Beter dan een boek over de politionele acties

Saih Bin Sakam (87) vraagt niet om vervolging van de moordenaars van zijn dorp. Hij wil graag de veteranen ontmoeten die destijds aan de andere kant stonden.

Bedrukt en ongemakkelijk voelden de scholieren zich voor hun ontmoeting met Saih Bin Sakam uit Indonesië. „Je bent toch een Nederlander, lid van een volk dat hem zoveel leed heeft toegebracht”, zegt Julia Tankink (17). „Ik snap nu eindelijk hoe Duitsers zich moeten voelen over de Tweede Wereldoorlog”, vergelijkt Harro Boven (16). „Het is echt schokkend wat wij daar gedaan hebben.”

Tankink en Boven zijn twee van de 35 leerlingen van het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen die Saih in hun klas ontvangen. De 87-jarige is de enige overlevende van de massamoord van Rawagede, een dorp in West-Java waar het Nederlandse leger op 9 december 1947, volgens Indonesische telling, 431 mannelijke bewoners executeerde.

Samen met acht weduwes wier echtgenoten werden vermoord, heeft hij de Nederlandse Staat om excuses en een schadevergoeding gevraagd. Hij heeft nooit leren lezen of schrijven en had nooit eerder in een vliegtuig gezeten, maar nu is hij in Nederland om zijn zaak te bepleiten. Vandaag bij enkele Tweede Kamerleden en een paar dagen geleden, op uitnodiging van geschiedenisleraar Wim Plas, in Groningen.

Toen Plas hoorde dat Saih naar Nederland zou komen, wilde hij zijn bovenbouwleerlingen kennis laten maken met deze primaire bron van een belangrijk stuk Nederlandse geschiedenis dat erg ver van ze af staat. Plas: „Deze man is geboren in Nederlands-Indië en staat nu als Indonesisch burger tegenover Nederland in de rechtszaal. Hem volgen, vertelt de hele geschiedenis.” Beter dan ze die ooit uit een boek over de politionele acties zullen leren.

Zelfs met het microfoontje dat hem in het klaslokaal is opgespeld, lijkt Saih zijn verhaal te fluisteren. Zijn relaas wordt vertaald door Jeffry Pondaag, de voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden die optreedt als tolk. Met advocaat Liesbeth Zegveld heeft zijn comité de zaak tegen de Staat aangespannen. Hoewel oorlogsmisdrijven niet kunnen verjaren, beroept de landsadvocaat zich wat betreft deze executies toch op verjaring.

Tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog omcirkelde het Nederlandse leger Rawagede in 1947 op zoek naar verzetsleider Lukas Kustario, herinnert Saih zich. Toen niemand wilde zeggen waar die zich bevond, werden de mannen en jongens van de kampong in groepjes verzameld en geëxecuteerd. De toen 24-jarige Saih werd met onder anderen zijn vader in een rij gezet. „Ze schoten van rechts naar links. Mijn vader was de eerste”, vertelt hij.

Zelf werd hij in zijn rug geraakt door een kogel die zich al door het lichaam van een dropsgenoot had geboord. Willen jullie zien waar? vraagt Pondaag. De tieners durven niet te antwoorden, maar Saih is al overeind gehesen en laat zijn overhemd en jas omhoog sjorren. Rechts van zijn wervelkolom zit een bruin litteken ter grootte van een pruim. De kogel die voor hem bedoeld was, raakte hem alleen in zijn linkerpols. Hij hield zich stil onder de levenloze lichamen tot de soldaten waren vertrokken en snelde toen naar zijn moeder om te vertellen wat er gebeurd was.

Wat de leerlingen zich moeilijk voor kunnen stellen, is dat het leven na de massamoord gewoon doorging. Saih vluchtte naar een naburig dorp waar de doekoen, de medicijnman, hem oplapte. Indonesië werd onafhankelijk. Saih trouwde en verhuisde naar Jakarta. Het dorp werd omgedoopt tot Balongsari en er kwamen nieuwe mannen wonen. De nabestaanden berustten in hun lot. Pas toen een monument voor de slachtoffers in 1995 door een Nederlandse documentairemaker ‘ontdekt’ werd, kreeg het drama bekendheid.

Wat verwacht hij van Nederland, willen de Groningse scholieren weten. „Vervolging van de daders is niet aan de orde”, zegt Pondaag. „Hij wil alleen excuses en een redelijke compensatie.” Ook zou hij graag de veteranen ontmoeten die destijds aan de andere kant stonden. Naast zijn historische relaas zijn de leerlingen benieuwd naar zijn gevoelens. „Hebt u ooit hulp gehad van een psycholoog of een psychiater”, vraagt Harro Boven. „Een psychiater?”, reageert Saih, „nooit van gehoord.”