Geen leven buiten het spel

Morgen promoveert Jeroen Lemmens op onderzoek naar gameverslaving bij jongeren.

Gameverslaafden zijn vaak agressief. „Een junk wordt ook boos als je zijn drugs afpakt.”

Het spelen van games staat in de topdrie van tijdbestedingen van jongeren, na internet en televisie. Foto AFP A participant of a LAN Party in Berlin sleeps on his keyboard after playing the computer game Counter Strike on early August 4, 2010. A LAN (local area network) Party is usually a weekend event where a group of people play multiplayer computer games. AFP PHOTO CAROLINE PANKERT AFP

Ineens had zijn vader er genoeg van, vertelt Jan-Pierre Claessens (22). Genoeg van de ruzies. Altijd over hetzelfde. Dat hij zo veel gamede, de hele nacht door. Jan-Pierre Claessens moest het huis uit van zijn vader, maar hij weigerde. „Bel de politie maar, riep ik tegen hem”, vertelt Claessens. „Dat deed hij. Met twee agenten rond onze eettafel kwamen we tot de conclusie dat ik maar beter kon verhuizen.”

Claessens was verslaafd aan het computerspel Runescape, een avonturenspel waarbij spelers in een gigantische online wereld elkaar en monsters bevechten, en schatten zoeken voor punten. Hij speelde gemiddeld tien uur per dag. Vaak ’s nachts, om vervolgens overdag op school in slaap te vallen.

In september vorig jaar zocht hij hulp bij verslavingskliniek Novadic-Kentron in Vught, na drie jaar gamend bij zijn oma te hebben doorgebracht. „Ik werd gepest op school. Ik was eenzaam”, vertelt Claessens. „Gamen was een goede afleiding.”

Morgen promoveert communicatiewetenschapper Jeroen Lemmens aan de Universiteit van Amsterdam op zijn onderzoek naar gameverslaving. Lemmens deed onderzoek onder 851 jongeren tussen de twaalf en achttien jaar. Volgens de communicatiewetenschapper is het de eerste keer dat oorzaken en gevolgen van gameverslaving op deze manier zijn onderzocht.

Het onderzoek toont onder meer aan dat jongeren die eenzaam zijn en een laag zelfbeeld hebben, meer kans hebben om een gameverslaving te ontwikkelen. Het gamen versterkt vervolgens die gevoelens van eenzaamheid verder. En uit het onderzoek blijkt dat verslaafde mannelijke gamers na zes maanden meer agressief gedrag vertonen; daarbij maakt het niet uit of ze gewelddadige spellen spelen. Lemmens denkt dat de verklaring ligt in de omgeving, die de verslaafde probeert van het gamen te weerhouden. „Als je een junk z’n drugs afneemt wordt ie ook boos.”

Het spelen van games staat inmiddels in de topdrie van tijdbestedingen van jongeren, na internet en televisie. Jongens tussen dertien en negentien jaar besteden bijna tien uur per week aan gamen, dat staat zelfs bijna gelijk aan de tijd die ze aan televisie en op internet besteden.

Het aantal jonge gamers groeit, en daarmee ook het aantal verslaafden. Zoals Jan-Pierre Claessens bestaan er duizenden in Nederland. Het zijn vooral mannen, vrouwen raken vrijwel nooit verslaafd aan spellen. Volgens Lemmens vertoont ongeveer 2 procent van de gamers „ernstige tekenen van verslaving” bij het spelen van computerspellen. Dat betekent dat ze de controle kwijt zijn. Ze willen wel stoppen, maar kunnen het niet. Ze spelen vooral actie- en strategiespellen: Call of Duty, Grand Theft Auto of World of Warcraft. Lemmens: „Sommigen raken verslaafd aan alcohol, gokken of drugs. Anderen ‘kiezen’ voor games.”

Uit het onderzoek van Lemmens komt een beeld naar voren van een groep jongeren met psychosociale problemen. „Ze zijn eenzaam, sociaal zwak. Ontevreden jongeren, die in de werkelijkheid niet goed mee kunnen komen”, zegt Lemmens. „De jongeren zoeken een uitvlucht in een computerspel. Ze voelen zich ellendig als ze niet kunnen spelen.”

Gameverslaving is niet officieel erkend; de ziekte is nog niet opgenomen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (kortweg de DSM-IV), het classificatiesysteem voor psychische aandoeningen. „Erkenning zou de eerste stap op weg zijn naar herstel”, zegt Lemmens. Behandelend therapeut Nicole Weenen van Novadic-Kentron: „Het zou het leven van een verslaafde makkelijker maken. Bij het aanvragen van een uitkering is het handig als je de verslaving kunt onderbouwen.”

Novadic-Kentron was tien jaar geleden de eerste publieke verslavingszorginstelling in Nederland die aandacht besteedde aan gameverslaving. Sinds bijna een jaar werkt de instelling met een officiële behandelmethode voor gameverslaafden. Jaarlijks worden er tussen de vijftig en zestig patiënten behandeld.

Sommige jongeren nemen totaal niet meer deel aan het leven buiten de computer. „Monniken in een cel”, zoals ontwikkelaar van de therapie Martin Reddemann van Novadic-Kentron hen omschrijft.

Tijdens de therapie wordt eerst het gamegedrag geïnventariseerd, en daarna de dagelijkse tijdbesteding van de verslaafde in kaart gebracht. Met behulp van de therapeut maakt de patiënt een plan. Patiënten moeten allereerst stoppen met gamen, om het patroon waarin ze vastzitten te doorbreken. „Daarna proberen we de verslaafde de leegte die gamen achterlaat, te laten vullen met iets anders. Sporten, vrienden opzoeken”, zegt Weenen.

Na tien tot twaalf sessies moet de verslaafde weer grip hebben op zijn eigen gedrag. Reddemann: „De balans tussen wat de patiënt wil en wat hij doet moet weer worden hersteld.”

Gameverslaafde Jan-Pierre Claessens was een van de eersten die met deze behandelmethode werd geholpen. Het gaat goed met hem. Hij is bijna klaar met zijn therapie, vertelt hij. „Nog een paar gesprekken.” Soms speelt hij nog Runescape, het spel waar hij verslaafd aan raakte. Een uur per week maximaal, meer niet. „Ik zie nu hoe eenzaam ik was en dat dit de drijfveer was om het spel te spelen. Nu wil ik dat niet meer.”

Hij sport nu, vertelt hij. Is bij een kerk gegaan, waar hij een ander soort mensen heeft leren kennen. Oude vriendschappen van de basisschool heeft hij voorzichtig weer opgepikt. En hij heeft weer besef van tijd, als hij een spel speelt. „Ik kijk vaak op de klok. Als ik speel, gaat de tijd tegenwoordig best traag, eigenlijk. Zo leuk vind ik het niet meer.”