China koopt invloed in Europa

De Chinese president Hu Jintao bezocht eind vorige week twee Europese landen.

Via Europa wil China zijn economische macht omzetten in politieke invloed.

President Sarkozy liet vorige week donderdag de Champs-Elysées in Parijs voor hem vrijmaken en zaterdag werd hij met egards in de Portugese hoofdstad Lissabon ontvangen. Hu Jintao, president van China, deed eind vorige week twee eurolanden aan.

Chinese gezagsdragers en delegaties verschenen het afgelopen jaar met grote regelmaat in Europa. Ook, en steeds vaker, aan de randen van het continent. Premier Wen Jiabao bezocht vorige maand Griekenland. En deze week ontmoette de hoge partijfunctionaris Jia Qinglin de Poolse president in Warschau.

De agenda van Hu’s bezoeken reikt dan ook verder dan Frankrijk en Portugal alleen. De reis onderstreept de strategische ambitie van China om zijn economische kracht om te zetten in politieke invloed. In Europa en, mede via Europa, op het wereldtoneel. Dat doel realiseren de Chinezen niet in de eerste plaats in Brussel. De formele betrekkingen tussen de Europese Unie en China bestaan uit handelsverdragen en politieke ‘dialogen’. Maar juist in de relaties met de afzonderlijke EU-lidstaten kan China economisch zijn troefkaart uitspelen. De Chinese economie groeit dit jaar naar verwachting met 10 procent en het land heeft zo’n 1.900 miljard euro aan buitenlandse deviezen.

In Parijs werden onder toeziend oog van Hu en Sarkozy miljardencontracten getekend, onder meer over de verkoop van 102 Airbus vliegtuigen aan China. Dat is niet vanzelfsprekend: begin vorig jaar vloog premier Wen Jiabao nog met een grote boog om Frankrijk heen tijdens een Europese handelsmissie. Dat was een duidelijk signaal van ongenoegen over de ontmoeting die Sarkozy in 2008 had met de Dalai Lama, de door de Chinese machthebbers zo verguisde geestelijk leider van Tibet.

De boodschap kwam aan. Toen de Chinese dissident Liu Xiaobo vorige maand de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, bleef Sarkozy – anders dan Merkel en Obama – stil.

China wil nog iets in ruil voor de miljardenorders. „Het wil vooral dat Frankrijk en Europa geen problemen maken over de koers van de yuan”, zegt François Godement, directeur van het Azië Centrum van Sciences Po in Parijs. Vanaf volgende week is Frankrijk een jaar lang voorzitter van de G20. In dat forum ligt China vooral van Amerikaanse zijde onder vuur. De VS beschuldigen China ervan de yuan kunstmatig laag te houden om zijn export te bevorderen, waardoor andere landen oneerlijke concurrentie krijgen. Door goede wil te kweken in Europa hopen de Chinezen sterker te staan in discussies met de VS.

In Portugal speelde China zaterdag de rol van suikeroom. Vlak voor het bezoek, zei de Chinese onderminister van Buitenlandse Zaken dat China bereid is staatsschuld te kopen van het door schulden geplaagde land. Goed nieuws voor de regering in Lissabon, maar liefdadigheid is het niet.

Het wankele Portugal vormt een risicofactor voor de eurozone. En dat is ook een risico voor China, want zijn export naar Europa is niet gebaat bij chaos op de afzetmarkt. En evenmin bij een zwakke euro. „Voor Peking stelt de koop van Portugese staatschuld niet veel voor”, zegt Paulo Pinho, econoom aan de Nieuwe Universiteit van Lissabon. „Ze hebben al zo veel Amerikaanse staatsschuld, daar kan dit makkelijk bij.” China kocht deze zomer al Spaanse obligaties en wil dat ook in Griekenland te doen.

China krijgt in de periferie van Europa ook op andere manieren voet aan de grond. In Griekenland nam een Chinees staatsbedrijf een deel van de haven van Piraeus over, waarmee Peking een eigen bruggenhoofd in Europa creëert. En in het stadje Athlone in Ierland, dat tevens zwaar is getroffen door de kredietcrisis, wil China een fabricagecomplex voor verschillende eigen bedrijven opzetten. Chinese bedrijven werken al aan een stuk snelweg tussen Warschau en Berlijn.

De afhankelijkheid van verschillende EU-landen van Chinese hulp, orders of investeringen maakt het voor Europa als geheel niet makkelijker om politiek een vuist te maken, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten. En juist daarom ziet China meer heil in relaties met de nationale hoofdsteden dan met de EU.

Godement: „Geef de Chinezen eens ongelijk. De 27 EU-landen hebben niet alleen ieder hun eigen China-beleid, maar ook nog eens elk een andere rente op staatsschuldpapieren. Dat is de realiteit.”