Dochters

Kinderen. Je maakt ze, je leeft met ze en zij laten jou achter en jij uiteindelijk hen, en wat ze nou precies van je gevonden hebben, dat kom je nooit helemaal te weten. Als het goed is, hebben ze van je gehouden, wat meteen de reden kan zijn waarom ze sommige bezwaren hebben verzwegen. Misschien vonden ze je wel te hard of te zacht, te aanwezig of te afwezig, te actief of te passief.

Misschien vond de een wel dít, en de ander dát.

Neem Frieda en Anna, de dochters van Harry Mulisch, die de toch al zo indrukwekkende herdenkingsdienst voor hun vader zaterdag zo roerend afsloten. De liefde voor hun vader verbond hen, maar verder verschilden ze aanzienlijk in hun kijk op hem.

„Toen ik 17 was, ging mama weg en ging ook Anna het huis uit”, vertelde Frieda, de jongste. „En wij groeiden naar elkaar, wat het nu alleen maar moeilijker maakt.”

Ze citeerde een lief gedichtje dat haar vader voor haar gemaakt had: „Lieve Frieda, wees maar niet bang voor wat de mensen zeggen, iedereen is net zo bang als jij, zit iets je dwars, probeer het uit te leggen, verkrop het niet, tenminste niet voor mij.” Om meteen daarna geëmotioneerd uit te roepen: „Shit papa, dit is precies wat ik zo missen zal. We hadden zo’n sterke band.”

Anna vertelde van heel andere ervaringen met haar vader. Ze had zich lang onbegrepen gevoeld in haar onzekerheid en ze had destijds ook wel graag meer contact met hem gehad: „Meisjes willen geknuffeld worden en praten, eindeloos praten, en daar was hij echt minder bedreven in, wat dat betreft was hij niet makkelijk als vader, ik heb lang gedacht dat ik beter zijn zoon kon zijn.”

Ik zat met een sterk gevoel van herkenning naar ze te luisteren, in die doodstille Stadsschouwburg. Nee, niet omdat ik zelf vader ben van twee dochters; of zij ook zo’n onderling afwijkende mening over hun vader hebben, weet ik niet, en het gaat me ook eigenlijk niets aan.

Maar wel kon ik me nog goed herinneren dat mijn broer en ik ook verschillend oordeelden over onze ouders.

Terwijl je opgroeit, ben je je nog nauwelijks van dat verschil bewust; het besef komt pas later, als je op je jeugd terugkijkt. Je eigen karakter en je individuele ervaringen bepalen het beeld dat je van je ouders hebt, een neutrale waarheid is er niet.

Frieda en Anna vonden elkaar in hun verdriet, dat ze ook weer verschillend uitten. Frieda op de rand van vertwijfeling: „Lieve papa, ik weet echt niet hoe het zonder jou moet.”

Anna hield haar emoties in bedwang, terwijl ze haar vader het mooist denkbare compliment gaf: „De allergrootste les heb ik pas deze week meegekregen: hoe te sterven.”

Kalm praatte ze toe naar het aangrijpende einde van deze dienst: de beelden van de paarden die in het Friese Marrum door vrouwelijke ruiters van de verdrinkingsdood werden gered. Mulisch had er destijds met grote ontroering naar gekeken, een foto ervan hing de laatste vier jaar tegenover zijn bed.

Ik kon de beelden tijdens de dienst niet goed zien, omdat een balkon boven me het zicht op het scherm voor een deel blokkeerde, maar het maakte niet veel uit. De muziek van Wagner gaf mijn fantasie de kracht de paarden op het droge te trekken.

Ook een herdenkingsdienst kan een meesterwerk zijn.