Jij bent die vulkaan!

Om niet geheel duidelijke redenen was het grote Halloweenfeest van een paar vrienden een week na de oorspronkelijke feestdatum. Het maakte niet veel uit, ik vind zelf de eerste doorgekomen melktandjes van je tamme woestijnrat nog een goede reden om een verkleedfeest te geven – van mij mag het elke week Halloween zijn. Verkleedfeesten zijn

Om niet geheel duidelijke redenen was het grote Halloweenfeest van een paar vrienden een week na de oorspronkelijke feestdatum. Het maakte niet veel uit, ik vind zelf de eerste doorgekomen melktandjes van je tamme woestijnrat nog een goede reden om een verkleedfeest te geven – van mij mag het elke week Halloween zijn. Verkleedfeesten zijn de beste feesten. Mensen leven zich uit en blijken opeens wonderwel in staat om van een oude slaapzak en wat bubbeltjesplastic een achtarmige reuzenoctopus te maken. Maar wat ik eigenlijk bedoel is natuurlijk: ‘Halloween is the only party where you can dress up like a total slut and your friends can’t say anything about it.’

Ik wilde als de recente paspoortaffaire gaan: actueel en angstaanjagend. Maar in de laatste voorbereiding bekeek ik nog eens mijn paspoorthoofdtooi en vond hem plots nogal sober. Op het laatst koos ik er toch voor te gaan als Tanja Nijmeijer, aangemoedigd door een plastic commandogeweertje uit de Euroland en het idee dat ik dan eindelijk een legergroene koppelriem met vijftig onduidelijke zakjes van de legerdump mocht kopen. (Waar het op neerkwam: ik mocht een soort Captain Jack-pakje aan.)

Op het feest zelf blijkt maar weer: je kan je best doen, maar er zijn altijd mensen die honderdmiljoen keer meer hun best hebben gedaan, meer geld hebben uitgegeven en meer mensen kennen die kunnen naaien en ook nog eens gevoelig zijn voor psychologische chantage. Kostuums waar je alleen maar in aanbidding naar kan staren. Er lopen klassiekers rond: Pierrot, of Dr. Jekyll en Mr Hyde in één persoon verenigd. Maar velen hebben ook voor de actualiteit gekozen: er is een zeilmeisje, er zijn besnorde paters die babypoppen op hun kruis hebben gebonden (gezicht naar het kruis gericht, de poppen wippen op en neer als ze dansen), iemand geeft getooid met een aswolk van watten gestalte aan Eyjafjallajökull („jij bent die vulkaan! Fluljullleflulnogwattes!”). Er loopt zelfs nog een Tanja rond, met langer haar en een groter geweer. Deze Tanja is wel een man, dus wat authenticiteit betreft heb ik in ieder geval de eierstokken aan mijn kant.

Er zijn minder mensen halfnaakt dan ik had verwacht. „Halloween hoort ordinair te zijn,” verzucht een Alladin tegen mij. „Ik dacht: dit is mijn kans voor een ontblote borst en zelfbruiner. Maar wij lijken nu toch wat…” „Humorloos,” vul ik aan.

Na een tijd loop ik naar de bar, waar drie bebloede tennisspelers zitten. De tennisballen die in hun lijf geslagen zijn lijken echt diep in hun vlees gezonken, het ziet er spectaculair uit. „Wow”, zeg ik bewonderend. „Fantastisch.” Dan zie ik de arm van de jongen: het uiteinde is een stompje met wat bloed erop. „Dat is ook goed gedaan,” wijs ik. Hij kijkt me aan. „Actually, that’s real.” Aha. Met Halloween je stompje insmeren met nepbloed: dit is humor van een bijzondere orde.

Verkleedfeesten zijn de beste feesten.