Duitsland verwijt VS wereldeconomie te destabiliseren

Duitsland heeft felle kritiek op het Amerikaanse monetaire beleid. Van een eensgezind optreden van regeringsleiders op de G20 lijkt geen sprake meer.

De Verenigde Staten zijn hypocriet als ze China ervan beschuldigen de yuan door manipulatie laag te houden, want tegelijkertijd houden ze zelf „de dollar kunstmatig laag dankzij de geldpersen”. Met deze felle aantijging in het weekblad Der Spiegel loste de Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, vandaag zijn openingsschot in een week die in het teken staat van de top van regeringleiders van de G20 in het Zuid-Koreaanse Seoul.

Op de agenda van de G20, die donderdagavond en vrijdag plaatsvindt, staan ook klimaatverandering, financiële regulering en ontwikkelingshulp. Maar uit Schäubles kritiek op de beslissing van de Fed – de Amerikaanse centrale bank – om opnieuw 600 miljard dollar in de economie te pompen, blijkt wel hoezeer de bezorgdheid over een dreigende internationale valutaoorlog de top gaat overschaduwen. Duitse kranten melden dat bondskanselier Angela Merkel van plan is Schäubles opmerkingen in Seoul te herhalen. Ook de Chinese onderminister Cui Tiankai, onderhandelaar op de G20, bekritiseert deze Amerikaanse beslissing om geld bij te drukken. En vandaag pleit de president van de Wereldbank, Robert Zoellick, in de Financial Times voor een „Bretton Woods II”, waarbij goud internationaal de standaard zou moeten worden voor de waarde van dollar, euro, yen, pond en yuan. Zo’n systeem, dat dempend werkt op valutaschommelingen, was tussen 1945 en 1971 van kracht.

Schäuble ging in Der Spiegel uitvoerig in op de beslissing van de Fed tot meer quantitative easing (QE), een technisch eufemisme voor geldverruiming, ofwel bijdrukken. Volgens hem is dit een teken dat het Amerikaanse economische model „in diepe crisis verkeert”. Kijk naar Duitsland, zei hij, dat „heeft geen wisselkoerstrucs nodig om succesvol exportland te zijn”. De oorsprong van dit succes ligt volgens hem in een „goede Duitse concurrentiepositie”. Maar de VS zijn, in tegenstelling tot exportlanden als Duitsland en China, een importland. Net als veel andere landen proberen de Amerikanen nu uit de crisis te komen door de export te bevorderen. Dit stimuleert werkgelegenheid in eigen land. Wat daarbij helpt, is een lage dollarkoers. Sinds de Fed begon met geld bijdrukken, is de dollar ongeveer tien procent gezakt ten opzichte van de euro. Volgens de Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner is dit een bijeffect van ‘QE’. Schäuble vindt dat dit „de onveiligheid van de wereldeconomie vergroot” omdat het valutaschommelingen teweegbrengt. „De Amerikaanse politiek is doelloos. Alsof ze nog niet genoeg cash in de markt hebben gepompt.”

Schäuble is niet de enige die vreest dat de dollar verder zakt en de euro dus verder stijgt. Dit kan de Duitse export schaden, omdat Duitse producten buiten de eurozone duurder worden. Ook Franse functionarissen hebben zich achter de schermen kritisch over het Amerikaanse beleid uitgesproken. Frankrijk is geen uitgesproken exportland. Maar de Duitse economie is de voornaamste motor van economische groei in de Europese Unie. Als die hapert of stilvalt, hebben ook importlanden binnen de EU (vooral de zuidelijke landen) een probleem. De ECB weigert het voorbeeld van de Fed te volgen en geld bij te drukken, uit angst voor oplopende inflatie.

De Amerikaanse regering vindt dat het streven naar ‘mondiaal handelsevenwicht’ hét gespreksonderwerp in Seoul moet zijn. Eerder heeft president Obama exportlanden als China en Duitsland verweten dat zij het herstel van de Amerikaanse economie moeilijk maken. Vooral China moest het in Obama’s ogen ontgelden, omdat het de yuan vastgeklonken houdt aan de dollar en zo zijn eigen export-overschot aanjaagt. Maar nu de Fed geld bij drukt, zegt China dat de pot de ketel verwijt. China wil niet over de handelsbalans praten. De Chinezen vinden dat er veel onderwerpen in de economie die méér aandacht verdienen.