Van paria tot pionier

Niet China investeert het meest in Afrika, maar Zuid-Afrika. Het domineert inmiddels op vele markten. „De Zuid- Afrikanen koloniseren het continent ongemerkt.”

De zakken maïsmeel zijn het populairst. Klanten van de nieuwe supermarkt in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka sjouwen af en aan met de enorme balen basisvoedsel. „Ze hebben jaren veel te veel betaald”, glimlacht manager Andy Roberts van het eerste plaatselijke filiaal van de Zuid-Afrikaanse winkelketen Pick n Pay. „43.000 kwacha’s (6,60 euro) is de prijs voor 25 kilo maïsmeel en wie meer vraagt is een oplichter”, zegt de ondernemer die vastberaden is de Zambiaanse markt te veroveren.

Niet alleen hier in Zambia, maar overal op het continent duiken de laatste jaren Zuid-Afrikaanse ondernemers op. Zuid-Afrikaanse bedrijven investeren op het continent zelfs meer dan de Chinezen, becijferde de VN-handelsorganisatie UNCTAD onlangs in het World Investment Report.

Brachten ondernemingen uit de grootste economie van Afrika in 1996 nog 2,7 miljard euro de grens over, in 2008 groeiden de directe investeringen van Zuid-Afrika in de rest van Afrika volgens de Zuid-Afrikaanse centrale bank tot meer dan 15 miljard euro.

„De Chinezen investeren veel en snel in Afrika, maar hun positie wordt sterk overdreven”, zegt de Zuid-Afrikaanse econoom Stephen Gelb, die meewerkte aan het UNCTAD-rapport. „Ze zijn pas net begonnen, terwijl Zuid-Afrikanen al veel meer hebben opgebouwd.” Volgens hem staart het Westen zich „ten onrechte blind op de Aziaten”.

Supermarktketen Pick n Pay wil binnen twee jaar zeven vestigingen in Zambia geopend hebben, zegt Andy Roberts, onderuitgezakt in zijn kantoortje nabij het kolkende winkelparadijs.

In Zuid-Afrika zelf, de grootste economie van het continent, strijdt Pick n Pay al vele jaren met concurrent Shoprite om de positie van marktleider, maar elders in Afrika is Shoprite vooralsnog onbetwist de grootste. Alleen al in Zambia zijn negentien filialen van de Zuid-Afrikaanse grootgrutter.

Niet alleen de supermarkten veroveren het continent. Ook de in Zuid-Afrika al vele jaren opererende kledingconcerns (Pep Stores, Truworths) en fastfoodrestaurants (Steers, Debonairs Pizza) zijn inmiddels in veel Afrikaanse hoofdsteden te vinden.

Met MTN en Vodacom domineren de Zuid-Afrikanen de markt voor mobiele telefonie, met Standard Bank en First National Bank de financiële sector en met SAB Miller (voorheen South African Breweries) de biermarkt.

Van oudsher zijn de Zuid-Afrikanen groot in de mijnbouw (AngloGold Ashanti, Impala Platinum) en de petrochemische industrie (Sasol) en bouwbedrijven als Murray & Roberts en Group Five concurreren tegenwoordig met de Chinezen om infrastructurele werken en winkelcentra – waarin dan weer Zuid-Afrikaanse concerns hun filialen openen.

In 48 van de 53 Afrikaanse landen, tenslotte, is via de betaalzender DSTV, een product van mediabedrijf Naspers, de Zuid-Afrikaanse televisie te ontvangen.

De opkomende middenklasse in Afrika profiteert van de ruimere keus en de lagere prijzen, herhalen Zuid-Afrikaanse ondernemers keer op keer. Maar kritiek is er ook.

„Zuid-Afrika is het Amerika van Afrika”, zegt de Zambiaanse opiniemaker Edem Djokotoe, nippend aan een drankje in Rhapsody’s, een van de populairste bars van Lusaka die ook alweer door Zuid-Afrikanen is opgezet. „We luisteren naar Zuid-Afrikaanse muziek en kijken dagelijks Zuid-Afrikaanse televisie, maar ondertussen bekritiseren we het vermeende Zuid-Afrikaanse imperialisme en de groeiende politieke macht van dat land.”

