Windstilte van de ziel

Cover van het boek Windstilte van de ziel van Joke Hermsen

Het was vorig jaar een verrassend succesvol boek: Stil de tijd van Joke Hermsen. Tenminste, verrassend voor een boek met zulke gedegen filosofisch-literaire essays. Haar benadering – ze presenteerde haar boek als ‘pleidooi voor een langzame toekomst’ – vervulde een behoefte in jachtige tijden. Dit jaar is niet minder jachtig, en dat weerspiegelen ook de speciale uitgaven die ter gelegenheid van de Maand van de Spiritualiteit (t/m 30 nov.) verschenen. Zo is er een christelijk boekje dat Koester de tijd heet, terwijl Hermsen met haar, laten we zegen ‘seculiere’ essay op zoek gaat naar de ‘Windstilte van de ziel’ in het gelijknamige essay (Ten Have, € 2,50).

Dat doet ze in Frankrijk, in de buurt van Vézelay, een omgeving waar het kennelijk goed zoeken is naar rust, ziel en tijd – want die drie lopen in Hermsens zelfonderzoek vrijwel door elkaar. Ze gaat verder met de onderwerpen waarmee ze ook in Stil de tijd bezig was, zij het dat ze hier associatiever te werk gaat. Dat blijkt al uit de opbouw: het is een dagboek, maar dan met een vooropgezet thema: de verhouding tussen ziel en ‘innerlijke tijd’. Die ‘innerlijke tijd’ is een notie van de Franse filosoof Henri Bergson, en betekent iets als de ‘ervaren tijd’, of ‘tijd buiten de klok om’. Het begrip ‘ziel’ blijkt lastiger te omschrijven: wat is het antieke begrip nu nog waard, vraagt Hermsen zich af. Het verwijst naar het onbewuste, of naar het ware ik, dat wat niet uit te drukken valt maar overal in ons taalgebruik te vinden is.

Hermsen heeft een stapel boeken naar de Bourgogne meegenomen: Aristoteles, Heidegger, Simone Weil, Descartes, de Tao van Lao Zi en ook Engelen in regenjas van Roel Bentz van den Berg. Maar Hermsen schreef geen gedegen essay vol voetnoten, maar een zoektocht vol aarzelingen, overwegingen en ‘research’, en ook over de ondergaande zon, de fles wijn en de uil die haar naar binnen jaagt als het laat wordt. Dat klinkt nonchalant maar het werkt: Hermsen weet haar omgevallen boekenkastvisie zo goed te doseren. Stap voor stap kom je ongemerkt in de buurt van haar idee van de ziel als voedingsbodem voor de schoonheid,of de stem van het onbewuste.

Hoewel in katholieke kringen kritisch is gereageerd op het gebrek aan religieuze bezieling in dit boekje, benadrukt Hermsen dat religie ook ‘verbinden’ betekent. Maar de christelijke kritiek is ook wel weer begrijpelijk want in plaats van de traditionele en/of kerkelijke invulling verkiest Hermsen de filosofie, de vrienden haar kinderen en de soul van Solomon Burke. En wanneer ze een tijdje oploopt met pelgrims die onderweg zijn naar Santiago de Compostela, krijg je vooral de indruk dat dit een oefening in ‘onthaasten’ is, ‘Wandelen is een vorm van luchten van de ziel’. In de christelijke kritiek werd vermoed dat Hermsen te veel lonkt naar ietsisme. Hermsen daarentegen zegt op haar wandelingen ‘geen één’ moderne pelgrim te zijn tegengekomen – maar met Windstilte van de ziel heeft ze een boekje geschreven waarin ze diens zoektocht uitstekend vormgeeft.

Toef Jaeger