Leukste Nederlandse woordenboek 19de eeuw online

Sinds vorige week staat bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (www.dbnl.org) een naslagwerk online dat algemeen wordt beschouwd als het leukste Nederlandse woordenboek uit de 19de eeuw. Het heet Woordenschat en is samengesteld door E. Laurillard en Taco H. de Beer. Het boek is op de website van de DBNL te raadplegen en gratis te downloaden als pdf.

Vrijwel alle woordenboekenmakers in de 19de eeuw waren dominees, pastoors of schoolmeesters. De meesten van hen waren van mening dat woordenboeken een opvoedende taak hadden: ze registreerden niet hoe er in de praktijk werd gesproken en geschreven, maar hoe dit zou moeten zijn.

En dus lieten ze van alles weg. De Beer en Laurillard wilden vooral opnemen wat andere woordenboekenmakers hadden laten liggen. Daarom is dit boek door schrijver Atte Jongstra ooit getypeerd als ,,de bezemwagen van de Nederlandse lexicografie’’ (lexicografie is het samenstellen van woordenboeken). Woordenschat is bijvoorbeeld het eerste Nederlandstalige woordenboek dat systematisch aandacht besteedt aan studententaal, soldatentaal en toneeltaal.

Daarnaast vinden we er honderden citaten en uitdrukkingen – vooral veel uit het Engels, want het grote voorbeeld voor de samenstellers was de Britse Dictionary of Phrase and Fable van E.C. Brewer.

De eerste aflevering van Woordenschat verscheen in 1891. Het was de bedoeling dat het boek binnen drie jaar klaar zou zijn, maar uiteindelijk duurde het tot 1899 voordat alle 1277 pagina’s waren gedrukt.

De productie was een ramp: medewerkers (onder wie allerlei bekende tijdgenoten) leverden veel te lange kopij in of kopij die wemelde van de fouten. Ook de verkoop viel zwaar tegen, mede door de hoge prijs (22.50 gulden, indertijd een fors bedrag). Tot grote teleurstelling van De Beer beleefde het boek niet herdruk na herdruk, zoals het Britse voorbeeld, maar werd de restpartij van de eerste druk al snel verramsjt.

Heeft Woordenschat ook nu nog waarde? Ja. Het is bijvoorbeeld de vroegste bron voor allerlei Maleise, Amsterdamse, Hebreeuwse en Bargoense woorden en uitdrukkingen. Dat had te maken met een trend in de toenmalige literatuur waar De Beer, een zeer actief letterkundige, zich flink over opwond.

Het is een ,,dwaze liefhebberij’’ geworden, schreef hij in 1899, ,,om in romans en novellen volstrekt noodeloos allerlei woorden te pas te brengen, die verklaring behoeven, de allergewoonste en meest bekende zaken noemt men in een Joodsch en Indisch verhaal met Hebreeuwsche of Indische namen, niet omdat het verhaal daardoor wint aan zoogenaamde locale kleur, maar alleen om wat anders te geven dan anderen, om de aandacht te trekken.’’

Dat De Beer en Laurillard duidelijk minder preuts waren dan hun collega-woordenboekenmakers is al met één voorbeeld duidelijk te maken. In 1898 gaf de Grote Van Dale bij het woord sadisme de volgende raadselachtige toelichting: ‘Onnatuurlijke geslachtsliefde voor de vrouw’.

De makers van Woordenschat zijn er een jaar later, in 1899, blijkbaar even voor gaan zitten: „Sadisme, ziekelijke, aan krankzinnigheid grenzende en in woedenden waanzin eindigende geslachtsdrift, die uit overbevrediging ontstaat, wellust vindt in martelingen, met vingers, nagels, tanden, en niet tot bedaren komt voordat er bloed gevloeid heeft.”