De wildgroei van leiderschapscursussen

Op het scherm kwam een oude aflevering voorbij van het Britse programma Honey, I ruined the house; daarin geeft een koele, blonde vrouw aan verhitte Engelsen interieuradviezen te midden van de krullerige kitsch die hun huis verstikt en overwoekert als Victoriaanse klimop.

De koele vrouw deed ditmaal de suggestie een witte keuken aan te schaffen. Waarop de vrouw des huizes, zich in wanhoop vastklampend aan de foeilelijke spullen die in het Engels zo beeldend clutter heten, dapper tegenstribbelde en zei dat ze beukenhout wilde. De koele vrouw verstrakte nog meer dan ze al verstrakt was, maar ze vermande zich, deed haar best te glimlachen en vroeg: „Waarom beukenhout?” „Omdat ik dat in de bladen heb gezien.”

Nu wist de koele blonde dat ze het pleit had gewonnen. Ze gooide haar hoofd minachtend achterover. „Je moet je niet laten ringeloren door de bladen. Je moet een individuele smaak ontwikkelen. Dus, wat wil je?” „Eigenlijk het liefst beukenhout”, mompelde de bewoonster. „Maar als dat niet mag, dan maar wit.”

Ontroerd keek ik naar de bewoonster die zich zo bereidwillig schikte naar het genadeloze commentaar van de deskundige en gehoorzaam al haar bevelen opvolgde. Ze liet een talent voor volgzaamheid zien dat je verder in het leven maar weinig tegenkomt.

Begin dit jaar begon ik me in volgzaamheid te verdiepen. Niet omdat ik dat zelf nodig heb, bewaar me, ik ben volgzaam geboren. Maar het begon me op te vallen dat de lezingen die ik bijwoonde wel erg vaak over leiderschap gingen, net als de cursussen die ik kreeg aangeboden en de krantenstukken die ik las. Toen ik eerder dit jaar de inventaris opmaakte voor een leiderschapsbijeenkomst van straalmotorfabrikanten, telde ik 298 Nederlandstalige en 9.129 Engelstalige boeken over leiderschap in de winkel, en twee reizen naar Zuid-Afrika waar je in natuurlijk leiderschap werd onderwezen door leeuwen.

Al gauw had iedereen die ik tegenkwam wel ergens een leiderschapscursus gevolgd, en als blijkbaar enig overgebleven volgeling had ik al snel een dagtaak aan het volgen van al die miljoenen geïnspireerde leiders van Nederland. Nog maar nauwelijks had ik een plaatselijk politicus als leidsman erkend, of ik moest me al weer onderwerpen aan de manager van de supermarkt.

Er kwam dus vanzelf een moment waarop ik dacht dat het land wel een cursus ondergeschiktheid zou kunnen gebruiken. Nu iedereen meende aan het roer te staan, de boventoon te voeren en de teugels in handen te hebben, werd het hoog tijd voor lessen in volgzaamheid. Die moesten zich dan uiteraard uitstrekken tot ver voorbij het gebied van de mode- en interieuradviezen, tot op het terrein van politiek en werknemerschap. Daarom bood ik op zulke plaatsen aan langs te komen met een masterclass in ondergeschiktheid. Er bleek geen enkele belangstelling voor te bestaan.

Waarom niet? Vooral niet, denk ik, omdat onze traditie zich verzet tegen ondergeschiktheid. Dat bleek wel weer toen ieder boek dat ik erop nasloeg verwees naar Immanuel Kant, die er in zijn deugdenleer – in Die Metaphysik der Sitten – niet bijster geestdriftig over sprak. Heb achting voor jezelf, zei Kant. Word geen knecht van de mensen. Werp je niet ter aarde. Vlei niet en schrijf geen kruiperige brieven vol ‘weledel’ en ‘hoogedelgeboren’ zoals de Duitsers zo graag doen. Wie zichzelf tot worm maakt – wer sich aber zum Wurm macht, kann nachher nicht klagen, daß er mit Füßen getreten wird.

Dit denken bleek de kiem van het verzet tegen ondergeschiktheid. Tegen volgen in plaats van leiden. De wildgroei van leiderschapscursussen leek rechtstreeks voort te vloeien uit een slecht begrepen weerzin van denkers tegen blinde onderwerping aan anderen. Het was namelijk niet zo dat de denkers tegen deemoed en nederigheid waren. Kant riep streng op tot onderwerping aan de morele wet; tot autonomie dus – de plicht jezelf de wet te stellen. Maar die autonomie verkeerde in de loop der jaren tot karikatuur en verwerd tot leiderschap voor miljoenen.

Er pleit niets tegen het erkennen van andermans gezag: dat leert de traditie ons ook. Zelfvernedering en kruiperigheid mogen dan uit den boze zijn – zonder nederigheid en volgzaamheid redden we het niet. Het doet niets af aan je trots en eigenwaarde wanneer je je neerlegt bij de leiding van een ander en haar of zijn autoriteit aanvaardt. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er flink wat zelfvertrouwen voor nodig is om vanuit het besef van je eigen begrenzingen de leiding van een ander te accepteren.

Dat was ook waarom ik zo over die masterclass in volgzaamheid bleef zeuren: het zou goed zijn te bedenken hoe je jezelf enerzijds opleidt tot het leven onder andermans bestuur en jezelf anderzijds beschermt tegen het volgen van foute leiders.

De koele, blonde vrouw van ‘Honey, I ruined the house’ liet intussen de paradox zien die in het hart ligt van de leiderschapswoekering. Met haar opdracht een individuele smaak te ontwikkelen en haar uitleg wat die individuele smaak precies behoorde te zijn, dirigeerde ze de bewoonster in twee tegengestelde richtingen tegelijk. Verplicht worden tot vrijheid, gedwongen tot eigengereidheid, met miljoenen jaarlijks bijeengedreven in leiderschapscursussen: het is een paradox die laat zien hoe ingewikkeld het is de baas over jezelf te blijven.

De componist György Ligeti hield in 1961 tijdens de Alpbacher Hochschulwochen een lezing waarbij hij eerst minutenlang zweeg, om vervolgens, toen het publiek onrustig werd, met krijt op een bord te schrijven: Lasst Euch Nicht Manipulieren!!!

Het kunstpubliek riep boe – maar dat maakte ze er niet autonomer op.