Arabische verkiezingen vooral schijn

Vandaag hebben in Jordanië verkiezingen plaats. Maar in de Arabische wereld hebben de regimes ervoor gezorgd dat verrassingen uitgesloten zijn.

A plain clothes policeman pushes down a member of the banned Muslim Brotherhood opposition group during a scuffle in Fayoum, about 100 km (62 miles) from Cairo November 3, 2010. Police detained some of the candidates nominated by the Muslim Brotherhood members as they tried to nominate them for the incoming parliamentary elections scheduled November 28 REUTERS/Goran Tomasevic (EGYPT - Tags: RELIGION CIVIL UNREST POLITICS) REUTERS

Vijf, zes jaar geleden konden Midden-Oosterse verkiezingen nog wel eens een verrassing opleveren. De Egyptische Moslimbroederschap slaagde er in 2005 in eenvijfde van de zetels te veroveren in het Egyptische Lagerhuis. Hamas won een verpletterende overwinning in de Palestijnse verkiezingen in januari 2006.

Maar de meeste regimes hebben nu zeker gesteld dat er in het Midden-Oosten buiten Turkije en Israël op verkiezingsgebied niet veel meer te beleven is.

De Iraanse burgers hadden vorig jaar nog de illusie dat ze wél wat te kiezen hadden: tegenover een conservatieve presidentskandidaat stonden twee hervormers. De betwiste uitslag, een nieuwe termijn voor president Ahmadinejad, en de onderdrukking van elke vorm van oppositie onderstrepen dat het daar ook voorlopig klaar is met verkiezingsverrassingen.

Vandaag in Jordanië en eind deze maand in Egypte, of in het voorjaar in Jemen, maakt niemand zich meer illusies. Westerse landen hamerden na de aanslagen van 2001 in het kader van de ‘oorlog tegen terreur’ op de noodzaak van democratische hervormingen in de regio en vrije verkiezingen, die de voedingsbodem voor extremisme zouden wegnemen. Maar ze schrokken vervolgens van de resulterende opmars van fundamentalistische partijen.

Er is dan ook van westerse kant nauwelijks of geen commentaar te horen op de methodes die nu worden gehanteerd om oppositie uit te sluiten. Of áls er nog redelijk vrije verkiezingen worden gehouden, op de onmacht van de gekozen volksvertegenwoordiging.

Op het eerste gezicht is er niets mis met de Jordaanse parlementsverkiezingen. Er zijn 763 kandidaten, van wie 134 vrouwen, voor 120 zetels en onafhankelijke waarnemers, ook buitenlandse, zijn welkom.

Maar de grenzen van de kiesdistricten zijn eerder dit jaar zo aangepast dat een stem op het gezagsgetrouwe, tribale platteland vele malen meer gewicht heeft dan een stem in de stad, waar fundamentalistische oppositiepartijen hun aanhang hebben. Het is de belangrijkste reden waarom de grootste oppositiepartij, het Islamitisch Actiefront (IAF), de verkiezingen boycot. Het resultaat is dat op een enkeling na alle kandidaten aanhangers van de monarchie zijn.

Jordanië heeft zich dubbel ingedekt tegen hinder van oppositiebewegingen. Hoe dan ook kan de koning het parlement zonder meer naar huis sturen. Zoals hij een jaar geleden nog deed.

De Egyptische regering heeft openlijk alles uit de kast gehaald om te voorkomen dat de Moslimbroederschap, de enige oppositiepartij die in zekere mate een vuist kan maken, straks opnieuw zo ruim in het parlement vertegenwoordigd zal zijn. Moslimbroeders worden om de haverklap opgepakt en vastgezet. De Broederschap is in een soapserie op de televisie belachelijk gemaakt. Satellietzenders die tot haar steunpilaren worden gerekend, zijn verboden op beschuldigingen als pornografie en belediging van religie.

Sms-bombardementen, een effectief wapen van de Moslimbroederschap in 2005, mogen nu alleen worden gebruikt door geregistreerde politieke partijen. Dat wil zeggen wél de Nationale Democratische Partij van president Mubarak, maar niet de Broederschap, die als religieuze partij ongrondwettig is. Moslimbroeders kunnen alleen als onafhankelijke kandidaten aan verkiezingen deelnemen, als ze hun kandidatuur al wordt geaccepteerd.

Waar die maatregelen niet voldoende zijn, zullen kiezers weer worden geïntimideerd en zal er worden geknoeid met de uitslagen, zeggen plaatselijke analisten. Er worden geen buitenlandse verkiezingswaarnemers toegelaten.

Mohamed ElBaradei, de na zijn pensioen teruggekeerde directeur van het Internationaal Atoomagentschap die voor hervormingen ijvert, heeft daarom tot een boycot opgeroepen. Maar zoals de verkiezingen voor de regering een middel zijn om van haar macht te getuigen, zijn ze dat voor de oppositie om zich te laten zien.

De verkiezingen in Bahrein, een Golfstaatje met een shi’itische meerderheid en een sunnitisch regime, volgden vorige maand weer een ander model. Weliswaar werden shi’itische oppositiepolitici vooraf als terroristen weggezet en waren ze doelwit van arrestaties en andere intimidatie. Maar de verkiezingen zelf verliepen ordelijk en de oppositie veroverde uiteindelijk 18 van de 40 zetels. Washington constateerde dat „Bahrein heeft aangetoond dat multi-etnische, multi-confessionele maatschappijen hun problemen kunnen aanpakken door middel van vreedzame hervorming”. Alleen heeft het gekozen Lagerhuis geen machtsmiddelen, in tegenstelling tot het door de koning benoemde Hogerhuis.

De door Hamas’ concurrent Al-Fatah gedomineerde Palestijnse Autoriteit heeft haar probleem opgelost door in strijd met de wet de verkiezingen voor onbepaalde termijn uit te stellen.

Maar kende het nieuwe Irak afgelopen maart dan geen vrije verkiezingen? Zeker, en de nipte overwinning van de seculiere beweging van ex-premier Allawi op de shi’itische partij van premier Maliki was daarvan het beste bewijs.

Maar na de verkiezingen werd dat wel anders. Maliki trok zich niets aan van het grondwettelijke voorschrift dat de leider van de grootste partij als premierskandidaat wordt aangewezen. Hij slaagde er vorige maand in zichzelf als premier in spe benoemd te krijgen. Acht maanden na de verkiezingen wordt nog steeds onderhandeld over een nieuwe coalitie onder zijn leiding, maar de formatie zou nu in haar laatste fase zijn.