Soms zou je willen dat je cello speelde

Soms zou je willen dat je anders, ja: beter, was. En heel goed cello speelde, bijvoorbeeld.

Het Muziekgebouw aan het IJ is deze week thuisbasis voor de Amsterdamse Cellobiënnale, lustoord voor cellisten. Bij cd-kraampjes gaat ‘de nieuwe van Queyras’ grif over de toonbank. God, wat is er veel goede cellomuziek gecomponeerd. Menig instrumentalist zal er jaloers op zijn. In de foyers tonen cellobouwers met gutsen en plankjes prille nieuwbouwstadia, een meter verder probeert een schoolmeisje een nieuw instrument uit; tastend, verlegen nog.

De Cellobiënnale is een schoolvoorbeeld van een op papier marginaal idee, dat op vleugels van enthousiasme uitgroeide tot een fenomeen. Negen dagen telt het festival, met naast een concours ook masterclasses, workshops en concerten: 67 programmaonderdelen in totaal. Muzikale marktwerking in de praktijk, zou je het kunnen noemen. Wat in ’06 klein begon, wordt nu gesteund door 38 fondsen, sponsors en partners.

De Cellobiënnale is in microformaat alles wat je het muziekleven toewenst. Bevlogen amateurs van 0 tot 100 komen er samen met de beste professionals van de hele wereld. Om te luisteren, te leren, te praten. Kinderen spelen samen in een Mega Kinder Cello Orkest.

Waarheen, waartoe? Dat lieten de twaalf cellisten uit de Berliner Philharmoniker gisteren horen: omdat de cello kan treuren als de beste, maar ook in staat is tot western-suspense en een geile tango.

Mischa Spel

Cellobiënnale nog t/m 13/11. Info: amsterdamsecellobiennale.nl