Doortrekken

Mongolië is een goeie plek om te leren hoe ontwikkelingshulp heel veel hulp en bijzonder weinig ontwikkeling kan zijn. Bijna twintig jaar na ’s lands onafhankelijkheid ligt het er nog even ontredderd bij als tijdens mijn eerste bezoek in 1995. Sterker, iedereen is het er min of meer over eens dat de levenskwaliteit achteruitholt. Dat heeft alles te maken met de leegloop van het immense achterland en de trek naar de stad. Die puilt uit, slibt dicht, ruikt slecht en wasemt alle kleuren bruin uit.

De gestage stroom geïmporteerd blik, de obligaat spiegelende hoogbouw en de onvermijdelijke na-aap chic achter met roet beslagen etalageruiten kunnen niet verbloemen dat het niet de goede kant op gaat met het land.

Toch is Mongolië rijkelijk bedeeld met hulp. Dat komt omdat het land, dat ondanks zijn onmetelijkheid overzichtelijk is, al een krappe twee decennia de lieveling van de internationale gemeenschap van professionele weldoeners is. Er is in die periode zoveel hulp het land in gepompt dat elk probleem weleens een kans heeft gehad.

Niemand die zich inmiddels nog afvraagt of er een lek zit. Dat zit in de leiding van de overheid en het bedrijfsleven. En dat wat stroomt laat zich gemakkelijk spiegelen in drank en sjieke kleren, en te dure auto’s die niet op de gatenkaas die het wegennet heet, thuishoren.

Maar het binnenlandse onvermogen treft niet alle blaam. De wereld van hulp en goede bedoelingen heeft van Mongolië, net als onder al die andere onaanraakbaren, een land van afhankelijken gemaakt. Daar ijvert een Asian Development Bank voor de bouw van openbare toiletten in de districten van de hoofdstad waar die door niemand zullen worden gebruikt; de bewoners van de ronde tenten, die uit de steppe zijn weggetrokken, doen hun behoefte zoals ze gewend zijn: buiten de deur. Geen haar op hun hoofd dat ze gaan lopen voor de grote boodschap.

Maar de weldoener wil immers goeddoen, en dus moet de overheid overtuigd dat zij een lening aangaat. Nog voor er kan worden doorgetrokken, is het lek al een feit.

Floris-Jan van Luyn