Yene doorkruiste de Sahara en de zee

Fabien Didier Yene was een van de vele Subsaharaanse migranten die de oversteek van Marokko naar Spanje wagen. Nu is hij de enige illegale migrant die een verblijfsvergunning kreeg.

De 54-jarige landgenote met wie Fabien Didier Yene een appartement deelt in de Marokkaanse hoofdstad Rabat was onlangs verdwenen. „Ze doet vast weer een poging om met een bootje over te steken”, dacht Yene, afkomstig uit Kameroen. „Maar ze had toch een briefje kunnen achterlaten ofzo.”

Een paar dagen later stond zijn huisgenote weer op de stoep: het bootje waarmee zij en vijf andere Afrikanen de Spaanse enclave Ceuta probeerden te bereiken, was onderschept door de Marokkaanse marine. Zo vergaat het veel zwarte migranten zoals zij in Marokko. Niet zo lang geleden was Yene, secretaris-generaal van de Vereniging van Subsaharaanse Migranten in Marokko (CMSM), wellicht meegegaan.

De Subsaharaanse gemeenschap in Marokko is een mengelmoes van politieke vluchtelingen en economische migranten uit landen ten zuiden van de Sahara. Samen wordt hun aantal op zo’n vijftienduizend geschat; de migranten zijn veruit het talrijkst. Volgens Yene wordt er binnen de gemeenschap geen verschil gemaakt. „Er is een besef dat, of je nu actief bent geweest als vakbondsman, of gewoon op zoek bent naar een beter bestaan, de reden toch dezelfde is: de toestand waarin onze landen zich bevinden.”

In zijn boek Migrant au pied du mur (Migrant met de rug tegen de muur), dat in juni in Frankrijk werd gepubliceerd, beschrijft de 31-jarige Kameroener zijn eigen laatste vluchtpoging in 2008. De huisgenote was er toen ook bij. Slechts twee van de in totaal vier mensen konden zwemmen: de Kameroense vrouw liftte mee met Yene, en een Ivoriaan bekommerde zich om een Senegalees. Het ging fout op tientallen meters voor de kust van Ceuta, waar ze werden opgepikt door een Spaanse patrouilleboot.

„Het eerste dat de Guardia deed was onze zwembandjes doorknippen, behalve die van de vrouw. Toen kregen we het bevel terug naar Marokko te zwemmen. De Ivoriaan werd meteen overboord gegooid. De Senegalees klampte zich vast aan de boot en schreeuwde dat hij niet kon zwemmen. Maar de Guardia sloeg met een ijzeren staaf op zijn vingers tot hij moest loslaten. De Guardias lachten terwijl hij in het water verdween. Pas toen zijn lichaam opnieuw bovenkwam, sprong een van de Guardias in het water om hem te redden. Te laat.”

Voor Yene was het de eenentwintigste en laatste keer dat hij de geijkte procedure doorliep: opgepakt worden, gedumpt worden bij de Algerijnse grens om dan te voet terug te keren naar de Spaanse enclaves Ceuta (21 dagen) of Melilla (zes dagen) voor een nieuwe poging binnen te komen.

Nu vlucht Yene niet meer. Hij is de enige illegale migrant in Marokko met een verblijfsvergunning. Die heeft hij als voorzitter van de Vereniging van Kameroenezen in Marokko (ADESCAM) te danken aan het WK voetbal, zegt hij. „In november 2009 moest Kameroen een kwalificatiewedstrijd spelen tegen Marokko. De ambassade wist dat ik veel invloed had in de Kameroense gemeenschap. Ik heb gedreigd dat er niemand zou komen als hij mij niet zou helpen een verblijfsvergunning te krijgen. Dat was een beetje gelogen maar de ambassadeur is erin getrapt.”

Wat wellicht heeft meegespeeld, is dat Yene de ambassadeur veel werk bespaart. Hij gaat nergens heen zonder een boek waarin alle illegale Kameroeners worden ingeschreven die in Marokko arriveren, met een Marokkaans telefoonnummer en een nummer van de familie in Kameroen voor wanneer het fout afloopt.

Onlangs moest hij nog naar Taza, nabij de Algerijnse grens, om twee landgenoten te identificeren die bij een auto-ongeluk waren omgekomen. „Ze hadden valse Guinese papieren op zak, dus de ambassade werd niet verwittigd. Maar in de gemeenschap was het onmiddellijk bekend dat het Kameroeners waren.”

Deze zomer organiseerde Yene druk de herdenking van de zogenoemde ‘Ho-ha’s’ in 2005: de collectieve bestormingen van Ceuta en Melilla door Kameroeners in 2005. Zeker vijftien Afrikaanse migranten werden destijds doodgeschoten. „We waren wanhopig. Door de strengere beveiligingsmaatregelen was er geen doorkomen meer aan. En zelfs als je Ceuta of Melilla binnenkwam, werd je snel opgepakt omdat de Guardia erkende vluchtelingen betaalde om nieuwkomers te verklikken. De ‘jungles’ rond Ceuta en Melilla waren gevangenissen geworden.”

Op verzoek van hulporganisatie Caritas begon Yene twee jaar geleden aan zijn boek, een relaas over de gevaren die hij trotseerde tijdens zijn tocht door de woestijn van Kameroen naar Libië. Dat verhaal paste toen mooi in het Europees ontmoedigingsbeleid. Maar Yene vindt het zijn taak niet om landgenoten te ontmoedigen. „Ik heb mijn boek geschreven zoals ik landgenoten toespreek wanneer ze hier aankomen. Ik leg hun de gevaren uit, zeg dat ze hun leven riskeren. Dan is het aan hen of ze het risico willen nemen.”

    • Gert Van Langendonck