Koeien melken als alternatief voor krachtapparaten

De marathonschaatsers van de BAM-ploeg heersten op de 10.000 meter bij de NK afstanden. Knap, maar het zegt iets over het niveau van de profploegen.

Op vrijdag even de vijf kilometer schaatsen bij de NK afstanden in Thialf, winnen en je met drie of vier man plaatsen voor de eerste wereldbekerwedstrijden, vanaf volgende week in Heerenveen, Berlijn en Hamar. De volgende dag door naar Utrecht om de marathon van vijftig kilometer te winnen. Vroeg weer op, snel een koe melken, en gisteren kleurde het podium na de tien kilometer groen-oranje van de BAM-ploeg van coach Jillert Anema. 1. Bob de Jong (met een toptijd van 12.59,95); 2. Bob de Vries met een persoonlijk record van 13.08,13; 3. Jorrit Bergsma, debutant op de langste afstand in 13.11,54.

Marathonschaatsers die winnen op de langebaan: altijd een mooi sprookje. Zoals Gretha Smit, die in 2002 olympisch zilver behaalde. Of Elfstedenwinnaar Henk Angenent, in 2003 nationaal kampioen en vierde op de tien kilometer bij de WK afstanden.

Graag profileren marathonschaatsers zich scherp ten opzichte van de goedbetaalde profs van de langebaan, die het in hun ogen aan niets ontbreekt om het hele jaar in alle rust toe te werken naar ‘piekmomenten’, zoals goed getypeerd in het reclamespotje over de TVM-ploeg van vorig jaar. Toppers als Sven Kramer, Erben Wennemars en Ireen Wüst beulden zich af op geavanceerde krachtapparaten. Met drie schaatstrainers langs de kant, en aangevuurd door een Amerikaanse specialist in krachttraining, Jim McCarthy. Maar steeds meer insiders plaatsen vraagtekens bij de extreme manier van krachttraining.

„Ik heb nog nooit een gewicht aangeraakt”, zegt Bob de Vries, kampioen op de vijf kilometer. „Wij doen nooit krachttrainingen, wij doen meer duurwerk.” Zijn trainer Jillert Anema liep drie dagen lang glunderend door Thialf. Natuurlijk zat er oud zeer, ten opzichte van bijvoorbeeld schaatsbond KNSB. Vorig jaar werden Anema en zijn schaatsers bepaald niet geholpen toen ze via Kazachstan een weg naar de Spelen zochten. BAM mocht niet eens trainen in Thialf, in weken rond de grote wedstrijden. Voor de nationale achtervolgingsploeg kregen zijn rijders geen kans. Oud zeer was er ook ten opzichte van de bijna tien keer rijkere TVM-ploeg, die na 2002 voorrang gaf aan coach Gerard Kemkers en zijn pupillen, boven Anema en schaatsers als Bob de Jong en Rintje Ritsma.

De Fries haalde dit weekeinde zijn gram met volop wereldbekerplaatsen. En Anema haalde zijn gelijk over de schaatstraining. Geen gewichten voor zijn superstayers, zoals bij TVM. Al wilde hij de woorden van De Vries, „nooit krachttrainingen”, wel nuanceren. „Dat we geen gewichten gebruiken, betekent niet dat we geen krachttraining doen. Natuurlijk doen wij dat. Je gebruikt je eigen gewicht. Of je fietst bergop.”

Ook de uitblinker in het vrouwentoernooi, Marrit Leenstra, gaf al voor de NK aan hoe nauw de juiste vorm van krachttraining luistert. In 2008 fladderde de toen achttienjarige debutant als een vlindertje naar de zesde plaats op het EK, de wereldtitel bij de junioren en een contract bij TVM. Onder coach Kemkers ging haar niveau achteruit. Bij de vorige NK stond ze teleurgesteld te huilen in de catacomben. „Ik heb twee jaar lang op kracht gereden terwijl ik meer een flyer ben”, zei ze onlangs in het AD. Om vervolgens de 1.000 meter te winnen, tweede te worden op de 1.500 en 3.000 meter en derde op de 500 meter.

„Leenstra is het grootste talent van Nederland”, zegt Wim den Elsen, de ervaren trainer van het gewest Zuid-Holland. „Coördinatief is ze superbegaafd, dat moet je zorgvuldig begeleiden qua krachttraining. Zie het als een maaltijd. Krachttraining is een noodzakelijk ingrediënt. Maar het gaat erom wat precies en hoeveel. Je kunt met een klein beetje verkeerd alles verpesten. Ik ken de programma’s van TVM niet, dus daar zeg ik niets over. In het algemeen constateer ik bij de vrouwen dat vroegere ballerina’s nu werkpaarden zijn.”

Den Elsen schrok in Thialf van het niveau bij de vrouwen. Moniek Kleinsman, die hij de afgelopen jaren terugbracht naar de top, won de 5.000 meter in 7.15,16. „Het niveau op de lange afstanden is schrikbarend afgenomen. Bij de mannen is het knap wat de BAM-ploeg presteert, maar het zegt ook iets over het niveau van de profploegen. De langebaan heeft hier de slag verloren. Ze willen te snel scoren met hun toppers en nemen niet de tijd om goede schaatsenrijders op te bouwen.”

Volgens Den Elsen dreigt de KNSB de opleiding te verwaarlozen. „Het niveau in de gewesten neemt af. Juist daar moet je goede schaatsers opleiden, door met vakmensen te werken aan de techniek. Maar vanuit de bond is te weinig respect voor de vrijwilligers. Bij deze NK mogen trainers niet het ijs op omdat ze geen diploma’s hebben. Nu plaatsen volop schaatsers van buiten de grote ploegen zich voor de wereldbekerwedstrijden. Maar daar worden ze gecoacht door de bondstrainers. Die pikken de credits. Daar komt Jillert Anema ook nog wel achter.”