Amerikaanse werkgelegenheid ondermijnt beleid van de Fed

De werkgelegenheidssituatie in de Verenigde Staten begint een beetje uit de pas te lopen met het regeringsbeleid. De solide groei van de niet-agrarische werkgelegenheid in oktober met 151.000 banen duidt erop dat de Amerikaanse economie weer wat vaart ontwikkelt, met name omdat ook de diensten- en de uitzendsector positieve signalen afgeven. Nu het herstel zich in de goede richting lijkt te ontwikkelen, versterkt dit de noodzaak om het monetaire en het begrotingsbeleid te wijzigen.

De afgelopen maand werden meer dan twee maal zoveel banen geschapen als verwacht. Ook de banengroei in de dienstensector, de detailhandel, de gezondheidszorg en het privé-onderwijs biedt perspectief. Bovendien nam de tijdelijke werkgelegenheid toe met zo’n 35.000 banen, een voorbode van een verbetering van de permanente werkgelegenheid.

De gegevens over de afgelopen drie maanden duiden erop dat het economische herstel nu bijna zo ver is dat er voor langere tijd sprake zal zijn van een ‘normale’ werkgelegenheidsgroei. Daardoor ontstaat de vraag of moet worden vastgehouden aan de buitengewone stimuleringsmaatregelen van de afgelopen twee jaar. Daarnaast zou een grote belastingverhoging, zoals die feitelijk ontstaat als de belastingverlagingen van president Bush niet worden verlengd, de economie schade toebrengen. Gelukkig zinspeelt president Obama op een compromis met de Republikeinen, waardoor de maatregel tijdelijk wordt verlengd. Broodnodige bezuinigingen zouden het tekort ook helpen terugdringen en meer ruimte scheppen voor groei van de private sector.

Monetair gezien lijken de banencijfers erop te duiden de jongste ronde van ‘kwantitatieve versoepeling’ niet nodig is geweest. Omdat de lonen en de arbeidsuren blijven stijgen, zij het in bescheiden mate, is het inflatiegevaar van de extra impulsen aanzienlijk. Tel daar de destabilisatie bij op die op de grondstoffenmarkten wordt gezien, en de neiging naar protectionisme als gevolg van het almaar bijdrukken van geld door de Verenigde Staten, en de risicobalans slaat op de korte termijn door naar de andere kant.

Obama en de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, zouden gerustgesteld moeten worden door deze cijfers. Maar ze zouden ze ook moeten zien als een signaal dat het tijd is om hun monetaire ingrepen en begrotingsbeleid te herzien en te kiezen voor verkrapping.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Grootveld