn broodje wel loslaten.

De fluweeldrongo, een zangvogel uit de Zuid-Afrikaanse Kalahariwoestijn, beheerst beide trucs: de schijnaanval en het vals alarm. En met het vals alarm is hij geraffineerder dan enige andere vogelsoort. Dat beschreef de Cambridge-bioloog Tom Flower vorige week in de Proceedings of the Royal Society B (online). De drongo krijgt zelfs stokstaartjes zover dat ze hun voedsel laten vallen als hij hun variant op ‘brand’ roept.

De fluweeldrongo, Dicrurus adsimilis, is een opgewekte zangvogel die lijkt op een zwarte kraai. Zijn favoriete voedsel bestaat uit insecten, zoals krekels, en van tijd tot tijd een hagedisje. Toevallig ook het voorkeurvoedsel van de stokstaartjes en veel andere vogels waar hij tussen leeft, zoals de ‘eksterbabbelaars’ (Turdoides bicolor).

Lui is de drongo niet, hij gaat echt wel zelf op jacht. Maar soms ziet hij een stokstaartje of een eksterbabbelaar in de buurt met net die prooi die hem zelf zo smakelijk leek. Dan geeft hij het type alarmkreet waarmee hij normaal gesproken soortgenoten waarschuwt tegen de nadering van een uil of roofvogel. De stokstaartjes en babbelaars herkennen de gil, laten alles vallen en zoeken onmiddellijk dekking. Prompt zijn ze hun prooi kwijt. Ze trappen er elke keer weer in omdat de drongo precies dezelfde kreet gebruikt als er écht gevaar dreigt, wat in de Kalahari nogal eens voorkomt. Nog geraffineerder is dat hij zijn soortspecifieke alarmkreet afwisselt met de overtuigend nagebootste alarmkreet van andere vogelsoorten. Zo voorkomt hij gewenning.

Is de drongo dus een gemene vogel? De drongo weet zelf niet wat hij doet, denkt de bioloog. Het is vooral een gelukkige vogel.