Amerikaanse helden leren kinderen honkballen

Honkballers uit de Major League komen niet zo snel naar Nederland. Dankzij Rick van den Hurk kunnen kinderen bij de European Big League Tour leren van de Amerikaanse profs.

Of hij tijdens een wedstrijd wel eens iedereen met drie slag uit had gemaakt? Honkballer Rick van den Hurk glimlacht om de vraag van de negenjarige pupil. „Nee, maar dat is nog nooit iemand gelukt. Dat is ongelofelijk moeilijk, maar het zou leuk zijn als het me een keer lukt”, antwoordt de werper naar volle tevredenheid van zijn veertigkoppige publiek op de stoeltjes voor hem. De vingers gaan meteen de lucht weer in, want een vraag stellen aan een speler uit de Major League, dat kan niet iedere dag.

Met de European Big League Tour (EBLT) krijgen jeugdige honkballers de kans te leren van spelers uit de Noord-Amerikaanse profcompetitie; de plek die ze zelf ooit hopen te bereiken. Het initiatief van Van den Hurk brengt in vier clinics in Nederland en België ruim 1.200 kinderen tussen de 6 en 15 jaar op de been die graag willen leren van de spelers uit de Major League. Naast Van den Hurk zijn onder anderen landgenoot Greg Halman (speler van de Seattle Mariners) en Amerikanen Jeremy Guthrie, Adam Jones (beiden Baltimore Orioles, de club waar Van den Hurk ook voor uitkomt) en John Baker (Florida Marlins) aanwezig. Een uniek evenement, want honkballers uit de Major League houden doorgaans vakantie na een lang en slopend seizoen van 162 wedstrijden. Die komen niet snel naar een land waar honkbal in de schaduw staat van voetbal, hockey en tennis.

Het idee ontstond eind 2009. Met hulp van zijn vader Wim wilde Van den Hurk iets terug doen voor het honkbal in Nederland. „De sport heeft me zo veel gegeven. Fysiek, mentaal en financieel heeft honkbal me gebracht waar ik nu ben. Met de clinics kunnen we honkbal veel meer ‘exposure’ geven”, zei Van den Hurk. „Ik zei tegen Wim: als jij alles in Nederland regelt, zorg ik dat er spelers komen.” Uit zijn vriendenkring, die Van den Hurk in acht jaar Amerikaanse ervaring heeft opgebouwd, toonde een aantal spelers zich bereid naar Europa te komen. Met ondersteuning van Major League Baseball kan iedereen gratis deelnemen aan de trainingen. Het geld dat dankzij een veiling van gesigneerde shirts en loterijen binnenkomt, gaat naar de stichting KiKa (kinderen kankervrij).

En zo staat Jeremy Guthrie aan een groep achtjarigen uit te leggen hoe zij hun voorste voet het beste kunnen neerzetten voordat ze de bal naar de overkant gooien. Het vergt de nodige moeite, niet iedereen is de Engelse taal machtig, maar Guthrie toont zich een geduldige leraar. Met handen, voeten en de lijnen in het indoorsportcentrum van Eindoven lukt het hem de kinderen te laten doen wat hij van ze vraagt. „We doen met de EBLT heel belangrijk werk”, zegt de pitcher. „Het is heel goed voor de promotie van onze sport en dat is te danken aan Rick. Hij zorgt dat een kleine sport in Nederland groter wordt.”

Tjerk Smeets, oud-speler van het Nederlands team en een van de trainers bij de clinic, probeert samen met Baker de catchers een betere vanghouding te geven. Iedere speler zit met uitrusting aan in de houding tot de twee langskomen. Voeten iets meer naar buiten, handschoen iets verder van je af. De kinderen luisteren en proberen de aanwijzingen zo goed mogelijk op te volgen. Dit is immers niet een coach van de plaatselijke verenigingen, dit is een echte prof.

„Ik zei al tegen Rick: Waar was dit toen wij jong waren?”, zei Smeets. „Toen ik jong was, kwam Lenny Dijkstra (voormalig sterspeler van de New York Mets en Philadelphia Phillies) ooit langs voor een handtekeningensessie, maar dat was het ook wel. Nu krijgen ze training van jongens die ze normaal alleen op televisie zien. Dat is wel even een verschil.”

Volgens Smeets is het niet eens zo belangrijk wat de jeugdige honkballers bij de clinics leren. „Die horen vandaag veertig dingen, het is goed als ze er één van onthouden. Het belangrijkste is dat de Amerikaanse profs er zijn, mensen waar ze tegenop kunnen kijken. Zo merken de kinderen dat het ook maar gewone ‘boerenlullen’ zijn, en geen onbereikbare helden die alleen via de televisie binnenkomen.”