Loon der beambten

De ambtenarenbond Abvakabo is niet van plan nu al mee te denken met het nieuwe kabinet-Rutte.

Terwijl de ministers Kamp (Sociale Zaken, VVD), Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) concrete plannen maken voor ontslagen, afslanking en bevriezing der salarissen stellen de bonden hun eigen eisen die daarmee niet sporen. Een harde confrontatie ligt in het verschiet.

Ambtenarenbond AbvaKabo eist een stijging van de cao-lonen met 2 procent. Donner antwoordde vrijdag dat de ambtenaren er de afgelopen jaren telkens zo’n 3 procent bij kregen. Het kabinet-Rutte gaat uit van een loonstop.

Donners verweer vangt niet de gehele waarheid. Zeker, ambtenaren hadden het niet slecht. Maar de cao-lonen in de marktsector gingen in 2008 nog met 3,5 procent omhoog en in 2009 met 2,7 procent, om pas dit jaar met 1 procent wat te matigen. Voor 2011 voorziet het Centraal Planbureau voor de marktsector een toename met slechts 1,5 procent.

Als inzet lijkt de looneis van 2 procent in dat licht zo onredelijk niet. Maar lonen zijn lang niet het enige probleem. De pensioenfondsen voor ambtenaren en de gezondheidszorg kampen, niet als enige, met een dekkingsprobleem dat door een te forse loonsverhoging alleen maar verergert.

Daarbij komt dat het kabinet zich heeft voorgenomen om 6,5 miljard euro op de overheid te bezuinigen, waarvan een kleine 2,5 miljard euro op de ambtenarij.

Bij zo’n doelstelling is het onontkoombaar dat ambtenaren moeten vertrekken. De Belastingdienst, waar 5.000 werknemers weg moeten, maakte daar onlangs als eerste kennis mee.

De eis van de bonden dat er geen gedwongen ontslagen vallen in het ambtenarenapparaat, gecombineerd met de looneis, is irreëel.

Het zal ongetwijfeld passen in de standaardonderhandelingsstrategie om hoog in te zetten. Maar sympathie van het publiek is ook een groot goed, en die verdienen de bonden er op deze manier niet mee.

Beter is het, ook voor hen, de vraag te stellen welke visie er aan de inkrimping van het ambtenarenapparaat ten grondslag ligt. Bezuinigen zijn nodig. Maar een periode van grootschalige ombuigingen moet ook benut worden om juist structurele veranderingen door te voeren.

Dat geldt zeker voor de overheid. Een herdefiniëring van de taken die de Staat al dan niet moet uitvoeren maakt daar deel van uit, net als een vereenvoudiging van wet- en regelgeving waarvan de handhaving zeer veel arbeid kost.

En dan is er de hyperactiviteit van beleidsmakers op de ministeries, niet in de laatste plaats dat van Onderwijs, dat al decennia de indruk maakt minstens evenveel schade toe te brengen als problemen op te lossen.

De looneis van de Abvakabo kan niet serieus genomen worden. Bij bezuinigen op de overheid hoort een visie op de overheid. Een goede crisis is zonde om te verspillen, heet het. Het kabinet-Rutte heeft nog niet laten zien zich dat principe eigen te hebben gemaakt. Dat moet het nu wel doen.