Oppositie Birma zet in op de regio's

Birma houdt morgen de eerste verkiezingen in twintig jaar. De junta zal gaan winnen. Etnische minderheden zien desondanks kansen: zij zetten in op een begin van democratisering op lokaal niveau, via de nieuwe deelstaatparlementen.

Boven een winkel met illegale dvd’s in de Birmese stad Taunggyi hangt een vlag met een witte tijger. Het symbool van de Shan-staat: de thuisbasis van de Shan, de Pa-o, de Intha en andere etnische minderheden. Binnen op de kale betonnen vloer staan tafels waar vijf mensen zich buigen over met de hand volgeschreven schriften en vorsend opkijken bij elke bezoeker die de trap opkomt.

Hier bereiden Hla Yeir Htut en Sao Yoon Paing zich voor op morgen, wanneer ze namens de Shan Nationaliteiten Democratische Partij (SNDP) meedoen aan de eerste verkiezingen in Birma sinds twintig jaar. Of het goed gaat? „Onze kandidaten hebben een gebrek aan ervaring, we zijn nog groentjes”, zegt Sao Yoon Paing lachend. „We hebben 47 jaar geen parlement gehad.”

De SNDP kampt net als alle andere oppositiepartijen al vóór de verkiezingen met een grote achterstand. De partij had niet genoeg geld en tijd om kandidaten te registreren, waardoor ze naar minder dan 10 procent van de 1.163 verkiesbare zetels meedingt. Als Sao Yoon Paing kiezers uitnodigt voor een campagnebijeenkomst, komt uit angst hoogstens 20 procent opdagen. Bovendien reikt het budget van SNDP-kandidaten niet verder dan zo’n 700 euro, waardoor de witte tijger in het straatbeeld ontbreekt.

Net zoals de rest van Birma weten Hla Yeir Htut en Sao Yoon Paing dat het splinternieuwe Lagerhuis en de Senaat na de verkiezingen zullen worden beheerst door de Uniepartij voor Solidariteit en Ontwikkeling (USDP) van de militaire junta. Wellicht samen met de legergezinde Nationale Eenheid Partij (NUP) die bestaat uit medestanders van de vorige dictator, de inmiddels overleden generaal Ne Win. Een kwart van alle parlementszetels gaat sowieso naar het leger (zie grafiek).

In hun eigen staat zien ze wél kansen. Voor het eerst in de Birmese geschiedenis krijgen staten een parlement en daar heeft de SNDP haar zinnen op gezet. Van de 157 kandidaten doen er 97 mee op lokaal niveau. „Als we genoeg zetels voor het lokale parlement winnen, dan kunnen we verandering brengen in onze eigen staat. Daar willen we beginnen”, zegt Hla Yeir Htut.

De lokale parlementen vormen een zeldzame kans in de Birmese verkiezingen. Op nationaal niveau kan de oppositie weinig bereiken. De elf partijen die zich oppositie kunnen noemen, hebben maar voor een minderheid van de zetels kandidaten. Zelfs als die allemaal zouden winnen, kan het oppositieblok slechts 43 procent van het Lagerhuis en 37 procent van de Senaat beheersen. Daarbij worden nationale oppositiepartijen zoals het Nationaal Democratisch Front (NDF) gehinderd door de oproep van de partij van democratie-icoon Aung San Suu Kyi om de verkiezingen te boycotten.

Voor de staatsparlementen ligt dat anders. Een groot deel van het land wordt bevolkt door 135 erkende etnische minderheden, die zich sinds de onafhankelijkheid benadeeld voelen ten opzichte van de etnisch Birmese meerderheid. Zij hebben de verkiezingen met enthousiasme omarmd: van de 37 partijen die meedoen, vertegenwoordigt tweederde een etnische groep. Hun kandidaten dingen vooral mee naar zetels in lokale parlementen. „We denken dat we toch geen invloed kunnen krijgen op het hoogste niveau, want dat wordt gewoon een verkiezing van de generaals. Op lokaal niveau denken we het meeste te kunnen bereiken”, zegt een leider van de etnische groep Karen in Rangoon.

Etnische minderheden zullen graag stemmen voor een partij van hun eigen volk, verwachten waarnemers. Zoals een student in de Shan-staat zegt: „Ik ga stemmen voor de Intha Partij, want ik bén Intha.” Aangezien 40 procent van de bevolking hoort bij een etnische minderheid, vormen zij zo een serieuze bedreiging voor de junta.

Die zat dan ook niet stil. Partijen van de Kachin-minderheid kregen geen toestemming om zich te registreren, omdat de gewapende Kachin Onafhankelijkheids Organisatie had geweigerd om zich als grenswacht te laten inlijven door het Birmese leger. „De Kachin zijn erg georganiseerd, dus daar waren de generaals bang voor”, zegt de Karenleider. In tegenstelling tot zijn eigen groep, voegt hij er sipjes aan toe. „Wij Karen zijn zo verdeeld dat het ze niet uitmaakt. We hebben zes splintergroepen en die praten niet met elkaar.”

Zo blijven vier etnische groepen over die een grote kans maken om hun eigen staatsparlement te domineren, zegt een politiek analist: de Shan, de Mon, de Rakhine en de Chin. Als ze een meerderheid winnen, kunnen ze ook het bestuur in hun staat vormen en krijgen ze macht over zaken als de aanleg van wegen of het verstrekken van microkrediet. In gebieden die worden gedomineerd door de Birmese meerderheid kan de bevolking voor het lokale parlement vaak alleen stemmen voor legergezinde kandidaten. „De Birmezen nemen geen initiatief, dus die krijgen wat ze verdienen.”

Op het geïmproviseerde partijkantoor in Taunggyi zijn de kandidaten druk met bonnetjes optellen. Omgerekend een paar euro voor vervoer, een paar euro om te kopiëren. Ze moeten al hun uitgaven verantwoorden, anders kunnen ze hun zetel niet opeisen. Een regel die het regime gemakkelijk kan misbruiken, geven ze toe. Zo zijn er meer trucs waarmee de junta de uitkomst kan manipuleren. Er zijn berichten dat de zij overheidspersoneel oproept vervroegd te stemmen, zodat beter te controleren is of ze wel het hokje van de USDP aanvinken.

Wat er na de verkiezingen gebeurt, is net zo onzeker. „Het is heel verraderlijk, we kunnen niet voorspellen hoe het loopt”, zegt Hla Yeir Htut. „We zullen het spelletje goed moeten spelen.” Op lange termijn is het doel om meer zeggenschap te krijgen over natuurlijke hulpbronnen in de staat. Nu staan er waterkrachtcentrales terwijl de bewoners geen elektriciteit hebben, en verdienen ze niets aan de export van teakhout. Ze moeten aanstekers kopen uit Thailand terwijl er een gaspijpleiding door hun staat loopt. Maar dat dit soort zaken zal veranderen, durft hij nog niet eens te dromen.

De naam van de auteur is om veiligheidsredenen niet vermeld.