„De Zuid-Afrikanen zijn het continent ongemerkt aan het koloniseren”, stelt de Zambiaanse econoom Alexander Chileshe. „Is dat erg? Ik weet het niet. Maar geleidelijk worden we allemaal Zuid-Afrikanen.”

Door de grote schaal waarop de Zuid-Afrikanen opereren, kunnen Zambiaanse bedrijven volgens Chileshe maar moeilijk het hoofd boven water houden. Bij de door het Westen opgelegde uitverkoop van staatsbedrijven in de jaren negentig hebben kapitaalkrachtige Zuid-Afrikaanse concerns in sommige sectoren gevaarlijke monopolieposities opgebouwd. „Zambianen kunnen niet zonder suiker, maar voor suiker zijn we nu volledig afhankelijk van Zuid-Afrikaanse bedrijven”, zegt Chileshe. „Geen Zambiaan die genoeg geld had om ons nationale suikerbedrijf op te kopen.”

Tot het eind van de apartheid in 1994 was Zuid-Afrika de paria van het continent. Nu zijn het juist de toen zo gehate blanke mannen die in Afrika de handel domineren en de werkgelegenheid verschaffen.

In de Portugeessprekende landen Angola en Mozambique zijn de Zuid-Afrikanen die het zakenleven bestieren zelfs meer dan eens voormalige commando’s die hier tijdens de grensoorlogen van het apartheidsregime gelegerd waren en daardoor een woordje Portugees leerden spreken.

Regelmatig leidt de houding van de arrogante Zuid-Afrikanen tot problemen. De lokale bevolking voelt zich, volgens onderzoeker Darlene Miller van de Zuid-Afrikaanse Rhodes University, vaak „vernederd” door lompe en soms racistische blanke managers.

„Beslist blank, mannelijk en met het stempel van apartheid” hebben Zuid-Afrikaanse ondernemers een reputatie opgebouwd van „onbeschaamdheid en arrogantie in hun relaties met de lokale bevolking”, schreef de Keniaanse publicist Parselelo Kantai onlangs in een boos omslagverhaal over de Zuid-Afrikaanse hegemonie in het blad The Africa Report.

Kantai verhaalt over een ontmoeting in Congo met Zuid-Afrikaanse wijnhandelaren die Franstalige Afrikanen voorhouden dat ze zich niet moeten blindstaren op de Franse chateaus. „Waarom zou je kopen van oude koloniale machthebbers als Frankrijk, terwijl je het ook in Afrika kunt krijgen? Onze wijnen zijn net zo goed en nog goedkoper ook.” Met nauwelijks verholen afkeer citeert hij het ultieme verkoopargument: „Want”, zegt de blanke wijnboer, „wij zijn toch ook Afrikanen.”

Dat verklaart mogelijk wel waarom de (blanke) Zuid-Afrikanen zo succesvol zijn op het continent. „Afrika zit ons in het bloed”, zegt een van de managers van Shoprite Zambia in het door Afrikaners geleide lelieblanke hoofdkantoor in Lusaka. „Zuid-Afrikanen, of het nu Zulu’s of Afrikaners zijn, hebben in het verleden altijd grote afstanden afgelegd op zoek naar een geschikte plek om zich te vestigen”, zegt hij. „Wij Zuid-Afrikanen zijn pioniers, we zijn niet bang voor wat avontuur.”

Want avontuur is het zeker. „We moeten allemaal ons stereotiepe beeld van Afrika aanpassen, maar Afrika moet ook veranderen”, schrijft Shoprite in zijn laatste jaarverslag. „Afrika gaan grotendeels gebuk onder wydverspreide, verlammende burokrasie, wat steeds handel tussen lande belemmer en ontwikkeling verlangsaam.”

