Proces brand Schiphol moet over

Het proces tegen de Libiër die is veroordeeld voor de Schipholbrand van vijf jaar geleden, moet opnieuw. Dat adviseert advocaat-generaal Ad Machielse de Hoge Raad. De Hoge Raad neemt het advies van de advocaat-generaal vrijwel altijd over.

Het Amsterdamse gerechtshof verklaarde de 30-jarige Libiër Ahmed Isa Al J. vorig jaar schuldig aan het stichten van de brand, waarbij in 2005 in een cellencomplex op Schiphol elf illegalen om het leven kwamen. De Hoge Raad beslist op 14 december of het advies van de advocaat-generaal het vonnis tegen de vermeende brandstichter te vernietigen inderdaad overneemt.

De Hoge Raad bracht het vertrouwelijk advies gisteren zelf naar buiten, wat ongebruikelijk is. Het onderzoeksprogramma Argos – van Vara en VPRO – had het in handen had gekregen en besteedt er vandaag op Radio 1 (om 12.15 uur) ruim aandacht aan.

Advocaat-generaal Machielse noemt in zijn advies drie redenen waarom de veroordeling door het gerechtshof niet deugt. Hij vindt ten eerste dat het Hof onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake was opzettelijke brandstichting. Daarnaast had het gerechtshof voor de bewijsvoering geen gebruik mogen maken van een rapport dat deels was gebaseerd op een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Ten derde is een verzoek van de verdediging om een deskundige te horen over de geringe kans op brand door een weggeworpen sigaret door het hof verworpen zonder afdoende motivering.

De veroordeelde Libiër zat op het moment van de brand in cel 11 van de K-vleugel van het detentiecentrum op Schiphol-Oost. Dat is de vleugel waar de brand vermoedelijk is ontstaan. Door zijn brandende sigaret achteloos weg te schieten zou hij de brand hebben veroorzaakt. Volgens het gerechtshof was dat weliswaar niet zijn bedoeling, maar heeft hij de kans op brand geaccepteerd. Daarom achtte het hof de brandstichting toch opzettelijk en veroordeelde hem tot achttien maanden cel.

De advocaat-generaal haalt de redenering van het gerechtshof onderuit, zegt de advocaat van de Libiër, Benno de Boer. „Het Hof baseerde zich op een uitspraak van mijn cliënt. Die verklaarde dat hij dacht dat zijn sigaret uit was. Dat duidt juist niet op het aanvaarden van het risico van brand.” Waarom zou een gedetineerde dat gevaar over zichzelf afroepen, vraagt De Boer zich af. De Libiër raakte zelf zwaar gewond bij de brand. Hij lag twee dagen in coma.

Volgens De Boer is de oorzaak van de brand nooit afdoende vastgesteld. Die moet in het kader van een nieuw proces opnieuw worden onderzocht.

Dat bij de brand zo veel gedetineerde illegalen omkwamen lag mede aan fouten van personeel van het complex. Twee bewaarders en de gevangenisdirecteur werden aanvankelijk wel verdacht van dood door schuld, maar gingen vrijuit. Wel traden in 2006 twee ministers af naar aanleiding van onderzoek naar de brand.

Kort na zijn veroordeling werd Ahmed Isa Al J. vorig jaar uitgezet na Libië, omdat hij zijn straf in voorarrest al had uitgezeten. Zijn advocaat gaat er vanuit dat hij naar Nederland komt voor een nieuw proces. De Libiër heeft brandstichting altijd ontkend.