Sprinten met springveren

Zonder achillespezen kun je niet rennen. Het zijn de springveren waarmee je voeten zich bij elke stap afzetten. De lange achillespezen van struisvogels maken van deze loopvogels supersprinters.

Struisvogels rennen meer dan 50 kilometer per uur. Dat is sneller dan de Amerikaanse supersprinter Usain Bolt. In een hardloopwedstrijdje maken mensen geen kans. Toch lieten Australische wetenschappers tamme struisvogels en mensen 50 meter sprinten. Ze wilden niet weten wie er zou winnen, maar waarom die struisvogels zo snel zijn.

Sportwetenschapper Jonas Rubenson plakte de struisvogel- en mensenlijven vol met kleine spiegeltjes. Door die te filmen zag hij hoe snel knieën, enkels en heupen tijdens het sprinten bewegen. Conclusie: de sprintkracht van struisvogels zit in hun achillespezen.

Zet je tenen op de grond en leg je hand over je hiel. Als je nu je enkel omhoog duwt dan voel je die achillespees bewegen. Het is een springveer die samentrekt als je je voet omhoog klapt (voel maar!). Met je voet plat rekt de springveer juist uit.

Uit de achillespezen van struisvogels komt volgens Jonas Rubenson twee keer zoveel kracht vrij als uit de pezen van mensen. “Dat komt doordat die struisvogelpezen veel langer zijn”, legt hij uit. “Onze achillespezen zijn zo’n 25 centimeter lang, die van struisvogels wel 80 centimeter. Hun pezen zijn ook dunner en rekbaarder.” Daardoor zijn ze perfect geschikt om hard af te zetten.

Rubenson had eerder al gemeten hoeveel zuurstof dieren gebruiken als ze rennen. (Spieren gebruiken die zuurstof om suikers om te zetten in energie.) Zo kwam hij erachter dat struisvogels behoren tot de beste hardlopers ter wereld. Snel hoppende kangoeroes en pony’s verbruiken bij het rennen nog iets minder zuurstof: zij rennen dus nóg zuiniger.

De struisvogel rent niet altijd beter dan wij. Het onderstel van mensen is geschikter om hindernissen te nemen, achteruit te lopen of in een boom te klimmen.

Als er ooit een boze struisvogel achter je aan komt, dan weet je dus wat je te doen staat.

Michiel van Nieuwstadt