Wie mee wil doen, is welkom bij links

Een samengaan van GroenLinks en D66 lag lang voor de hand. Maar D66 kruipt naar het midden. GroenLinks praat met de PvdA. De SP houdt zich voorlopig afzijdig.

Hij gruwde alleen al van de gedachte aan een rechts kabinet dat met hulp van de PVV regeert. En dus lag de conclusie voor de hand dat D66-leider Alexander Pechtold samen met GroenLinks en de PvdA oppositie zal bieden. Links tegen rechts. Heldere verhoudingen, gebundelde krachten.

Toch niet. Verwacht geen gezamenlijke strijd, zo legt Pechtold vandaag uit op het partijcongres in Den Haag. „Wij claimen het midden”. En wel „het progressieve midden”, daar „waar D66 eenzaam is na de vlucht van Cohen richting Roemer en de onomkeerbare vrijage van Verhagen en Rutte met Wilders.”

De gepolariseerde verhoudingen in het parlement zullen, zo lijkt het, de krachten niet bundelen. Lijkt, want al heeft D66 er even geen zin in, op andere plaatsen is wel beweging. Zo voeren PvdA en GroenLinks vertrouwelijke gesprekken over een permanente politieke alliantie. Met een open uitnodiging naar de SP én D66: wie mee wil doen, is welkom.

Lang leken D66 en GroenLinks de natuurlijke aanjagers van een dergelijke ‘progressieve’ samenwerking. Sinds enige tijd lijkt zelfs het samengaan niet meer onmogelijk. Genoeg gemeenschappelijks: beide streven naar een hervorming van arbeids- en woningmarkt, ageren tegen een „betuttelende” overheid, propageren verduurzaming van de economie en kijken met een optimistische blik naar toekomst, globalisering en Europa. Bovendien trekken hun partijleiders graag samen op in Tweede Kamerdebatten.

Zo’n samengaan kan voor meer politieke macht zorgen. Als één partij hadden D66 en GroenLinks bij de laatste Kamerverkiezingen maar liefst veertig procent van de PvdA-kiezers kunnen krijgen. Dat berekende politiek geograaf Josse de Voogd voor het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. „Het gaat dan om al die stemmers die voor de PvdA kozen om te voorkomen dat de VVD de grootste werd. Wanneer een nieuwe grote progressieve partij concurrentie biedt, speelt die strategische kwestie niet meer en blijft er weinig van de PvdA over.”

Deze „roofvariant”, zoals het in kringen van beide partijen heet, zou hen dus kansen bieden. Maar hij is ook gevaarlijk. Bij D66 gaat de redenering dat zo’n fusie weliswaar PvdA’ers kan trekken, maar dat de kans slinkt dat ontevreden VVD’ers de partij nog weten te vinden. De stemmen liggen in het midden en de partij wil zich daarom niet laten indelen bij „de linkse oppositie”, laat staan dat ze fuseert met GroenLinks.

De verschillen waar D66’ers graag over praten, bestaan ook. Vooral op sociaal-economisch gebied. Grof geschetst zoekt GroenLinks de oplossing net vaker bij de overheid dan D66. Dick Pels, de directeur van het wetenschappelijke bureau van GroenLinks, onderstreept dat met zijn constatering dat ze bij D66 „nog altijd trots zijn op het hervormingskabinet Balkenende II”. Onbegrijpelijk, aldus Pels.

Bij het maandelijks overleg van de directeuren van de wetenschappelijk bureaus van SP, PvdA, D66 en GroenLinks, het zogenoemde ‘Broodje progressief’, merkt Pels dat D66 de laatste weken „zenuwachtiger” is over alles dat lijkt op serieuze samenwerking. „Ze lonken daar naar de linkse VVD’er, of beter: naar die een of twee linkse VVD’ers die nog bestaan.” Pels vindt het allemaal maar weinig principieel. Opportunistisch? „Ja, dat kun je wel zeggen.”

Toch liggen vragen naar samenwerking ook gevoelig bij GroenLinks. Zeker bij de Kamerfractie. Voorkomen moet worden dat de eigen leden zich niet meer herkennen in een al te vrijzinnige koers. De partij is ooit gevormd door een conglomeraat van christen-radicalen, communisten, pacifisten en evangelisch bevlogenen: die kunnen morren over al te veel liberalisme, zoals ze in het verleden ook wel hebben gedaan toen partijleider Halsema ver voor de achterban uitliep. Jaap de Bruijn, campagneleider van de partij, beschikt over interne cijfers die de discrepantie tussen de leden en de partijleiding laat zien. „Maar ook dat ze naar elkaar toe groeien”. Daarnaast nuanceert hij de overeenkomsten tussen standpunten van kiezers van GroenLinks en D66. „Op rechtstatelijk gebied, ja. Maar op sociaal-economisch gebied helemaal niet.”

Toch lijkt ook dat te veranderen. GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi speelde ooit openlijk met de gedachte het woord ‘links’ uit de partijnaam te schrappen. Zijn 24-jarige collega Jesse Klaver zei deze week bij een vergadering over het ministerie van Sociale Zaken: „SP’er Paul Ulenbelt maakt zich zorgen over twee liberalen op het ministerie. Ik had me meer zorgen gemaakt als er twee socialisten hadden gezeten!” Reactie: vertoornde blikken bij PvdA-collega’s.

Terwijl GroenLinks dus opschuift naar D66, blijft de PvdA achter. En toch, zo meent de directeur van het wetenschappelijk bureau van die partij Monika Sie, is het urgent dat de oppositiepartijen met een gezamenlijke antwoord komen op dit kabinet. Zoiets, zegt ze, moet je niet overlaten aan de politieke leiding alleen: electorale dwang en politiek prestige staan dan te veel in de weg.

Samenwerking ia goed mogelijk, meent PvdA-Kamerlid Frans Timmermans, want we leven in een „revolutionaire tijd”. De bestaande partijen passen niet meer bij de huidige maatschappelijke stromingen, politieke herverkaveling is onvermijdelijk én noodzakelijk. Hij raadt eerst kleine stapjes aan: zoals inhoudelijke samenwerking op terreinen waar het relatief makkelijk is: onderwijs, duurzaamheid, innovatie. Arbeidsmarkt en sociale zekerheid volgens dan later. Bij succes is Timmermans benieuwd of ook de SP zich aansluit bij een blok van D66, GroenLinks en PvdA. Sie noemt het een „groot risico” als dat niet gebeurt.

En de SP zelf? Daar is het oordeel helder. Alleen als onmiskenbaar wordt gekozen voor linkse standpunten doet de SP mee, zegt partij-ideoloog en Kamerlid Ronald van Raak. En wat te denken van een fusie van GroenLinks en D66? „Ze doen maar. Het zijn partners in crime, beide partijen doen momenteel hetzelfde: het witwassen van het neoliberalisme. Daar horen wij niet bij.”