Straatterreur

53467In de nacht van vrijdag op zaterdag is in Moskou op de binnenplaats van het flatgebouw waar hij woont de 30-jarige Oleg Kasjin, afgetuigd. Kasjin is een beroemde  onderzoeksjournalist van de krant Kommersant.  Zijn belagers hebben hem  zo met ijzeren staven of honkbalknuppels toegetakeld dat zijn benen zijn gebroken en zijn schedel zwaar is beschadigd. Ook hebben ze een vingerkootje bij hem afgehakt.  Op dit moment ligt hij in een kunstmatige coma. Zijn toestand is kritiek.

De conciërge van Kasjins flat heeft de daders gezien: ze stonden hun slachtoffer op te wachten met een bos bloemen. Een cadeautje van de opdrachtgever. De hoofdredacteur van Kommersant relateert de mishandeling dan ook aan Kasjins werk, ook omdat er niets van de journalist gestolen is.

Kasjin schreef de laatste tijd over twee dingen: de nieuwe snelweg naar Sint-Petersburg door bos van Chimki en over een ruzietje dat hij had met de jonge gouverneur van Pskov. Hij werd bedreigd door de pro-Kremlinjeugdbeweging Molodaja Gvardia, die hem op 11 augustus nog een ‘verrader’ noemde die moest worden ‘gestraft’ omdat hij in zijn artikelen de overheid in diskrediet bracht.

De aanval op de journalist wordt door iedere zichzelf respecterende journalist in Moskou serieus genomen en dreigt zich te ontwikkelen tot een rel. ,,Het is een  aanval op de hele samenleving”, wordt nu al gezegd. Journalisten hebben president Medvedev opgeroepen hun beroepsgroep te beschermen.

Afgelopen week werd ook activist Nikolaj Fetisov, een van de leiders van het protest  tegen de Chimki-weg, met honkbalknuppels afgetuigd. Ook hij ligt zwaargewond in het ziekenhuis. De daders zijn misschien wel dezelfde als bij Kasjin. President Medvedev heeft de aanleg van de weg weliswaar stilgelegd, maar bekend is dat premier Poetin en enkele van zijn oude zakenvrienden die de weg bouwen, zoals de gebroeders Rotenberg, het niet met dat besluit eens zijn. Poetin heeft een paar maanden geleden nog gezegd dat die weg er koste wat het kost komt.

Het geweld tegen activisten en journalisten neemt de laatste tijd toe. Meningen die afwijken van die van het Kremlin worden steeds minder gedoogd. Op zich kun je voorstellen dat een autoritair regime de persvrijheid steeds meer aan banden legt, naarmate de verkiezingen voor de Doema en het presidentschap naderen en de regering zich niet op de borst kan slaan omdat ze de afgelopen jaren zoveel voor elkaar heeft gekregen.

President Medvedev heeft de aanval echter veroordeeld en gezegd een onderzoek te zullen laten instellen. Maar als de daders inderdaad leden van Molodaja Gvardia of andere jongerengroeperingen zijn, die zich bij de jaarlijkse pro-Kremlinjongerendagen aan het meer van Seliger door het hoofd van de presidentiële staf, de Tsjetsjeen Vladislav Soerkov (voorheen Vladislav Doedajev), laten ophitsen tegen journalisten, mensenrechtenactivisten en oppositiepolitici, die door hem met nazi’s worden vergeleken, dan is het einde natuurlijk zoek.

Soerkov, die de ideoloog van het huidige autoritaire regime en een van de machtigste mannen van Rusland is, zou moeten weten dat geweld toepassen op tegenstanders een gevaarlijk precedent kan scheppen. Door hem met geld en wapens gesteunde extreemrechtse groeperingen worden inmiddels verantwoordelijk gesteld voor de moord op advocaat Stanislav Markjelov en journaliste Anastasia Baboerova twee jaar geleden.  Het huidige autoritaire gezag kan dan snel in een klassieke vorm van fascisme omslaan, in de definitie van een populistische ideologie die geweld gebruikt om zijn doel te bereiken. En dat is het laatste waar het instabiele Rusland op zit te wachten.