Ik moest Jezus uitjouwen. Een hele mooie dag

Cover van het poëzietijdschrift Awater

Poëzietijdschrift Awater. Najaar 2010. € 6,90 ***

In Awater een eerste kennismaking met Delphine Lecompte, de dichteres wier debuutbundel De dieren in mij dit jaar de C. Buddingh’-prijs won. Arjen van Veelen trok naar Brugge om Lecompte te interviewen. Zij noemt zichzelf ironisch ‘één van die producten van het katholiek onderwijs’ en vertelt over de keer dat ze aan een boeteprocessie mee mocht doen:

‘Ik moest Jezus uitjouwen...Een hele mooie dag, ik leefde mij echt in in mijn rol.’ Het zal tussen de twee niet meer goed komen. Lecompte: ‘Ik had die Jezus niet graag, hè. Zo ijdel. Altijd zich willen profileren. Zo dramátisch, zo theatraal.’ Verder definieert ze zichzelf als ‘iets tussen een sukkelaar en een serpent in’, wat misschien haar liefde voor Charles Bukowski verklaart.

Met de stortvloed aan kritiek die vertaler Hanz Mirck afgelopen voorjaar over zich heen kreeg naar aanleiding van zijn vertaling van een bundel van Seamus Heaney nog in gedachten, is het nu Peter Zeeman die de wind van voren krijgt. Volgens René Puthaar is zijn poging om de gedichten van Osip Mandelstam naar het Nederlands te vertalen als allerbelabberdst te classificeren. ‘Met een bespreking van de ernstige vergrijpen van deze vertalers (de mensen met wie Zeeman samenwerkte deugen ook al niet) zou een jaargang van het vertaaltijdschrift Filter te vullen zijn.’ En dan moeten de bezuinigingen in de cultuursector nog komen.

Waar men in het tijdschrift wél vaker mee op de proppen mag komen, is een variant op het stuk van Bas Belleman. Belleman neemt in dit nummer sonnet 18 van Shakespeare onder de loep en komt met een interpretatie die afwijkt van wat er over het algemeen over het gedicht is gezegd. Het liefdessonnet wordt ‘verbazingwekkend cerebraal opgevat, terwijl Shakespeare een meester van ironie en dubbelzinnigheid was’.

Sebastiaan Kort