Junta Birma stelde winst vooraf veilig

De eerste verkiezingen in Birma in twintig jaar zijn bepaald door de stemmen die vooraf werden uitgebracht. Hier lagen de kansen voor fraude.

Voor de militaire junta in Birma leek het niet nodig om bij de verkiezingen gisteren te frauderen. Van tevoren had zij het proces zo naar haar hand gezet, dat de politieke partij van de militairen verzekerd was van winst.

Volgens een Europese diplomaat ter plaatse verliep de stemming grotendeels ontspannen. Van geweld zoals in grensplaatsje Myawaddy (zie kader) was in de rest van het land geen sprake. „Het was niet bedreigend, iets beter dan ik had verwacht. Dat geeft aan dat de militairen dachten dat hun voorbereidingen voldoende waren.” De opkomst wordt geschat op rond de 60 procent.

Andere bronnen in Birma trekken soortgelijke conclusies. „Een meerderheid van de bevolking heeft de druk weerstaan en gestemd op de partij van haar keuze”, meldt een onafhankelijke organisatie in Birma op basis van undercover-waarnemers bij 159 stembureaus. Een andere bron meldt vanuit Rangoon dat oppositiepartijen het ondanks alles goed gedaan lijken te hebben.

Er werden wel incidenten gemeld. Volgens de onafhankelijke organisatie voelden kiezers zich bij 13 procent van de bezochte stembureaus geïntimideerd en werd geprobeerd stemmen te kopen. Bij eenderde werd tegen de regels in campagne gevoerd, overigens niet alleen door de Uniepartij voor Solidariteit en Ontwikkeling (USDP) van de junta.

De grootste zorg bestaat over het van tevoren stemmen. Kiezers die op verkiezingsdag niet konden, mochten al eerder hun stem uitbrengen. De junta heeft dit op grote schaal misbruikt. De kiescommissie zou stembussen hebben neergezet in overheidskantoren en fabrieksterreinen zijn afgegaan om werknemers alvast te laten stemmen – op de USDP.

„Gisteren was redelijk vrij en eerlijk, maar het stemmen vooraf niet”, zegt partijleider Sai Aik Paung van de Shan Nationaliteiten Democratische Partij (SNDP). „In de Shan-deelstaat hadden we een aardverschuiving kunnen veroorzaken. Maar nu denk ik dat we geluk hebben als de helft van onze kandidaten wint.”

Ook over het tellen van de stemmen heerst bezorgdheid. Zo vertelt oprichter Khin Maung Swe van oppositiepartij Nieuw Democratisch Front dat het tellen in zijn eigen buurt Sanchaung in Rangoon tot half vier ’s nachts duurde, terwijl de stembureaus om zes uur dicht gingen. „Waarom zo lang? We zijn bang voor manipulatie.”

Dat de aan de junta gelieerde partij USDP en haar medestanders gaan winnen, stond al voor de verkiezingen vast. Oppositiepartijen dingen mee naar slechts een minderheid van de zetels omdat zij voor de registratie van elke kandidaat 425 euro moesten neertellen – in Birma een groot bedrag. Campagnevoeren moest volgens strenge regels en 1,5 miljoen leden van etnische minderheden mochten niet stemmen omdat ze in ‘oorlogsgebied’ leven.

Westerse leiders hebben het proces veroordeeld. Ook optimistische waarnemers zien als maximaal resultaat dat de oppositie voor het eerst sinds twintig jaar kan meedoen aan het politieke debat. De Europese diplomaat: „Ik denk dat mensen helemaal niets verwachten van dit proces, dat ze niet geloven dat dit voor hen verandering kan brengen.”