Zuid-Afrikanen zijn nu eenmaal bereid grotere risico’s te nemen, zegt onderzoeker Stephen Gelb, die werkt aan een boek over de Zuid-Afrikaanse expansiedrift. Net als de Chinezen hebben Zuid-Afrikanen bovendien veel meer ervaring met landen „waarin niet alles perfect georganiseerd is”. Gelb: „De winsten zijn groot in Afrika, maar de risico’s ook. Zuid-Afrikanen weten hoe ze moeten werken in landen met beperkte infrastructuur en zwakke instituties.”

Dat laatste is een eufemisme voor de mogelijke aanwezigheid van corruptie, lacht Gelb. En hoewel alle Zuid-Afrikaanse multinationals zeggen nooit steekpenningen te betalen, is in sommige landen domweg niet te werken zonder sommige autoriteiten op enigerlei wijze op voorhand tevreden te stellen. „Je bouwt eens een huis voor een districtshoofd of je zorgt voor een schoolgebouwtje”, zegt een Zuid-Afrikaanse zakenman in Mozambique die niet met zijn naam in de krant wil. „Is dat corruptie? Ik noem het maatschappelijk verantwoord ondernemen.”

De Zuid-Afrikanen weten hoe het werkt, maar hebben geografisch ook domweg weinig andere mogelijkheden als ze hun markt willen uitbreiden. „Voor Europese bedrijven is investeren in Afrika vanwege de afstand niet zo snel winstgevend”, vervolgt Gelb.

„Zuid-Afrikaanse bedrijven verkennen de regio, omdat de groei in eigen land na het eind van de apartheid is tegengevallen. In de beste jaren groeide onze economie nog altijd niet meer dan vijf procent. Op zoek naar grotere afzet ga je de grens over, net zoals bedrijven in Nederland zich op zeker moment op Duitsland richten.”

Volgens de Zuid-Afrikaanse Standard Bank, in beschikbare activa de grootste bank van Afrika, is er ook nog een andere verklaring voor de expansiedrift. Door de internationale isolatie van Zuid-Afrika bouwden grote ondernemingen tijdens de apartheid enorme hoeveelheden kapitaal op, schrijft huiseconoom Johan Botha in een rapport van een paar jaar terug. Na de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 moesten zij hun randen kwijt.

De meeste regeringen zijn blij met elke investering, dus ook de Zuid-Afrikaanse. President Rupiah Banda van Zambia kwam drie maanden geleden speciaal naar de lommerrijke buitenwijk Woodlands in Lusaka om het eerste filiaal van Pick n Pay in zijn land te openen. „Als president ben ik er trots op dat ik deals sluit die de bevolking van Zambia een beter leven geeft”, snoefde hij.

Maar Banda drukte de Zuid-Afrikaanse investeerders ook op het hart hun groente en vlees niet helemaal uit Zuid-Afrika te halen en hun werknemers met respect te behandelen. Zambianen, verklaarde de president, zijn tenslotte „gevoelige mensen”.

Die adviezen waren een directe verwijzing naar Shoprite, dat de afgelopen jaren in Zambia onder vuur lag vanwege al te flexibele contracten voor winkelpersoneel en de overmaat aan Zuid-Afrikaanse expats op managementposities. De supermarktketen werd er bovendien van beticht Zambiaanse bedrijven geen kans te geven door op voorhand alle producten uit Zuid-Afrika te halen.

Ook bij Pick n Pay liggen de schappen nog vol met verse producten uit Zuid-Afrika. „Binnen vijf jaar laten we de helft van onze producten lokaal produceren”, zegt manager Andy Roberts. „Dat is ook in ons belang, want goedkoop is het niet om alles een paar duizend kilometer te vervoeren.”

De goederen zijn over land tenminste twee dagen onderweg, oponthoud bij de beruchte grensposten niet meegerekend. „Maar”, verzekert Roberts, „het valt alleszins mee wat ze hier in Zambia allemaal produceren kunnen.”